Leerlingen die op de campus wonen, zoals bij de university colleges in Utrecht en Middelburg, voelen meer binding met hun opleiding en geven minder snel op.
Dat staat in het advies Een succesvolle start in het hoger onderwijs dat de Onderwijsraad, de belangrijkste onderwijsadviseur van het kabinet, donderdag aanbood aan PvdA-minister Plasterk.
Ook moeten hogescholen en universiteiten die studenten succesvol door het eerste jaar loodsen, daarvoor worden beloond met een premie, vindt de raad. Een eerstejaarsovergangsexamen moet daarbij de kwaliteit bewaken.
‘De huidige manier waarop studenten verspreid over de stad wonen, is verouderd’, meent voorzitter Van Wieringen. ‘Tussen het internaat en de containers liggen heel veel varianten. Het gaat erom te zoeken naar de beste combinatie van wonen en leren.’
Onderwijsminister Plasterk noemt het een ‘interessante gedachte’. Over het idee een premie in te voeren voor studiesucces in het eerste studiejaar, is de minister minder te spreken. ‘Moet je vanzelfsprekendheid belonen?’
Hoewel het aantal eerstejaars de afgelopen tien jaar met 40 duizend is gestegen – van 90 duizend in 1996 naar een kleine 130 duizend nu – blijft het aantal hoogopgeleiden achter bij de doelstelling. Het kabinet wil dat in 2020 de helft van de beroepsbevolking hoog is opgeleid. Nu is dat 28 procent.
Volgens de Onderwijsraad is het lage rendement van het eerste jaar deels te wijten aan het niveau. ‘Studenten voelen zich onvoldoende uitgedaagd, hebben weinig binding met de opleiding, kennen hun docenten nauwelijks en hebben een soms wel erg mager onderwijsprogramma.’
Volgens Van Wieringen moeten er betere afspraken komen over de minimale toegangseisen van opleidingen. Toekomstige studenten moeten zich via internettoetsen kunnen meten aan de ingangsniveaus en achterstanden vooraf wegwerken op zomerscholen.
Grote opleidingen doen er volgens de raad goed aan zich intern kleinschaliger te organiseren. Ook dat zou Plasterk financieel moeten stimuleren. Grote bijbanen van studenten moeten worden ontmoedigd, en er moet een landelijk spreidingsplan komen voor de university colleges, met kleine klassen en individuele aandacht.
Plasterk zelf ziet veel in een betere begeleiding van leerlingen bij hun beroepskeuze. ‘Bij een goede beslissing blijven ze gemotiveerd om hun opleiding af te maken’, stelt de minister. ‘Scholen en ouders moeten daar beter bij helpen. Daar is nog veel winst te behalen.’
Het kabinet wil de uitval in de bachelorfase van het hoger onderwijs in 2014 met de helft hebben teruggebracht. Onder meer door op basis- en middelbare scholen meer aandacht te besteden aan de Nederlandse taal. De uitval is het grootst onder niet-westerse allochtone leerlingen.