Woensdag bleek tijdens het eerste grote debat over de kilometerheffing dat het nog niet zeker is dat de aanschafbelasting voor nieuwe auto’s geheel verdwijnt. Een van de voorwaarden aan het heffingssyteem Anders Betalen voor Mobiliteit – de officiële naam – is dat de automobilist niet méér gaat betalen. Als per gereden kilometer wordt betaald, moeten dus bepaalde belastingen verdwijnen. Overigens wil de minister motoren vrijstellen van de heffing.
Dat verdwijnen van belastingen gaat gefaseerd en houdt nog een lastige klus in. Staatssecretaris De Jager komt dit voorjaar met een plan. Duidelijk is dat de leiding op het ministerie van Financiën niet blij is met het verdwijnen van de motorrijtuigen- en aanschafbelasting, die nu een vaste inkomstenpost vormen voor het Rijk.
Woensdag hield Eurlings (CDA) dan ook een achterdeurtje open. Liefst moet die aanschafbelasting terug naar 0 euro, tenzij er zwaarwegende redenen zijn ‘een voetje open te houden’. Met een voetje bedoelt de minister dat 10 tot 15 procent van de aanschafbelasting voor nieuwe auto’s (bpm) in stand gehouden kan worden voor bijvoorbeeld milieudoeleinden.
Die uitspraak was koren op de molen voor de VVD, toch al geen voorstander van de kilometerheffing. ‘U bent onbetrouwbaar’, ageerde het liberale Kamerlid de Krom. ‘We staan straks langer in de file voor meer geld.’
CDA-Kamerlid Koopmans is net als zijn coalitiegenoten (PvdA en ChristenUnie) en de SGP tevreden over de plannen. Al zit het afbouwen van de bpm hem dwars; die móét wat hem betreft naar nul. ‘Die knop moet eraf. Zodat niet straks een andere regering toch gaat bpm’en’, oftewel de bpm weer fors hoger gaat maken. De oppositiepartijen (VVD, PVV en SP voorop) toonden zich tijdens het debat forse tegenstanders van de kilometerheffing. D66 en GroenLinks ageerden duidelijk gematigder, maar plaatsen kritische kanttekeningen betreffende de milieudoelen.