John Dost, medeoprichter LPF, verdacht van hypotheekfraude

Vastgoedhandelaar en medeoprichter van de Lijst Pim Fortuyn John Dost is in Rotterdam opgepakt op verdenking van hypotheekfraude en valsheid in geschrifte....

Een woordvoerder van de bank zegt dat een van de Rotterdamse vestigingen twee jaar geleden aangifte heeft gedaan tegen Dost, vanwege een poging tot knoeien met Rabo-hypotheken. Naast Dost is nog een verdachte aangehouden. Volgens een woordvoerder van het in fraude gespecialiseerde Functioneel Parket (onderdeel van het OM) zitten beiden nog vast, en komen ze deze week weer vrij.

Dost staat bekend vanwege zijn overdadige levensstijl. Hij is ‘een man van wijntje, trijntje, pleziertje’ en ‘een kleine rommelaar in de onroerendgoedwereld’, aldus vastgoedtycoon en LPF-financier van het eerste uur Chris Thunnessen. Dost vertoefde vaak aan de Franse kust, waar hij een Rolls Royce reed en een zeiljacht bezat.

Dost was eigenaar van het kantoorgebouw waarin het hoofdkwartier van de LPF was gevestigd. Dit pand – de Spaanse Kubus in de Rotterdamse Spaanse Polder – werd in 2006 geveild omdat Dost niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen.

De veiling van het kantoor was het gevolg van financiële problemen. De Belastingdienst, de gemeente Rotterdam, een zakenpartner en een Duitse hypotheekbank wilden geld zien van de vastgoedhandelaar. Twee van zijn bedrijven gingen in 2006 failliet.

De curator die het faillissement heeft afgehandeld, bespreekt deze week met de rechter-commissaris de zaak, maar wil inhoudelijk geen mededelingen doen. Jordi Dost, de zoon van de vastgoedman, wil niet reageren. Jordi Dost nam in 2000 het server- en netwerkbedrijf We Dare over van zijn vader. Dat is gevestigd in de Spaanse Kubus.

In 2002 hielp Dost Pim Fortuyn met het oprichten van de LPF. Na de moord op Fortuyn deed de Rotterdamse vastgoedhandelaar een greep naar de macht in de partij. Halverwege mei 2002 riep hij zichzelf in het televisieprogramma NOVA uit tot de nieuwe leider van de LPF. ‘Er is maar één leider, en die heeft zich op de achtergrond gehouden. Die leider ben ik.’

Over het leiderschap van de partij brak in de maanden daarna een felle strijd uit, die Dost uiteindelijk verloor. De Kamerfractie stond pal achter het nieuwe bestuur dat de leiding van de partij had overgenomen, en dreigde de partij te verlaten als de oprichters zich niet terugtrekken. Dost en medeoprichter Peter Langendam traden eind november 2002 terug.