Het werd Wintzen - steevast gekleed in spijkerbroek en kleurig overhemd en altijd met grijze stoppelbaard - vaak verweten ´links te lullen en rechts te vullen´. Op het eerste oog was het verwijt niet geheel onbegrijpelijk, maar wie zich een beetje in het werk en leven van Wintzen verdiepte, begreep dat geld nooit zijn belangrijkste drijfveer was.
Toch had Wintzen zijn bekendheid in grote mate aan zijn rijkdom te danken. In 1996 verkocht de in Scheveningen in een rood artsengezin geboren Wintzen zijn eigen IT-bedrijf BSO/Origin aan Philips. Het bedrijf had op dat moment een omzet van 820 miljoen gulden, draaide 5 miljoen gulden winst en had zo’n 6000 werknemers en kantoren in 21 landen.
De groei van het bedrijf – toen Wintzen het in 1976 voor tien gulden kocht waren er twaalf werknemers en leed het bedrijf verlies – was op zich al wonderbaarlijk, maar de manier waarop Wintzen het bedrijf twintig jaar lang had geleid en tot wasdom had laten komen, was vele malen wonderbaarlijker.
Quote-500
Toen in ’97 de 51ste werknemer werd aangenomen, splitste het softwarebedrijf
zich in tweëen. Dat proces herhaalde zich bij elke 50ste nieuwe werknemer.
Wintzen vond dat mensen het beste werk leverden als ze werkten met bekenden.
Een ander principe dat hij huldigde en dat hij de rest van zijn leven zou
blijven doen, was dat je je werknemers hun eigen verantwoordelijkheid moest
geven. 'Dat houdt het vuur brandend in de mens.'
Dankzij de verkoop van zijn bedrijf was Wintzen binnen. Het zou hem de rest van zijn leven een vaste plaats opleveren in de lijst van 500 rijkste Nederlanders van het zakenblad Quote. Afgelopen jaar stond hij met 57 miljoen euro op de 417e plek.
Over de klapper die hij op zijn 57ste maakte zei hij in het blad SQ in 2005: 'Slapeloze nachten had ik ervan. Misschien is het mijn christelijke achtergrond, maar later zei ik tegen mezelf dat het universum het mijn kant heeft opgestuurd om het zinnig te besteden. Geld en bekendheid gaf mij een enorme power. Het verschaft me nu toegang tot tout Nederland. Er is vrijwel geen topfiguur die mij niet wil ontvangen als ik bel. Dat geeft mij de verantwoordelijkheid niet aan eigen belangen te werken, maar aan die van de wereld. Dat die ietsje meer de goede kant op loopt.'
Duurzaam
Wintzen vulde die verantwoordelijkheid in door zich in te zetten voor een
duurzame wereld. Dat deed hij in de eerste plaats door duurzame
initiatieven, zoals bijvoorbeeld Greenwheels te steunen met zijn ´groene´
investeringsvehikel Ex’tent (Eckarts Tent).
Daarnaast was hij de luis in de pels van het Nederlandse bedrijfslevenen de overheid. Bij spreekbeurten op symposia en in de media las hij hen veelvuldig en in niet mis te verstane bewoording de les over het gebrek aan een duurzame visie en vertelde hij wat er moest gebeuren.
'Wanneer gaan we nu eens inzien dat groei van het BNP en CO2-reductie in ons huidige economisch model tegenstrijdig zijn met elkaar’, vroeg hij zich regelmatig hardop af. Dat een andere manier van leven de enige oplossing was betekende volgens Wintzen echter niet dat ‘we met z’n allen een stap terug zouden moeten doen.’ Geluk zat immers niet in méér, niet in materie.
Zwoele avonden
Een realist noemde Wintzen zichzelf, geen idealist. 'Ik doe in realistische
doelen.'
Hij was ook realistisch genoeg om in te zien dat er nog een lange weg bewandeld moest worden voordat zijn doelen gerealiseerd zouden worden. In het blad George zei hij eind vorig jaar: ‘Wat er nu in het bedrijfsleven gebeurt aan duurzaam ondernemen, stelt geen moer voor. Natuurlijk zijn er genoeg bedrijven die roepen dat ze heel veel doen, maar in werkelijkheid komt dat neer op vijftien pagina's met mooie kleurenfoto's van zielige negertjes en een braakverhaal over een minuscuul wapenfeitje in het sociale jaarverslag.'
In hetzelfde interview legde Wintzen uit waarom hij in het najaar van 2007 drie maanden lang in een vakantiehuis in Frankkrijk vertoefde, waar hij een keur aan vrienden en kennissen uit zijn enorme netwerk ontving. 'In Nederland zijn er hooguit tien avonden per jaar waarop je tot diep in de nacht, buiten een drankje kunt drinken. Daar blijven door verplichtingen misschien hooguit vier van over. Ik dacht: stel dat ik nog vijfentwintig jaar te gaan heb, dan heb ik dus nog zo'n krappe honderd avonden waarop ik kan genieten van een zwoele avond. Dat vond ik niet genoeg'.
Zelfs die honderd avonden zouden hem niet gegeven blijken. Eckart Wintzen laat drie kinderen en zijn vriendin achter.