Collegezaal van de Universiteit Tilburg.
Collegezaal van de Universiteit Tilburg. © ANP

Hoger onderwijs is duidelijk verbeterd; minder uitval en bul is sneller binnen

Het onderwijs aan de meeste universiteiten en hogescholen is de afgelopen vier jaar duidelijk verbeterd, blijkt uit onderzoek. Er vallen minder studenten uit en ze studeren sneller af.

Docenten zijn beter opgeleid, studenten tevredener en aan universiteiten is minder studieuitval. De kwaliteit van het hoger onderwijs is er de laatste vier jaar flink op vooruit gegaan. Dat concludeert de reviewcommissie over de prestatieafspraken die universiteiten en hogescholen met de overheid hebben gemaakt.

De onderwijsinstellingen beloofden in 2012 onder andere meer contacturen, meer excellente studenten en minder studieuitval. De afspraken zijn een experiment, in het leven geroepen om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verbeteren. Er is ook een financiële prikkel ingevoerd: instellingen die de gemaakte beloften niet inlossen, krijgen minder geld.

Zes hogescholen krijgen een tik op de vingers

De commissie is 'aangenaam verrast' door de resultaten, zegt voorzitter Frans van Vught. De meeste van de 36 hogescholen en 18 universiteiten hebben hun onderwijs voldoende verbeterd.

Zes hogescholen krijgen een tik op de vingers: bij hen is het aantal studenten dat op tijd afstudeert gedaald in plaats van toegenomen. Minister Bussemaker besluit komende maand of ze de instellingen daadwerkelijk gaat korten.

Dit zijn de drie belangrijkste bevindingen van de commissie:

Meer diploma's in kortere tijd

Ze hebben het vier jaar geleden beloofd: meer studenten moeten hun diploma halen en als het even kan in minder tijd. Dat betekent minder studieuitval en meer studierendement - het aandeel studenten dat op tijd z'n diploma haalt. Op tijd wil zeggen: binnen de nominale studieduur plus één jaar.

Universiteiten zijn daarin geslaagd. De gemiddelde uitval liep een paar procentpunten terug en het rendement nam zelfs flink toe. In 2015 haalde 74 procent van de studenten binnen vier jaar zijn bachelordiploma. In 2012 was dat nog 60 procent.

Daar hebben universiteiten wel wat voor moeten doen: ze zijn beter en uitgebreider voorlichting gaan geven, waardoor studenten minder vaak de verkeerde keuze maken, zegt Karl Dittrich, voorzitter van universiteitenkoepel VSNU. 'Wat ook heeft geholpen: het aantal contacturen met docenten is opgevoerd en studenten krijgen meer individuele begeleiding.'

het aantal contacturen met docenten is opgevoerd

Karl Dittrich, universiteitelkoepel VSNU

Veel hogescholen zijn op dit vlak een stuk minder succesvol: de uitval bleef hetzelfde: ruim een op de vier studenten maakt zijn studie niet af. Het studierendement verslechterde zelfs. Vooral instellingen in de Randstad hebben het moeilijk. Daar haalt slechts iets meer dan de helft op tijd een diploma.

Paradoxaal genoeg is dat juist het gevolg van meer kwaliteit op hogescholen. 'Veel instellingen hebben de lat de laatste jaren hoger gelegd', zegt commissievoorzitter Van Vught, voormalig rector magnificus van de Universiteit Twente. 'Tegelijkertijd is de studentenpopulatie complexer geworden.' Dat betekent meer studenten die doorstromen van het mbo en meer studenten met een niet-westerse achtergrond. 'Die groepen vallen sneller uit.'

Betere docenten

Het levert fijne staafdiagrammen op: vier jaar geleden waren er nog nauwelijks docenten met een Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO), nu heeft aan sommige universiteiten bijna het volledige docentenkorps zo'n certificaat.

Universiteiten en hogescholen beloofden de kwaliteit van docenten te verbeteren. Aan universiteiten nam dat de vorm aan van een BKO, een basiscursus didactiek, die aan elke instelling weer anders wordt ingevuld.

Hogescholen stimuleerden hun docenten om een master of PhD-graad te halen. Er zijn beurzen en stimuleringstrajecten in het leven geroepen om docenten aan een universitair diploma te helpen, zegt Marjolein Schooleman van de Vereniging Hogescholen. 'En aankomende docenten moeten een masteropleiding hebben.'

Als je alleen universitair geschoolde leraren hebt, mis je de ervaring uit het bedrijfsleven

Jan Sinnige, Interstedelijk Studenten Overleg

Maar wordt de onderwijskwaliteit er beter van? Jan Sinnige van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft zijn twijfels. 'Wij horen dat aan sommige universiteiten de docenten in een middagje door een cursus worden gejaagd. Dat heeft weinig zin.'

Hogescholen dreigen op hun beurt de koppeling met het werkveld kwijt te raken. 'Als je alleen universitair geschoolde leraren hebt, mis je de ervaring uit het bedrijfsleven en andere instellingen waar de studenten uiteindelijk terechtkomen.'

Studenten zijn tevredener en excellenter

Studenten aan hogescholen zijn over het algemeen behoorlijk tevreden over het onderwijs dat ze krijgen. Hogescholen en universiteiten moesten hun kwaliteit verbeteren. Hoe, daar waren ze tot op zekere hoogte vrij in.

De meeste hogescholen kozen voor het verbeteren van studententevredenheid, gemeten via de jaarlijkse Nationale Studentenenquête. Studenten vinden onder andere dat de inhoud van de opleidingen is verbeterd, ze zijn tevredener over de voorbereiding op een loopbaan, de docenten en de studielast.

Je kunt beter zorgen dat alle studenten het maximale uit hun studie halen

Jan Sinnige

Veel universiteiten kozen voor een andere graadmeter: het aantal studenten dat deelneemt aan een excellentietrajecten en honoursprogramma's. Dat steeg de afgelopen jaren naar circa 8 procent.

Dat is niet alleen goed voor uitblinkers, maar voor alle studenten, zegt VSNU-voorzitter Dittrich. 'Je ziet het bij University Colleges: daar haalt 95 procent van de studenten binnen drie jaar zijn diploma.' Andere instellingen leren daarvan. De oprichters van University Collges delen hun kennis met reguliere universiteiten.

Jan Sinnige van het ISO denkt daar anders over: 'Er wordt nu veel geld in een klein groepje excellente studenten gestoken. Je kunt beter zorgen dat alle studenten het maximale uit hun studie halen.'