Zo kiest u de perfecte school voor uw kind

Want dat is volgens de Onderwijsinspectie erg belangrijk

Het maakt veel uit naar welke school een kind gaat, concludeert de Onderwijsinspectie. Maar het kiezen van de perfecte school is een hels karwei. Drie adviezen.

Hordes ouders liepen begin dit jaar met hun kroost de open dagen van de middelbare scholen af. Ze keken naar de schoolband die steeds dezelfde drie liedjes speelde, deden ontplofproefjes in het scheikundelokaal en stelden docenten intelligente vragen over de hoeveelheid huiswerk en - voor gevorderden - de pedagogisch-didactische visie van de school.

Dat de keuze van een school belangrijk is, wisten veel van die ouders wel. Dat het écht uitmaakt, zoals de Onderwijsinspectie concludeert in het jaarverslag dat gisteren werd gepresenteerd, komt waarschijnlijk als een verrassing.

Want ja, het scheelt behoorlijk, bij alle schooltypen, in alle sectoren en in het hele land. Vergelijkbare kinderen eindigen op de ene basisschool met een hoger schooladvies dan op een andere. Kinderen maken op de ene middelbare school veel meer kans op een diploma dan op de andere school.

Het gevolg laat zich raden. Flink wat ouders zullen nóg beter hun best gaan doen om de goede school - nee, de perfecte school - voor hun kind te vinden. Hoe moeten ze dat aanpakken?

1 Ga naar een vergelijkingssite

Lees meer over het inspectierapport

Verschillen tussen scholen te groot: 'Talent gaat verloren'

De verschillen tussen scholen zijn te groot, constateert de Onderwijsinspectie. Volgens inspecteur-generaal Monique Vogelzang gaat daardoor veel talent verloren.

Zorgen bij inspectie en politiek: kwaliteitsverschil tussen scholen veel te groot

Het kwaliteitsverschil tussen scholen in Nederland is te groot. Dat concludeert de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs.

Er is veel informatie beschikbaar over scholen. De beste plek om die te vinden, is scholenopdekaart.nl, een vergelijkingssite waarop de schoolbesturen een brij aan cijfers en grafieken publiceren. Ook verwijst de website naar het meest recente rapport van de Onderwijsinspectie.

Maar er is ook kritiek. 'Je moet haast een academische opleiding hebben gehad om er wijs uit te worden', zegt Peter Hulsen van Ouders & Onderwijs.

De grafieken zijn soms lastig te interpreteren en de teksten staan vol jargon. 'Als je iets wil weten over de sfeer op school, moet je zoeken onder het kopje 'schoolklimaat'. Ik denk dat veel mensen denken dat dat over de temperatuur en de luchtvochtigheid op school gaat.'

2 Negeer de scores op de eindtoets

Heeft de Onderwijsinspectie goed werk afgeleverd?

Kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn moeilijk te meten. Heeft de inspectie goed werk afgeleverd? Thijs Bol, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in onderwijsongelijkheid, denkt van wel. 'Gegeven de mogelijkheden is dit het beste onderzoek wat je kunt doen.'

Het is heel moeilijk om precies uit te vogelen hoe belangrijk een school is voor een leerling, zegt de universitair docent. 'Vergelijk het met voetbal. Het is erg lastig te zeggen te zeggen of iemand een goede trainer is of niet. De coach van Roda JC kan heel goed zijn, maar hij wint nooit van Barcelona.'

Zo is het ook met scholen. 'Leerlingen uit goede milieus clusteren samen op bepaalde scholen.' Door alleen naar Cito-scores of naar slagingspercentages te kijken, weet je niet genoeg. De inspectie combineerde voor haar onderzoek verschillende gegevens over de leerling-samenstelling van een school en buurt, zegt Bol die als extern wetenschapper meedacht over het onderwijsrapport.

Het onderzoek is volgens hem gedegen. 'Toch blijft het altijd de vraag in hoeverre de kwaliteitsverschillen aan de school liggen. Er zijn altijd allerlei onzichtbare verschillen tussen leerlingen die haast niet te meten zijn. Welke boeken lezen hun ouders? Hoe betrokken zijn ze bij het onderwijs van hun kinderen? Het kan allemaal een rol spelen.'

Bij een basisschool zijn veel mensen geneigd te kijken naar de gemiddelde score die de leerlingen van een school behalen op de eindtoets, bij middelbare scholen springen de slagingspercentages bij het eindexamen in het oog.

Dat zijn niet per se de indicatoren waar je als ouder iets aan hebt. Zo kunnen goede resultaten op de eindtoets best betekenen dat een basisschool gewoon in een chique wijk vol hoogopgeleide ouders zit.

Ook het slagingspercentage van middelbare scholen is onbetrouwbaar, zegt Misha van Denderen van de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs, die middelbare scholen heeft in heel Nederland. Scholen kunnen namelijk van alles doen om tegenvallende examenresultaten te maskeren.

Zo kunnen scholen twijfelgevallen laten zitten in het voorlaatste jaar, zodat ze de examenresultaten het jaar daarop niet verpesten. Ook laten ze kinderen afstromen: kinderen die binnenkwamen met een havo-advies schuiven bij tegenvallende prestaties door naar vmbo-t. Daar slagen ze gewoon, waardoor het slagingspercentage op orde blijft.

Ouders kunnen daarom beter op scholenopdekaart.nl kijken hoeveel kinderen op een hoger schooltype uitkomen dan het basisschooladvies, adviseert Van Denderen. Daaruit valt af te leiden of een school een kind zo veel mogelijk laat groeien.

'Probleem is dat de beschikbare cijfers laten zien of kinderen na twee jaar op een lager of een hoger niveau zitten dan verwacht', zegt Van Denderen. 'Liever zou je weten met welk advies kinderen binnenkomen, met welk diploma ze vertrekken en hoeveel vertraging ze daarbij opliepen. Die informatie is er wel, maar de inspectie stelt die niet voor ouders beschikbaar.'

3 Stel deze vragen aan een docent en een leerling

Op scholen waar leerlingen beter presteren, zijn de lessen beter en zijn er meer goede leraren, concludeert de inspectie in De Staat van het Onderwijs. De teams zijn er hechter en bestuurders stimuleren docenten om zich te ontwikkelen.

Interessant natuurlijk, maar op scholenopdekaart.nl valt daar weinig over terug te vinden. Jaap Versfelt heeft daar een oplossing voor. Volgens de initiatiefnemer van Stichting Leerkracht, die scholen helpt zichzelf te verbeteren, moeten ouders op open dagen twee vragen stellen.

De eerste vraag is voor een docent: 'Wanneer heb je voor het laatst een les van een collega bezocht en hem daarna feedback gegeven?' Antwoordt de docent dat hij dat nooit gedaan heeft, of misschien een keer het afgelopen jaar, dan is het geen goede school, aldus Versfelt.

De tweede vraag is voor een leerling: 'Wanneer hebben ze jullie hier voor het laatst om feedback gevraagd?' Vertelt zo'n kind dat het ooit een keer een enquête heeft ingevuld, maar dat onduidelijk is of daar iets mee gebeurd is, dan is het een slechte school.

En ja, voor hem is het echt zo simpel, zegt Versfelt. Natuurlijk kan het zijn dat zo'n school best aardige resultaten boekt, maar dat ligt dan vermoedelijk meer aan de kwaliteit van de instroom dan aan de kwaliteit van de school.

'Wil je alle leerlingen goed onderwijs bieden, dan moet je aan de bak als leraar. Het vak is te moeilijk om zelf het wiel uit te vinden. Daarom heb je hulp van collega's en leerlingen nodig. Zij kunnen je feedback geven, met hen kun je bedenken hoe het onderwijs beter kan. Dat is precies wat er gebeurt op plekken waar het onderwijs beter is dan hier, zoals in Ontario, Singapore en Shanghai.'

Politieke reacties op het inspectierapport over het onderwijs

Bente Becker (VVD): 'Wat opvalt in het rapport is dat scholen binnen dezelfde regels en met vergelijkbare populaties toch verschillend presteren. Mijn vraag aan de staatssecretaris van Onderwijs is daarom: hoe kunnen we de goede scholen ten voorbeeld stellen aan de hele middenmoot van scholen die berust in het predicaat voldoende? Want daar zit mijn grootste zorg.'

Harm Beertema (PVV): 'De laatste vierenhalf jaar hebben VVD en PvdA samen geregeerd. Die hebben zich door D66 en andere linkse partijen laten wijsmaken dat de scholen het allemaal zelf kunnen. Dat de professionaliteit van de leraren zo geweldig is, dat de citotoets afgeschaft moet worden, dat er sowieso niet meer getoetst mag worden. Nou, dit is het resultaat. Al die scholen doen maar wat.' 

Paul van Meenen (D66): 'Scholen in Nederland moeten over de volle breedte goed zijn. We staan wereldwijd nog hoog gekwalificeerd, maar we zakken weg. Daarom zijn drie dingen noodzakelijk. De docent moet ruimte, tijd en vertrouwen krijgen. Het rekenonderwijs moet vanaf de bodem opnieuw worden ingericht. En we moeten veel aandacht hebben voor de kansenongelijkheid in het onderwijs.'

Michel Rog (CDA): 'Heel zorgelijk is de constatering dat het rekenniveau achteruit gaat. Het is noodzakelijk dat we nagaan of al die vernieuwingen in het rekenonderwijs ons niet van de regen in de drup hebben gebracht. Verder valt de aandacht voor lerarenopleidingen op. We komen leraren tekort, maar de instroom in de pabo's neemt af en er vallen meer studenten uit. Hierover moeten we met elkaar in debat gaan.' 

Lisa Westerveld (GroenLinks): 'De inspectie laat zien dat we moeten blijven werken aan kansengelijkheid in het onderwijs. Verschillende groepen komen elkaar steeds minder tegen op school. Dat niet alle talenten van leerlingen en studenten worden benut, moet anders. Iedere leerling moet, ongeacht zijn achtergrond of de portemonnee van zijn ouders, alle mogelijkheden krijgen in het onderwijs.'

Kirsten van den Hul (PvdA): 'Iedereen wil dat zijn kinderen gewoon goed onderwijs krijgen, waar ze ook naar school gaan. Dit rapport laat wederom zien dat deze strijd nog lang niet is gestreden. We moeten daarom investeren in leraren en in onderwijs. Wij willen dat leraren meer tijd krijgen om lessen voor te bereiden en leerlingen te begeleiden, te beginnen op scholen met een achterstand.'

Eppo Bruins (ChristenUnie): 'Het schort aan goed leiderschap op school. De juffen en meesters zijn over het algemeen prima, zeker als zij kunnen werken in teams die divers zijn samengesteld. Maar ik leid uit het rapport af dat schooldirecties heel wisselend van kwaliteit zijn. Daarom moeten we vooral investeren in schoolleiders, in goed bestuur in onderwijsland.'