Toeristen vermaken zich kostelijk op een rondvaartboot in de grachten van Amsterdam.
Toeristen vermaken zich kostelijk op een rondvaartboot in de grachten van Amsterdam. © ANP

Grote rederijen Amsterdam behouden alle rondvaartboten door verkooptruc

Bij zijn toch al kafkaeske poging de Amsterdamse rondvaartmarkt open te gooien, is wethouder Udo Kock nog verder in verlegenheid gebracht. Dankzij slim gebruik van zijn gemeentelijke regels kan de gehele vloot van rondvaartreus Kooij in de grachten blijven. Kleine reders die bijna allemaal hun vergunningen voor salonbootjes en trekschuiten kwijtraken, kunnen Kocks bloed inmiddels wel drinken.

In Kocks 'gewogen toetreding' voor passagiersvervoer wilde de wethouder juist voorkomen dat de unieke klassieke scheepjes massaal het onderspit zouden delven. Daarom gunde hij 60 van de 135 te vergeven vergunningen aan 'beeldbepalende schepen'. Maar vorige week bleek dat de selectiecriteria voor 'beeldbepalendheid' zo uitpakten dat de President John F. Kennedy van rederij Kooij - de klassieke rondvaartboot waarin het Nederlands Elftal in 1988 werd gehuldigd - als allermooiste uit de bus kwam. En ook 45 volgende gelukkigen waren klassieke lage boten met ronde glazen kappen. Tientallen notarisbootjes en trekschuiten vingen bot.

Toch was Kock tevreden. Want: 'Een op de drie vergunningen gaat naar nieuwe toetreders.' Inmiddels blijkt dat op die constatering wel wat valt af te dingen. Twee van die nieuwe toetreders - de kleine armlastige rederijtjes Haerlem en Waterweelde - blijken hun plekken namelijk te hebben gewonnen met zestien rondvaartboten van rederij Kooij. Die schepen werden vlak voor de loting onder voorbehoud verkocht. Zo wist Kooij ondanks het maximum van 12 aanvragen per rederij toch de gehele vloot in de grachten te houden. 

Bij Stromma (voorheen Canal Company) is een vergelijkbare constructie bedacht. Daar zijn zes rondvaartboten ingeschreven onder de naam van een directeur van het bedrijf. Zo kregen in totaal 17 van de 34 Stromma-schepen een vergunning.

Wij proberen alleen onze prachtige boten te redden

Rederij Kooij

In de rondvaartwereld worden dergelijke 'nieuwe rederijen' gezien als 'stromannen' van de grote bedrijven. Zeker nadat de eigenaar van rederij Staets (twee schepen) maandag voor de camera van stadsomroep AT5 vertelde dat Kooij hem vroeg zijn boten in te schrijven. 'Het was heel duidelijk puur een papieren truc', aldus de directeur. 'Er was geen sprake van verkoop van de boten of het voeren van een gemeenschappelijke bedrijfsvoering.' Welk bedrag Kooij hem precies bood, wil de reder niet zeggen. 'Maar het ging niet om tientjes.' Hij ging er niet op in.

Bij Kooij bevestigen dat ze 'in gesprek' waren met Staets. De rederij ontkent dat Haerlem en Waterweelde stromannen zijn. 'Door onze boten te verkopen hebben wij alleen onze prachtige boten proberen te redden en ook de werkgelegenheid van onze schippers.' Dat bevestigt rederij Waterweelde, waarvan de eigenaar op dit moment slechts één klein salonbootje in Amsterdam exploiteert. 'Waterweelde betaalt een marktconform bedrag en krijgt de boten in 2020', zegt woordvoerder Pieter Bas Mijnster. 'Wij zoeken nu naar investeerders.'

Het ging niet om tientjes

Rederij Staets

De kleine rederijen oordelen relatief mild over de acties van Kooij en Stromma. 'Dit is vooral het gevolg de toewijzingsprocedure die op het stadhuis is gemaakt', aldus Frans Heijn. Wethouder Kock wil niet op de individuele zaken ingaan, maar laat weten dat hij de signalen 'zeer serieus' neemt en onderzoekt.

Aanvullingen en verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de maatschappij Stromma haar hele vloot redde. Dat klopt niet. In totaal kregen 17 van de 34 schepen een vergunning. Ook stond er dat zes rondvaarboten zijn verkocht aan een directeur van het bedrijf. Deze koop is echter nog niet rond.