Het rapport-Dijsselbloem dat woensdag werd gepresenteerd is het dertigste parlementaire onderzoek sinds de Tweede Wereldoorlog. Nog eens negen parlementaire enquêtes zijn in diezelfde tijd afgerond. Met het zelfkastijdend vermogen van de politiek zit het dus wel goed. Wat leert deze indrukwekkende stapel papier nog meer? Dat het Binnenhof wordt bevolkt door ‘tunnelvisionairen’.
Wie de onderzoeks- en enquêtereeks doorbladert, stuit op één constante in de vaak harde conclusies. De politiek heeft een verheven ideaal, soms gecombineerd met een door de ambtenarij ontworpen en gekoesterd systeem. Al dat moois mag niet door de werkelijkheid in de war worden geschopt. Dus houden politici en ministeries zich doof voor waarschuwingen van buiten dat het fout loopt. Tot het echt fout gáát. En dan komt er een onderzoek of een enquête.
Neem het rapport over de onderwijsvernieuwingen van de commissie-Dijsselbloem. Opeenvolgende bewindslieden werkten hun idealen over gelijke kansen en het wegwerken van achterstanden uit in desastreuze onderwijsmethoden. Vervolgens stonden de beleidsmakers ‘onvoldoende open voor kritiek en waarschuwingen’, aldus Dijsselbloem. Geen wetenschappelijk onderzoek maar politiek wensdenken was de drijfveer. In de woorden van de commissie: ‘de bewindslieden vertoonden een tunnelvisie’. Gevolg: slechter onderwijs voor generaties.
Van hetzelfde laken een pak, de onderzoekscommissie Infrastructuurprojecten uit 2004. Die onderzocht waarom grote projecten als de Betuwelijn en de HSL duurder uitvallen dan gepland. Conclusies: wensdenken bij de bewindslieden over winstgevendheid en noodzaak van de projecten; positieve rapporten van belanghebbenden; het wegfilteren van onwelkome gegevens; en een Tweede Kamer die buitenspel stond. Gevolg: miljarden euro’s extra uitgaven.
Dan de parlementaire enquête over Srebrenica. Ook hier een hard oordeel. De militaire missie naar voormalig Joegoslavië werd gedreven door hoogstaande maar onuitvoerbare humanitaire en politieke ambities. Onwelgevallige informatie werd door de landmachttop verdoezeld en de politiek luisterde te weinig naar bezwaren van de militaire staf. Gevolg: Nederlandse militairen moesten machteloos toezien hoe duizenden moslims werden vermoord.
Ook de WAO-enquête (1993) legde een fatale combinatie van ideaal en systeem bloot. De arbeidsongeschiktheidsregeling gold als kroon op de sociale zekerheid. Een goudgerande uitkering voor iedereen met een ‘vlekje’. Dat Nederland op den duur net zoveel arbeidsongeschikten telde als Duitsland, deerde de politiek niet. Toenmalig premier Lubbers werd weggehoond toen hij zei: ‘Nederland is ziek’. Pas toen de kosten uit de hand liepen, kwam er een enquête.
Een aardig voorbeeld van wat makkelijk een parlementair onderzoek had kunnen worden is Minas, het mineralenaangiftesysteem. De moeder aller systemen voor boeren met te veel mest. Nog steeds lopen op het ministerie van Landbouw misnoegde ambtenaren rond omdat hun love baby door de Europese Unie en het Hof van Justitie de nek is omgedraaid. Het geloof in Minas was heilig. Nadat Brussel met torenhoge boetes dreigde, ging Nederland overstag.
Wie de constante uit de onderzoeken in ogenschouw neemt, kan zich een onderzoekje naar het lerend vermogen van de Kamer voorstellen. Verder is het eenvoudig raden naar het onderwerp van de volgende enquête: de AWBZ. Opgezet uit idealen (een volksverzekering voor onbetaalbare ziekten), uitgebouwd met politieke wensen en uitgevoerd door belanghebbenden, kost de AWBZ inmiddels iedere modale werknemer 4.000 euro per jaar.