1560154
De lijken van de broers De Witt, een schilderij van Jan de Baen.

Een wijnkoper, een herbergier en diens slager doodden Johan de Witt in 1672

Niet alleen de schutterij, maar ook gewapende middenstanders in de hofstad hebben de gebroeders Johan en Cornelis de Witt op 20 augustus 1672 vermoord. Tot die conclusie komt historicus Ronald Prud'homme van Reine in zijn boek Moordenaars van Jan de Witt, de zwartste bladzijde van de Gouden Eeuw (uitgeverij Arbeiderspers).

Twee weken voor zijn dood was Johan de Witt teruggetreden als raadspensionaris van het gewest Holland; Willem III, de latere stadhouder, was aan de macht gekomen. Maar de Oranjegezinden vertrouwden Johan en zijn broer Cornelis niet. Prud'homme is ervan overtuigd dat Willem III op de hoogte was van het moordcomplot tegen de twee. Weliswaar vocht hij bij de Waterlinie tegen de Fransen, drie dagen eerder zou hij in het diepste geheim in Den Haag zijn geweest voor overleg met de samenzweerders van de lynchpartij.

Rumoerig
Op de dag van de moord bezocht Johan zijn broer, de ruwaard (gouverneur) van de Heerlijkheid Putten. Cornelis zat in de Gevangenpoort bij de Hofvijver, omdat hij een complot zou hebben gesmeed tegen de prins. Op straat was het rumoerig, waardoor Johan niet meer weg kon.

De schutters hielden de meute op afstand, maar waren niet alleen bij de gevangenis, ontdekte Prud'homme. Wijnkoper De Rijp en slager Louw slaan Cornelis met hun bajonetten dood. Zeeofficier Maerten van Valen schiet de vluchtende Johan van achteren neer.

Pieter Verhagen, herbergier van de Dolphijn, geeft Johan met de kolf van zijn musket een harde slag op het hoofd. Diens slager Christoffel de Haan voltooit de moord met messteken. De schutterij vuurt nog op de lijken; dan pas mag het volk de lichamen hebben en ze aan de galg hangen.