Literatuurcriticus Kees Fens:
‘Samen met Boon is hij de grootste in Vlaanderen van na de oorlog. Hij
debuteerde met De Metsiers, een meesterwerk, net als de vroege Oostakkerse
gedichten. Hij was een van de Vijftigers, maar experimenteerde niet. Hij
hield vast aan de tradities van de Vlaamse literatuur, aan de directheid van
de taal. Zijn beste werk over België is Het verdriet van België en het
daarna geschreven De Geruchten, dat daar eigenlijk niet voor onder doet. Hij
onderscheidt zich door het Picasso-achtige karakter van zijn
kunstenaarschap, het altijd doorgaan, vaak ook het onvoltooide.’
Remco Campert, schrijver:
‘Hugo is mijn grootste held, als schrijver en als mens. Ik heb hem in 1950
ontmoet. Hij had De Metsiers geschreven, dat ik herkende als een werk van
mijn generatie. Het gevoel van: dit gebeurt nu, om me heen. Het had een
zekere moderniteit, iets Amerikaans.
‘Hij had iets filmisch. Altijd mooie vriendinnen, dan was hij weer in Rome, dan weer in Parijs. Hij was een wonderkunstenaar, want hij regisseerde ook nog films en toneel, en hij schilderde.’
Voormalig museumdirecteur Rudi Fuchs:
‘Hugo Claus was geen groot beeldend kunstenaar, maar zeker interessant in de
relatie met wie hij verder was: dichter vooral, en romanschrijver. Ik had
het idee dat hij in zijn werk op papier – met potlood, inkt, verf, collages
– een letterlijkheid nastreefde die in de literatuur niet aanwezig is. Hij
had de stijl overgenomen van de Cobra-kunstenaars als Karel Appel met wie
hij in Parijs in de jaren vijftig bevriend was geraakt, die zwierige
penseelvoering, gecombineerd met de Belgische melancholie van James Ensor en
Roger Raveel.’
Harry Mulisch, schrijver:
‘Hij is de grootste van de Vlaamse literatoren van de 20ste eeuw. Niet van de
Nederlandstalige literatuur, want het is onzin daarvan te spreken. Claus had
niet veel met het Nederlandse calvinistische schrijven. Het Franse en
Amerikaanse zie je bij hem. Hij was gulzig, grootmoedig en gastvrij, zoals
we ons voorstellen dat Belgen zijn.’
Theatermaker Ton Lutz, introduceerde Claus in Nederland als toneelschrijver
met Bruid in de Morgen:
‘Nadat ik het stuk had gelezen, had ik het gevoel dat ik er een broer bij had.
Ik was geschokt. Het was triest, prachtig, geheimzinnig. Over moeilijke
mensen die er niet uitkwamen, die vochten voor hun bestaan. Het was een heel
nieuwe kijk op een huiskamerstuk, in een gestileerde taal.’