Kalveren in een kalverhouderij.
Kalveren in een kalverhouderij. © ANP

Kalversterfte neemt toe, een op de zeven haalt tweede levensjaar niet

De kalversterfte in Nederland neemt toe. Dit wordt in verband gebracht met slechtere zorg en zelfs verwaarlozing in steeds grotere melkveebedrijven.

In de Nederlandse melkveehouderij sterft een op de zeven geregistreerde kalfjes (vanaf drie dagen) al in het eerste levensjaar, blijkt uit cijfers van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Dierenwelzijnsorganisatie Dier&Recht begint vandaag  een campagne tegen de 'torenhoge' kalversterfte. '350 duizend dieren per jaar sterven voor onze melk', aldus de actiegroep, een zusterorganisatie van Varkens in Nood. In een petitie wordt met name zuivelcoöperatie Friesland Campina opgeroepen maatregelen te nemen om de vroegtijdige sterfte van kalveren terug te dringen.

Ook Friesland Campina zegt zich zorgen te maken over de toenemende kalversterfte

Ook Friesland Campina, waarbij dertien- van de zeventienduizend melkveeboeren zijn aangesloten, zegt zich zorgen te maken over de toenemende kalversterfte. 'Er is een probleem en we proberen er met voorlichtingsprogramma's over dierenwelzijn wat aan te doen', zegt een woordvoerder. 'Maar we weten vanwege de privacywetgeving niet om welke boeren het gaat. Als we constateren dat een boer over de schreef gaat, dan wordt de melk bij hem niet meer opgehaald.'

De meeste kalveren in de melkveehouderij worden direct na de geboorte gescheiden van de moederkoe. Ze zijn volledig afhankelijk van de zorg van de boer. Die schiet volgens Dier&Recht soms ernstig tekort doordat de meeste kalfjes worden beschouwd als 'restproduct'. Slechts eenderde van de kalfjes wordt opgefokt als toekomstige melkkoe. Stierkalfjes zijn sowieso weinig waard en worden doorverkocht aan de kalvermesterijen.

Melkveebedrijven

Ook de koe verdient een fijne jeugd

Kalfjes worden meestal vlak na de geboorte bij de moederkoe weggehaald. Maar niet bij de 'familiekudde' van de Ruurhoeve. Daar gaat het om een goede balans tussen dier, mens, natuur en economie.

'Op de steeds groter worden melkveebedrijven is te weinig aandacht voor individuele kalfjes', zegt oud-veearts en woordvoerder van Dier&Recht Frederieke Schouten.  'De biest (de eerste moedermelk) wordt te laat gegeven, het kalf krijgt te weinig melk of de biest is vervuild. Hierdoor ontstaat vaak diarree of luchtweginfecties. Veel kalveren sterven daaraan of ze worden geëuthanaseerd omdat ze de medische kosten niet waard zijn.'

Volgens Schouten neemt de kalversterfte steeds verder toe - ook tijdens de eerste twee kwartalen van 2016 - doordat veel melkveehouders na het verdwijnen van de melkquota in 2015 meer koeien zijn gaan houden en de prijzen voor melk en kalveren daardoor zijn gekelderd. In die megabedrijven van tweehonderd of meer koeien draait alles om zo efficiënt mogelijke melkproductie, aldus Schouten, waardoor de onbruikbare kalfjes worden 'verwaarloosd'. Ze is bang dat de melkveehouderij 'hard op weg is net zo intensief te worden als onze varkens- en pluimveehouderij'.

De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), die in opdracht van de overheid en veesector onderzoek doet naar de gezondheid van de Nederlandse veestapel, meldt dat in 2015 13,3 procent van de geoormerkte kalveren in het eerste levensjaar stierf. Daarbij zijn kalveren die bij de geboorte of in de eerste drie dagen doodgaan niet meegerekend. In 2011 was dat 10,8 procent, in 2014 12,2 procent.

Uit onderzoek blijkt dat bij bedrijven die veel dieren van elders aanvoeren meer sterfte is dan bij 'gesloten bedrijven'

Vooral tijdens het stalseizoen in de wintermaanden is sprake van een relatief hoog sterftepercentage.

De statistieken worden volgens een GD-woordvoerder beïnvloed door hoge sterftecijfers bij een klein aantal bedrijven. Uit onderzoek blijkt bovendien dat bij bedrijven die veel dieren van elders aanvoeren meer sterfte is dan bij 'gesloten bedrijven'. De Gezondheidsdienst onderstreept dat het probleem de aandacht in de melkveesector heeft: 'Er zijn diverse initiatieven genomen om de opfok van jongvee te optimaliseren.' De dienst geeft ook adviezen om de kalversterfte te verminderen. Zo wordt de boeren aangeraden zo veel mogelijk biest in de eerste 24 levensuren te verstrekken en de beesten met name in de winter meer melk te geven.

Volgens Dier&Recht kan de kalversterfte bij een goede biestvoorziening omlaag naar 5 procent. De actiegroep pleit ervoor de kalfjes bij de moederkoe te laten. Uit onderzoek zou blijken dat op bedrijven waar kalfjes door de moeder worden gezoogd de sterfte ongeveer 7 procent bedraagt.