Jongeren geronseld voor prostitutie of drugshandel: hoe criminele bendes grip hebben op scholen in Nederland

'Je ziet dat kinderen eraan gaan, je weet dat je nu moet ingrijpen en het gebeurt niet'

Schoolmeisjes worden geronseld voor prostitutie, jongeren ingezet als drugskoeriers: criminele bendes zijn actief op scholen. Maar veel van die scholen kijken weg.

'Laatst hadden we een schoolfeest. Een van onze bewakers kwam naar me toe, hij zei: 'Ik laat net een jongen binnen en die heeft een tiet met geld.' Het bleek dat de leerling bankbiljetten bij zich had in een grote rol, ongelofelijk was het, geld in een enorme bundel. Het was zoals je het in de film ziet. Maar dan in het echt. Een joch van 15, 16 jaar.'

We zitten op een zonnige namiddag op de kamer van de directrice van een vmbo-school in de provincie Utrecht. Specifieker, zo hebben we afgesproken, zullen we het niet opschrijven. In ruil voor anonimiteit zegt de directrice openhartigheid toe over een onderwerp dat voor elke school verwoestend kan zijn: hoe criminele bendes actief zijn op scholen in Nederland. Hoe schoolmeisjes worden geronseld voor de prostitutie, hoe drugsbendes jongeren werven voor koeriersdiensten. En hoe de betrokken scholieren aanvankelijk over duizenden euro's beschikken en al snel schaakmat worden gezet.

Ik kan niet voorkomen dat leerlingen worden geronseld, als koerier of als hoertje

Directrice middelbare school in Utrecht

De directrice weet er alles van. Ze is een vrouw met een lange staat van dienst. Je schuift haar niet zomaar opzij. En toch stond ook zij te kijken toen de scooters van de dealers op haar schoolplein verschenen. Alsof ze daar hoorden. Met behulp van de wijkagenten heeft zij de dealers verjaagd. 'Je moet eropaf', zegt ze. Het is alsof ze meer zichzelf toespreekt dan ons. 'Ook als ze aan de openbare weg staan, moet je eropaf. Je moet ze wegsturen. Nu zijn ze buiten ons gezichtsveld. Dat is nodig voor de school. Maar daarmee hebben we nog niet bereikt dat het niet meer gebeurt. Die illusie heb ik niet. Het verplaatst zich. Natuurlijk verplaatst het zich. Ik kan niet voorkomen dat leerlingen worden geronseld, als koerier of als hoertje.'

Een paar weken eerder waren we in een debatcentrum in de binnenstad van Tilburg. We waren uitgenodigd voor een discussiemiddag tussen mbo-scholieren. Een donkere zaal, half gevuld met ruim honderd jonge mensen; op de achterwand van het toneel is in grote letters de reden van de samenkomst geprojecteerd: 'De lokroep van het illegale geld.'

In de val

De opdrachtgever laat hem onderweg in elkaar slaan en het spul wordt gestasht

EeDzjie, 17 jaar

Van discussie is amper sprake. Sommigen leggen statements af die de anderen niet echt lijken te beroeren. 'Ik merk dat het taboe eraf is', had een begeleidende docente ons al gezegd. 'De laatste tijd zie ik dat leerlingen er gewoon open over zijn, over de drugsindustrie als interessante bron van bijverdiensten.'

We ontmoeten AJ, spreek uit EeDzjie, 17 jaar. 'Ik ga er niet al te diep op in', zegt hij ernstig, 'maar je mag gerust aannemen dat veel jongens erin worden geluisd. Een opdrachtgever stelt 10 duizend euro in het vooruitzicht. Het is voor één keer, zegt hij erbij. De jongen wordt met cocaïne op pad gestuurd, de opdrachtgever laat hem onderweg in elkaar slaan en het spul wordt gestasht. De jongen komt terug, vertelt dat hij is overvallen, de opdrachtgever zegt: jammer voor je, dit kost me duizenden euro's, zorg maar dat ik het terugkrijg. Dan zit je in de val, dan moet je wel blijven runnen, want anders zijn de gevolgen bloederig.'

Ouders hebben geen flauw benul als hun 12-jarig kind grof aan het bijverdienen is

Aïsha, 19 jaar

In het debatcentrum lopen we ook Aïsha tegen het lijf. Ze is klein en frêle. Ze studeert sociaal-cultureel werk op een mbo in Brabant. 19 is ze; toen ze 16 was, werd ze voor het eerst benaderd: 'Ik kende hem niet, hij zag eruit als een gewone jongen, een T-shirt, een spijkerbroek. Hij vroeg of ik een pakketje cocaïne van Tilburg naar een adres in Amsterdam kon brengen. Ik zou 2.000 euro krijgen. Het is heel verleidelijk, ik heb het niet gedaan.'

Aïsha heeft zich vastgebeten in de kwestie. Dat komt, zegt ze, doordat dealers haar verstandelijk gehandicapte broertje te grazen hebben genomen. Eerst hebben ze in het geniep zijn jaszakken volgestopt met wiet en daarna hebben ze hem geïntimideerd en bedreigd en hebben ze hem gezegd: je staat bij ons in het krijt.

Het heeft haar zo kwaad gemaakt dat ze nu bijna in haar eentje actie voert. Ze wil gastlessen geven op scholen. Ze verwijt scholen duikgedrag. Ze zegt: 'Scholen zwijgen, scholen kijken weg. Er is veel verzuim van leerlingen die op pad zijn, er wordt veel verdoezeld. Controles van kluisjes op drugs worden een week van tevoren aangekondigd. Logisch dat zo'n school naderhand kan zeggen: wij zijn clean. Ouders moeten ook veel alerter zijn. Ze zijn naïef. Ze hebben geen flauw benul als hun 12-jarig kind grof aan het bijverdienen is.'

Als ronselen zo'n wijd en zijd verbreide praktijk is, waarom horen we daar zo weinig van?

Het is een leerzame middag, maar intussen zitten we met tal van vragen. De belangrijkste is natuurlijk: als ronselen zo'n wijd en zijd verbreide praktijk is, door het gehele land, waarom horen we daar zo weinig van? Is het waar dat scholen duiken? Wat weet de politie? Wat weten burgemeesters? Zijn er cijfers, heeft iets of iemand een algemeen beeld?

De docente van de mbo-leerlingen praat met veel empathie over haar leerlingen. Ze zegt dat we ons niet kunnen voorstellen hoe kwetsbaar tegenwoordig opgroeiende kinderen zijn. Met een gemoed dat zweeft tussen hoop en wanhoop probeert ze de scholieren waakzaamheid bij te brengen. Ze weet waarover ze spreekt: 'Ik had op school een conflict met een meisje dat altijd te laat kwam. Ze was niet hygiënisch, ze leverde haar werk niet in. Op een gegeven moment werd ze heel boos op mij, ze schreeuwde: 'Jij weet niet hoe moeilijk ik het heb. Als ik gewoon over straat loop, kan ik een kogel door mijn kop krijgen.' De aap kwam uit de mouw. Ze werd serieus bedreigd. Ze had schulden, ze is cocaïne en wiet gaan rondbrengen, 17 was ze. Eerst kreeg ze goed betaald, daarna stopte de betalingen. Ze kon geen kant meer op, ze zat in de greep van de dealers.'

In Nederland zijn ook schoolkinderen in de greep van de georganiseerde criminaliteit

Verstrengeling

De Achterkant van Nederland noemden wij het boek dat we een paar maanden geleden publiceerden. Het gaat over de toenemende verstrengeling van onder- en bovenwereld. We probeerden een werkelijkheid van Nederland te laten zien die naar ons idee nog veel te weinig onderkend wordt. De miljarden van de drugsindustrie corrumperen de maatschappelijke verhoudingen, veel meer dan we geneigd zijn aan te nemen. In volkswijken zijn criminelen de baas; de financiële, de economische en zelfs de bestuurlijke wereld worden geïnfiltreerd. Wie niet meebuigt, wordt bedreigd.

We dachten dat wij aan de argeloosheid voorbij waren. Totdat, weliswaar in fragmenten, maar voor ons onmiskenbaar kwam vast te staan dat in Nederland ook schoolkinderen in de greep zijn van de georganiseerde criminaliteit. We gingen verder op onderzoek. Vaker dan ons lief was liepen we tegen muren. Een landelijk beeld is er domweg niet, niet in het onderwijs en evenmin bij de politie. Tegelijk zijn er ernstige signalen en overrompelende verhalen die allemaal in een en dezelfde richting wijzen: criminele bendes zijn actief onder scholieren.

Iedereen weet wat hier speelt. Maar er wordt veel verzwegen in de hechte gemeenschappen

Luc Winants, burgemeester van Brunssum

We treffen op onze speurtocht de burgemeester van het Zuid-Limburgse Brunssum. Ooit was het een ijzersterke gemeente met de Hendrik en de Emma als staatsmijnen. Brunssum is de sluiting van de kolenmijnen ondanks de komst van een Navo-hoofdkwartier nooit echt te boven gekomen.

De burgemeester heet Luc Winants. Hij is een vat vol dadendrift. Hij gaat voorop in een ambitieus programma tegen jeugdcriminaliteit. Wake Up heeft hij het genoemd, wakker worden. Winants: 'Iedereen weet wat hier speelt. Iedereen weet dat kinderen worden geronseld. Maar er wordt veel verzwegen in de hechte gemeenschappen.'

Na een jaar voorbereiding was het begin januari Grote Klapdag in Brunssum. Met 250 man militairen, politie en recherche zijn ze binnengevallen op tal van adressen. Winants: 'Hoe vaak vanuit scholen niet tegen mij is gezegd: wij kunnen informatie niet met u delen vanwege de privacy van de kinderen. Dat ik dacht: sodemieter op, hoe kom je erbij, privacy van kinderen! Als ik drie keer een melding krijg dat kinderen aan het handelen zijn in kalasjnikovs, kinderen van 15 jaar, een ander hooguit 21, dan gaan toch alle bellen rinkelen. Dan zeg je toch: weg met je privacy, ik moet nu alle puzzelstukken hebben.'

Ouders vragen niet door. Ze lijken bang te zijn voor hun kinderen

Luc Winants, burgemeester van Brunssum

In Brunssum heeft de politie een groep van 75 jongeren in beeld gebracht. Er zijn lijnen naar motorclub Satudarah. 'Er gaat in die wereld gigantisch veel geld om', zegt de burgemeester. 'We treffen jonge jongens met grote stapels bankbiljetten in hun zakken. We zijn bijna kinderlijk naïef. We hebben vaak geen idee van wat er echt speelt. En we zijn geen geoefende tegenpartij. Dat is heel zorgelijk.'

Winants spreekt van een piramide: twintig scholieren in de top, de rest verleent hand- en spandiensten. Hij zegt: 'Ouders vragen niet door. Ze lijken bang te zijn voor hun kinderen. Vaak genoeg hoor ik ouders zeggen: als ik doorvraag, wordt hij zo kwaad - ik doe het maar niet. De scholen willen vaak de aap niet op de schouder hebben. Ze willen geen reputatieschade. Maar ik verlang betrokkenheid van iedereen, ook van de scholen.'

Generatie

We kweken een type scholier zonder intrinsieke wens om iets te bereiken

Mbo-docente, Tilburg

De burgemeester lijkt door roeien en ruiten te gaan. Dat heeft een reden, zegt hij: 'Vaak denk ik: hier gaat een generatie de vernieling in. Als wij niet met z'n allen de zaak oppakken en alle informatie die we hebben met elkaar uitwisselen, dan gaat deze generatie naar de mallemoer.'

In haar eigen woorden had de mbo-docente uit Tilburg ons eigenlijk al hetzelfde voorgehouden. Waar komt het vandaan, wat zegt het over deze tijd, vroegen wij. Ze zei: 'We kampen in het onderwijs met ongelofelijk moeilijke lichtingen van leerlingen. Je hoort het niet alleen op mbo's, ook op hbo's. Het lijkt alsof ze niet langer dan drie minuten kunnen luisteren. Ze zien niet in waarom ze in zichzelf zouden moeten investeren. We kweken een type scholier zonder intrinsieke wens om iets te bereiken. Het gaat alleen om uiterlijkheid. Ze hebben veel nodig. Het maakt ze tot een makkelijke prooi van dealers.'

We bellen lukraak met scholen. Zinloos tijdverdrijf. Directies laten weten dat het probleem zich op hun school niet voordoet. Ook noteren we als reactie dat men zich 'niet wil associëren met het onderwerp'. De VO-raad, koepel van het voorgezet onderwijs, is niet bekend met het fenomeen. De directeur van de Algemene Vereniging van Schoolleiders spreekt van 'zeer serieuze problematiek. We zien kwetsbare kinderen met weinig zelfvertrouwen die op allerlei manieren beïnvloedbaar zijn.' Maar de vereniging heeft geen idee hoe wijdverbreid de greep van georganiseerde criminelen op leerlingen is. De stichting School en Veiligheid meldt dat het thema 'buiten onze scope' valt.

Een ander geluid komt van Ingrado, de landelijke vereniging van leerplichtambtenaren. Voorzitter Roozemond zegt dat medewerkers van de vereniging signalen krijgen uit het land. 'Het staat absoluut vast dat er geronseld wordt onder scholieren', zegt ze. 'Ik weet dat honderd procent zeker.'

Een overzicht, een totaalbeeld heeft ook deze vereniging niet. De voorzitter: 'Ik weet dat er op veel scholen niet gemakkelijk over wordt gesproken. Toch pleit ik ervoor dat de directies het probleem gaan benoemen. Het is de enige manier om in samenwerking met gemeenten en politie deze naargeestige toestand te doorbreken.'

We hebben meegemaakt dat jonge kinderen, brugpiepers, op straat in elkaar werden gerost

Directeur scholengemeenschap in de Randstad

Chantage

We krabbelen voort. We treffen een directeur van een scholengemeenschap 'ergens in de Randstad'. Liever geen nadere aanduidingen. Hij vertelt hoe hij, pas begonnen als directeur, getroffen werd door bovenmatig veel scooters rondom zijn school. Hij had snel door dat het om drugs ging.

Zijn verhaal: 'Wat wij zien is dat jongens die niet ouder zijn dan 14, 15, 16 jaar jongere leerlingen ronselen. Ze zetten die jongere kinderen onder druk. Die moeten drugs gaan verhandelen, ze moeten koeriersdiensten gaan verrichten, ze moeten actief worden in het loverboycircuit of ze moeten van medeleerlingen dure spullen stelen zoals iPads en smartphones.

'Ze dreigen hen in elkaar te slaan. Soms doen ze dat ook daadwerkelijk. We hebben meegemaakt dat jonge kinderen, brugpiepers, op straat werden aangevallen, in elkaar werden gerost.

Alles brengen ze weg, pillen, cocaïne, crack. Zo blijven de dealers buiten beeld

Directeur scholengemeenschap in de Randstad

'Het gebeurt dat slachtoffers opdracht krijgen andere slachtoffers te maken. Meisjes die in de macht zijn van loverboys worden onder druk gezet om andere meisjes op school te ronselen. De jongens beschikken over foto's van het meisje, naaktfoto's. Als ze zou weigeren om andere meisjes te werven, worden die foto's als chantagemiddel ingezet.'

Hij ziet het onder zijn ogen gebeuren. Hij zegt de kwetsbare kinderen te herkennen. Als een nieuwe lichting binnenkomt, kan hij ze zo aanwijzen. Het zijn de meisjes die al redelijk volgroeid zijn. En onder de jongens zijn het de kleine guppies, die vol bravoure zijn. Die worden volgens de directeur eruit gepikt. 'Ze zijn geschikt omdat ze gemakkelijk beïnvloedbaar zijn; ze willen erbij horen.

'Wij krijgen nu signalen van basisscholen dat het steeds vroeger begint. Dan komen ze bij ons op school, in de brugklas, en dan zijn ze al geronseld. Voor koeriersdiensten. Alles brengen ze weg, pillen, cocaïne, crack. Zo blijven de dealers buiten beeld. En wie verdenkt nou een jong kind?'

De directrice van de vmbo school in de provincie Utrecht had ons al verteld geen greep te hebben op wat zich afspeelt buiten de hekken. Hetzelfde geldt voor deze directeur: 'Op wat er buiten de school gebeurt, hebben wij totaal geen vat. Ik maak me zorgen over de graad van organisatie onder de criminelen. Die wordt steeds beter, steeds professioneler. Het betekent dat wij er minder greep op krijgen, van jaar op jaar. Als school kun je het amper voorkomen. Er zijn zoveel contactmomenten tussen leerlingen. Ze wisselen telefoonnummers uit; als leerkracht kom je daar niet bij.

'Wij hebben in het team afgesproken dat we teruggaan naar waar wij als school voor bedoeld zijn. Terug naar de basis. Dat betekent goed onderwijs. Niet alleen didactisch, ook pedagogisch. We willen binnen de school rust, regelmaat en reinheid. Er zijn opstandjes geweest tegen die lijn. Er was een groep die als houding had: we zullen nog wel even zien wie hier de baas is. Dat hebben we achter de rug, lijkt het.'

Voor sommige kinderen begint hun criminele carrière al tussen de 10 en 12 jaar

Elly Blanksma, burgemeester van Helmond

We treffen nog een burgemeester die voorop gaat. 'Als jongeren liever als drugskoeriertjes rondknorren dan de vakken vullen, heb ik niet de luxepositie om weg te kijken.' Elly Blanksma is burgemeester van Helmond, industriestad van inmiddels 90 duizend inwoners.

'Voor sommige kinderen begint hun criminele carrière al tussen de 10 en 12 jaar. Die zitten nog op basisscholen. Het houdt me enorm bezig. Hoe kun je ingrijpen?

'Alles is drugsgerelateerd. Ze gebruiken. Ze dealen. En ze zijn koerier. Er zijn jongens van 16, 17 jaar die 10 duizend euro per maand te besteden hebben. Toen ik dat besprak met onze politiemensen zei een van hen: 'Met tien mille zit je echt aan de onderkant, er wordt veel meer verdiend.' Een jongen van 16 die meer dan een ton per jaar binnenhaalt zal niet denken: het is zaak dat ik mijn opleiding afmaak.'

Stigmatisering

De directeuren zeggen tegen mij: één negatief bericht betekent honderd aanmeldingen minder

Elly Blanksma, burgemeester van Helmond

De burgemeester is met drie schooldirecteuren, die meer dan tienduizend leerlingen onder zich hebben, aan tafel gaan zitten. Ze komt op voor de scholen. '90 procent, 95 procent gaat goed', zegt ze. 'Maar de rotte plekken moeten eruit.

'Die directeuren kunnen mij de namen noemen van ten minste tien gezinnen waar het fout gaat, want dat zie je gewoon, je voelt het als schooldirectie. Als wij die gegevens nu eens leggen naast een top-10 van onze kant, zouden we misschien een keer echt achter de voordeur kunnen komen. De wet verbiedt het delen van deze informatie. Dat is een probleem. Beeldvorming - ik laat mijn school niet zomaar stigmatiseren - is een volgend probleem. De directeuren zeggen tegen mij: één negatief bericht betekent honderd aanmeldingen minder. Maar dat we een groot probleem hebben, erkennen ze allemaal.'

Jongeren wisselen onderlinge informatie steeds vaker uit via games

Het geldt ook voor de politie. Wat is het beeld dat daar bestaat? Een politiechef uit de regio Zeeland West-Brabant schrijft ons: 'Ik maak me zorgen. Maar ik schrik er niet van, want het is herkenbaar. Ik herken het aan de verhalen van mijn wijkagenten die kinderen van 14 in extreem dure kleding zien rondlopen, in jassen van 900 euro.'

De teamchef haalt voor ons een aantal wijkagenten en jeugdrechercheurs bij elkaar. We zitten in een vergaderzaaltje op een bureau in Sprang-Capelle. De politiemensen vertellen dat jongeren onderlinge informatie steeds vaker via games uitwisselen. In gecodeerde vorm geven ze via het spel berichten door aan elkaar. Daar krijg je als wijkagent geen vinger achter.

Het probleem is dat het probleem van niemand is

Agent uit de regio Zeeland West Brabant

Op in beslag genomen telefoons zien de agenten hoe jongens van 15 elkaar berichten over een halve kilo coke, over een hele kilo coke. Vol trots wisselen ze beelden uit van wapens en van stapels geld.

Op papier houden politie, jeugdzorg, gemeenten en Openbaar Ministerie elkaar op de hoogte. In de praktijk is de materie weerbarstiger. 'Het probleem is', zegt een van de agenten, 'dat het probleem van niemand is. Het gebeurt maar zelden dat in het overleg met partners iemand de vinger opsteekt en zegt: oké, die zaak is van mij.'

De directrice van de vmbo-school in de provincie Utrecht had ons eerder hetzelfde voorgehouden: 'Ik maak herhaaldelijk mee dat we met tien, twaalf instanties om een tafel zitten. Er gebeurt niks. En waarom niet? Omdat niemand de regie neemt.

Je ziet dat kinderen eraan gaan, je weet dat je nu moet ingrijpen en je zit erbij en het gebeurt niet

Directrice VMBO school, Utrecht

Onmacht

'De een kijkt naar de ander en iedereen verschuilt zich achter de ander. Ik noem het altijd het gelulder-delulder aan zo'n tafel, je wordt er heel droevig van. Het vervelende is: als school ben je niet een instantie die zorg levert. Wij doen het onderwijs. Ik heb herhaaldelijk meegemaakt dat buurtteam naar zorgteam wijst en zorgteam wijst naar hulpteam en niemand zegt: nu is het afgelopen, nu gaan we dit probleem als volgt aanpakken.

'Ik sla dan met de vuist op tafel. Dan zeg ik: nu is het klaar, we hebben hier meisjes met stapels problemen, zo groot dat je je afvraagt hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat ze nog opgroeien. Het zijn kwetsbare kinderen, ongelofelijk kwetsbare kinderen. De gezinnen waaruit die meisjes komen krijgen hulp, zeker krijgen die hulp. Weet je van wie? Van de kant van de dealers, van de kant van criminelen.

'Hou toch op, jongens, hou toch op. Ik vind het zo lamlendig, zo verschrikkelijk lamlendig. Begrijp me goed, ik vind het van mezelf ook lamlendig. Je ziet dat kinderen eraan gaan, je weet dat je nu moet ingrijpen en je zit erbij en het gebeurt niet. Dan voel je heel sterk je eigen onmacht.'