Belasting op vermogen botst met Rechten van de Mens
© ANP

Belasting op vermogen botst met Rechten van de Mens

Wie in een van de afgelopen vijftien jaren minder dan 1,2 procent rendement haalde over zijn spaargeld of vermogen, doet er verstandig aan naar de rechter stappen om belasting terug te vragen. Dat is het advies van advocaat-generaal René Niessen. In een zogenoemde conclusie voor de Hoge Raad schrijft deze dat meer belasting betalen dan rendement behalen in strijd is met het recht van eigendom zoals geformuleerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Een conclusie van een advocaat-generaal is een advies aan de Hoge Raad. Die moet tot een arrest komen in een zaak die in 2011 is aangespannen door een in Noorwegen wonende Nederlander die belasting moet betalen voor zijn huis in Nederland. Gebruikelijk is dat de Hoge Raad zo'n advies volgt.

In dat geval dreigt het einde van de uit 2001 stammende zogenoemde forfaitaire vermogensrendementsheffing. Ook de opvolger ervan, waaraan staatssecretaris Wiebes van Financiën nu werkt, kan mogelijk in de prullenbak.

De staat riskeert een miljardenclaim als belastingbetalers het advies van de advocaat-generaal opvolgen en naar de rechter stappen om hun te veel betaalde belasting van de afgelopen vijftien jaar terug te eisen. Ruim 3 miljoen mensen betalen de vermogensheffing die de schatkist jaarlijks circa 4 miljard euro oplevert.

Werkelijk behaald rendement

Het ministerie wacht het arrest af in de zaak die nu in cassatie voorligt bij de Hoge Raad

Staatssecretaris Wiebes

Niessen noemt de vermogensrendementsheffing 'onhoudbaar', 'willekeurig', 'onvoorspelbaar' en 'disproportioneel'. Het risico is volgens hem groot dat de heffing 'confiscatoir' is: leidend tot het interen op vermogen. Dat zit hem in het fictieve (forfaitaire) rendement waarvan zowel de huidige als de nieuwe regeling uitgaat.

Sinds 2001 doet de fiscus alsof iedereen 4 procent rendement incasseert op het vermogen. De belastingheffing is 30 procent over dat rendement, oftewel 1,2 procent van het vermogen. 'Wie zijn geld louter op spaarrekeningen belegt, haalt dat rendement niet', zegt Niessen. Zeker niet sinds het begin van de financiële crisis in 2008.

De advocaat-generaal vindt het niet eerlijk dat 'mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, hetzelfde percentage belasting betalen'. Niessen: 'Wanneer dit vaste percentage belasting niet kan worden betaald uit de opbrengst van het vermogen, is er sprake van een oneigenlijke ontneming.' Dat is in strijd met het EVRM, concludeert de advocaat-generaal.

'Maatschappelijke onrust en onvrede'

Wiebes is het niet eens met Niessen. De staatssecretaris verwijst naar een eerdere conclusie van Niessen en het bijbehorende arrest van de Hoge Raad dat de vermogensrendementsheffing 'in box 3' juist niet strijdig was met het EVRM.

De advocaat-generaal zegt dat hij van oordeel is veranderd, mede doordat België, Frankrijk en Duitsland inmiddels vinden dat de belasting op vermogen niet hoger mag zijn dan de opbrengst daarvan. 'Het ministerie wacht het arrest af', stelt Wiebes.

Wel is de staatssecretaris het met Niessen eens dat de heffing tot 'maatschappelijke onrust en onvrede' leidt nu de spaarrente al jaren ruim onder de fictieve 4 procent ligt. Volgens Wiebes en de Tweede Kamer moet er zo snel mogelijk een vermogensbelasting komen die het werkelijk behaalde rendement belast in plaats van het fictieve. 'Dat moet wel zorgvuldig worden voorbereid', meent Wiebes.

Tot het zover is, concludeert Niessen, 'kan de rechter beslissen dat de regeling buiten toepassing moet blijven in gevallen waarin een belastingplichtige verlies lijdt op zijn vermogen'. Dat verlies is er volgens Niessen als iemand minder aan zijn vermogen verdient dan de 1,2 procent belasting die hij erover betaalt.