De media hebben zich door Geert Wilders in de houdgreep laten nemen, trappen met open ogen in zijn geniale mediabeleid, hypen tot het uiterste alles wat hij meldt – om te scoren of meer kranten te verkopen – en verzaken hun plicht als waakhond van de democratie.
Het is zomaar wat kritiek over de omgang van de media met de leider van de Partij voor de Vrijheid van de afgelopen maanden. Die kritiek is afkomstig van lezers, maar ook bijvoorbeeld van mediawetenschappers in de Volkskrant, of iemand als Jean-Yves Camus in PM-magazine, het blad van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Om met de deur in huis te vallen: ik vrees dat we eerder te weinig hebben geschreven over Geert Wilders dan te veel. De parlementair redacteuren letten goed op hem en toch is de importantie van enkele van de onderwerpen die hij het afgelopen jaar aansneed, aanvankelijk onderschat.
Maar van een geniaal mediabeleid van enig PVV’er is, iedere dag weer, helemaal niets te merken geweest en met de verkoop van kranten houden parlementair journalisten zich niet bezig.
Polemisch
Eerst de kritiek maar eens nader bekijken. Camus gaat het verst, dus die is
vanuit polemisch oogpunt het aantrekkelijkst. Deze Franse politicoloog wordt
in PM opgevoerd als ‘een van de belangrijkste experts op het terrein van
extreem-rechts in Europa’. Hij schreef onder meer een rapport voor de Raad
van Europa over racisme, antisemitisme en xenofobie. De media, zegt Camus,
zijn onvoldoende doordrongen van hun rol als waakhond van de democratie. Zo
zouden zij kritisch moeten reageren op politici die de fundamenten van die
democratie bedreigen. Camus adstrueert niet hoe Wilders dat laatste dan wel
zou doen, maar vervolgt: ‘Mijn indruk is dat de Nederlandse media die rol
onvoldoende vervullen. Ze zijn te passief.’
Camus verbaast zich erover dat Wilders, ‘de meest extreem-rechtse politicus van Europa’, uitgeroepen kon worden tot beste politicus, zoals eind 2007 gebeurde. Elders in Europa is dat ‘vrijwel ondenkbaar’, zegt hij. ‘Als zoiets zou gebeuren in Frankrijk met bijvoorbeeld Le Pen, zouden de media het resultaat van dit onderzoek geheim proberen te houden ofwel voorzien van zeer ernstige kritiek. Het zou on-ge-kend nieuws zijn dat als een weerzinwekkende aardschok zou worden ervaren.’
Het resultaat van een opiniepeiling geheim houden? Dat zou pas on-ge-kend nieuws zijn. Althans, in Nederland anno 2008.
Munitie voor kritiek op de media wordt onder meer geleverd door De Nederlandse Nieuwsmonitor, een project van het Persinstituut. ‘Onderzoek van De Nederlandse Nieuwsmonitor laat zien dat elke keer wanneer Wilders een boude uitspraak doet, er bovengemiddeld vaak aandacht aan wordt besteed’, heette het in een Volkskrant-artikel van afgelopen december over ‘mediahypes’ rond Wilders.
Dat onderzoek leverde bijvoorbeeld op dat de affaire over dubbele paspoorten tot ruim vierhonderd artikelen in de vijf landelijke dagbladen had geleid. Maar wat zegt dat? Afgezet waartegen is dat ‘bovengemiddeld’? En wie bepaalt nou dat die uitspraak van Wilders ‘boud’ was?
Wie de media van al te grote gretigheid wil betichten, moet er de affaire over de dubbele nationaliteiten maar eens op naslaan. Na de eerste, overwegend geserreerde en feitelijke berichten volgde vooral een golf van negatieve waardeoordelen.
Het duurde meer dan drie weken voor de werkelijke portée van de kwestie aan het licht kwam: Waar de wetgever bedoeld had een dubbele nationaliteit in uitzonderingsgevallen toe te staan, was sluipenderwijs een praktijk ontstaan waarin vier op de vijf migranten zijn oude nationaliteit behield. Daar zaten wel degelijk nadelen aan en méér partijen bleken het er moeilijk mee te hebben. De VVD schoof op richting Wilders, de SP bekende ermee te worstelen, net als de PvdA. Wilders had een gedrocht van een uitvoeringspraktijk bij de staart.
Koran
In augustus kreeg de Volkskrant van verschillende kanten forse kritiek op het
besluit de krant te openen met het nieuws dat Wilders de Koran wilde
verbieden. Persoonlijk vind ik dat een juiste keuze.
Toch speelde de kritiek hierop mogelijk mee in de verslaggeving over twee recentere affaires. Toen Wilders begin oktober begon te fulmineren over de Antillen, hebben de meeste kranten dat genegeerd. Ook de Volkskrant.
Jammer, want drie maanden later, na de uitspraken van Hero Brinkman, kan niemand er meer omheen: er is iets fundamenteel veranderd in het denken over de overzeese gebiedsdelen. Zie het artikel van Meindert Fennema (Forumpagina, 21 januari), die overtuigend betoogde dat voor een fors deel van het electoraat het schuldgevoel over het koloniale verleden geen valide argument meer is in de discussie over de omgang met de Antillen.
Dat is wat Wilders haarfijn heeft aangevoeld en uitgevent. Daarmee had hij de vinger gelegd op een nieuwe politieke realiteit die de gevestigde politiek niet zag of wilde zien. Een razend interessant thema. Het onderzoek daarnaar had drie maanden eerder kunnen beginnen. Maar dan hadden Wilders’ uithalen serieuzer genomen moeten worden.
Nog sterker geldt dit voor Wilders’ kritiek op de kerstrede van koningin Beatrix. Het leek wel of hij naar PvdA-minister Vogelaar had zitten luisteren, klaagde Wilders, overigens nadat anderen (Trouw, De Telegraaf) hem om een reactie vroegen. ‘Allemaal multiculti-geneuzel.’ Hij voegde eraan toe dat Beatrix wat hem betreft ‘als een haas’ uit de regering moest en alleen nog maar een ceremoniële functie mocht bekleden.
De Volkskrant heeft er keurig en terughoudend over bericht. Dat had achteraf best wat meer mogen zijn. Eind september nog was Wilders zo voorzichtig over de speech van prinses Máxima namens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), toen ze zei: ‘De Nederlander bestaat niet.’ Het was ‘politiek correcte prietpraat’, reageerde hij. Maar over het koningshuis in zijn algemeenheid had hij verder niets te melden.
Het was een rustige reactie, voor Wilders’ doen. Luid en duidelijk klonk het klassieke dilemma erdoorheen dat wel vaker speelt bij prominenten van rechtse signatuur: ze verdenken de Oranjes van linksige sympathieën, maar zijn voorzichtig met kritiek omdat hun achterban het koningshuis goed gezind is.
De Telegraaf, altijd zeer kritisch over de multiculturele samenleving, koos de volgende dag in dat dilemma nog vóór het koningshuis en publiceerde een blij verhaal. De kritiek haalde de krant pas de dagen daarna, toen eerst de lezers en daarna de Oranjeverenigingen in het geweer kwamen.
Ook voor Wilders stond eind september het klassieke taboe nog recht overeind. Maar eind december was hij dus om.
De eerste reactie van journalisten was: ach, Wilders weer. Vervolgens werd geturfd of andere partijen hem steunden in zijn kritiek. Nee dus. Gingen ze hem helpen om een spoeddebat af te dwingen? Ook niet. Zaak gesloten.
Maar een dag of tien na Beatrix’ toespraak maakte opiniepeiler Maurice de Hond bekend dat meer dan de helft van de Nederlanders het met Wilders eens was: Beatrix moet zich voortaan maar beperken tot het doorknippen van linten. Dat is een naoorlogs unicum. Wilders had de temperatuur weer goed aangevoeld. De man die sinds 2004 door al zijn bewaking nagenoeg afgesloten leeft van de buitenwereld, heeft onmiskenbaar een antenne voor wat zich daar afspeelt.
Dat is nu zo vaak gebeurd dat de conclusie onontkoombaar is: Wilders is een goed politicus. Althans: in de betekenis van een politicus als volksvertegenwoordiger. Hij weet of voelt wat er leeft in het land danwel zijn achterban. Dat verwoordt hij. Dat dat herrie geeft, is niet per se negatief. Dat gebeurt ook met een fluitketel als het water het kookpunt bereikt. Dat die stoom kan ontsnappen, voorkomt wel dat de ketel uit elkaar spat.
Wilders heeft zijn achterban gevonden, getuige zijn negen zetels in het parlement. De vraag is nu of hij wel voldoende weerwerk krijgt. Want de Tweede Kamer vormt weliswaar een veel betere afspiegeling van de samenleving dan tien jaar geleden, het is bepaald nog niet ideaal.
Zelfs de dieren hebben inmiddels in het parlement een stem, in de Partij voor de Dieren. Maar intussen worden grote groepen mensen nog steeds niet gehoord.
Als grote tegenspelers van Geert Wilders presenteren zich momenteel vooral Alexander Pechtold van D66 en Tofik Dibi van GroenLinks. De liberalere, vrijgevochten moslims zitten bij hen wel goed.
Maar wie vertegenwoordigt nou die paar honderdduizend conservatieve moslims die bijvoorbeeld bedenkingen koesteren jegens seksuele vrijheden, of uitingen van het christelijk karakter van het hedendaagse Nederland?
Hoe divers die groep ook is, hun aantal gedeeld door de kiesdrempel laat in theorie ruimte voor zeker vier zetels of partijen. Er moet toch wel iemand zijn die tenminste een deel van hen een stem kan geven? Ook zo iemand zou ik graag bellen voor zijn reactie op ontwikkelingen. Ook dat geluid hoort in het parlement en in de krant.
Maar de politicus als volksvertegenwoordiger en vertolker van gevoelens en gedachten, dat is niet de meetlat waarlangs politici in Nederland gewoonlijk worden gelegd. Ze worden doorgaans beoordeeld op plannen, wetsontwerpen, moties.
De meest gehoorde reactie op voorstellen, plannen en tirades van Wilders is dan ook: maar dit kan helemaal niet! Deze of gene wet staat in de weg, of er komt nooit een Kamermeerderheid voor. En dan is het allemaal onzin, volgens de Haagse mores. Voor de media is dan het devies: negeren maar, dan wel de boel door een deskundige laten afschieten.
Maar Wilders speelt niet volgens die spelregels. Hij heeft geen bestuurlijk einddoel voor ogen en hengelt niet naar waardering van collega’s in de Kamer. Hoe meer hij wordt aangevallen, hoe populairder hij wordt.
Als de constatering is dat zijn boodschap vaak verrassend goed in elkaar zit, blijft nog steeds de vraag hoe hij hem precies over het voetlicht krijgt.
De verhalen daarover nemen langzamerhand mythische proporties aan. Wilders zou een uniek begrip van de werking van media hebben. Hij bespeelt ze virtuoos, als we de mediawetenschappers mogen geloven.
In de praktijk bestaat Wilders’ geheim er vooral uit dat hij journalisten meestal terugbelt als ze wat willen weten en dan in begrijpelijke taal zijn commentaar geeft. Of hij stuurt een opiniestuk naar een krant, die dat dan meestal wel plaatst – omdat dat artikel begrijpelijk is en ergens over gaat. Weinig bijzonder, allemaal. Hooguit is bijzonder wat Wilders allemaal níet doet: verschijnen in Buitenhof, NOVA et cetera.
Professioneel
Al met al is zijn pr-beleid een stuk minder professioneel geregeld dan bij
andere partijen. Die hebben, afhankelijk van hun grootte, een
voorlichtingsafdeling tot een man of tien. Die sturen persberichten, bellen
journalisten om hen te interesseren voor het interessante verhaal van
Kamerlid zus of zo, lekken eens wat of vertellen deze of gene roddel over
een andere partij.
Doet de PVV niet. Wilders doet het allemaal zelf. Hij kiest zijn momenten goed; bij voorkeur in het reces, als de meeste anderen op vakantie zijn, lanceert hij zijn plannetjes. Net als bijvoorbeeld VVD-leider Rutte in het afgelopen zomerreces en CDA’er Atsma in alle recessen sinds mensenheugenis.
Die wurggreep van Wilders, daarmee moet toch vooral de voortdurende berichtenstroom worden bedoeld sinds zijn plan voor een Koranfilm bekend werd. Het zou zo knap zijn dat hij al zo lang in het middelpunt van de belangstelling staat met een film die er nog niet eens is.
Maar op 28 november, de dag dat dat nieuws door De Telegraaf naar buiten werd gebracht, zag Wilders er in een gesprek op zijn kamer helemaal niet uit alsof hij de regie zo vast in handen had. Hij baalde enorm. Justitie had dat nieuws gelekt, verzekerde hij, zéér tegen zijn zin. Hij was bezorgd over zijn veiligheid. Hij had het pas veel later bekend willen maken, op een moment dat hij toch al van plan was een paar weken naar het buitenland te gaan.
Wellicht is alle reuring van de afgelopen weken helemaal geen vooropgezet plan van Wilders geweest, maar is ook hij overvallen door de heftigheid van de reacties.
Een voorzichtige aanwijzing hiervoor is misschien wel wat er afgelopen dinsdag gebeurde in de wandelgangen van de Tweede Kamer. In reactie op alle ophef over zijn komende Koranfilm riep Wilders zowaar op tot kalmte. Hij vond de media-aandacht voor de film en zijn persoon zwaar overdreven.
Menig mediacriticus zal het voor het eerst met hem eens zijn geweest.
Ron Meerhof is redacteur van de Volkskrant op de Haagse redactie.