Die ferme conclusies trekt de parlementaire commissie-Dijsselbloem na intensief onderzoek naar de grootschalige onderwijsvernieuwingen van de afgelopen twintig jaar. De commissie heeft vandaag haar bevindingen gepresenteerd.
De vernieuwingen hebben hun doel niet bereikt, concludeert commissievoorzitter Jeroen Dijsselbloem (PvdA). De basisvorming, waarbij elke leerling ongeacht zijn niveau met dezelfde vijftien vakken begint, heeft niets opgeleverd. De introductie van de Tweede Fase (zelfstandig leren in het studiehuis en standaard vakkenpakketten in de bovenbouw) heeft zelfs ernstige schade aangericht: de doorstroom van havo naar vwo is erdoor gehalveerd. Het vmbo is de enige onderwijsvernieuwing die het onderzoeksrapport als ‘redelijk succesvol’ bestempelt.
De commissie laat na de onderwijsinnovaties expliciet aan een politieke analyse te onderwerpen. Hoewel Dijsselbloem de verantwoordelijke bewindslieden van een tunnelvisie beticht, worden de conclusies niet aan partijen toegeschreven, noch worden de bewindslieden met naam en toenaam genoemd – onder meer Tineke Netelenbos (PvdA), Jo Ritzen(PvdA), Jacques Wallage (PvdA), Wim Deetman (CDA). Het was volgens de kiescommissie ‘de kring van beleidsmakers’ die onvoldoende open stond voor kritiek en waarschuwingen.
Gelijkheidsideaal
Wel krijgt het gelijkheidsideaal, toch vooral een PvdA-idee, het zwaar te
verduren. ‘Daardoor zijn grote risico’s genomen met kwetsbare leerlingen
voor wie het onderwijs te (lang) theoretisch was en voor wie er geen aparte
leerroutes mochten komen.’ Ook werd de problematiek van allochtone
leerlingen en de forse groei van het aantal zorgleerlingen onderschat.
De maatschappij maakt zich terecht zorgen over het onderwijs, vindt Dijsselbloem. De overheid heeft zich in de jaren negentig soms tot in het klaslokaal bemoeid met de didactiek, en tegelijkertijd de exameneisen (wat moeten leerlingen aan het eind van hun schoolperiode kennen en kunnen) aan anderen overgelaten. Ook was er onvoldoende toezicht op de onderwijsresultaten.
Wat en hoe
Voor de toekomst adviseert de commissie in het onderwijs een strikte
scheiding aan te brengen tussen het ‘wat’ en het ‘hoe’. Het ‘wat’, dus de
eindkwalificaties, is aan de overheid, het ‘hoe’ komt voor rekening van de
leraar in de klas. Dijsselbloem adviseert een verplichte begin- en eindtoets
in het basisonderwijs, zodat de toegevoegde waarde beter tot uitdrukking
komt. Ook moeten leerlingen zowel het schoolexamen als centraal examen in
het voortgezet onderwijs in het vervolg met een voldoende afsluiten, om te
voorkomen dat die beide cijfers te veel uit elkaar gaan lopen. Ook spreekt
Dijsselbloem zich uit tegen de huidige 1.040-urennorm op middelbare scholen.
Bij de implementatie van de onderwijsvernieuwingen werd voorbijgegaan aan het draagvlak in het onderwijs, concludeert Dijsselbloem. Regeerakkoorden forceerden de doorbraak, en de overeenstemming vond plaats met ‘beroepsvertegenwoordigers van belangenorganisaties’ die ver waren losgezongen van hun eigen achterban.
Reactie Plasterk
‘Ze roeien dezelfde kant op als wij in de regering', zegt onderwijsminister
Ronald Plasterk over de conclusies en aanbevelingen van de parlementaire
commissie. ‘Ik zie dit rapport als wind in onze zeilen’, aldus Plasterk.
Volgens hem ‘worden er harde noten gekraakt’ door de commissie.
De Tweede Kamer is het eens met de conclusie van de commissie-Dijsselbloem dat het zich in het verleden te veel heeft bemoeid met het onderwijs. ‘De PvdA neemt dan ook haar verantwoordelijkheid voor haar aandeel in de gemaakte fouten’ stelt Kamerlid Staf Depla woensdag. De partij vindt dat ‘de Tweede Kamer deze lessen voor de toekomst ter harte moeten nemen’.
‘Tweede Kamer, ken je plaats, toon scholen en docenten vertrouwen in hun professionaliteit’, zegt ook Arie Slob van de ChristenUnie.