Eerder deze maand werd Geert Wilders in een van de vele polls gekozen tot politicus van het jaar. Tot zijn eigen verrassing. 2007 was zelfs voor zijn doen een tumultueus jaar.
Zullen we het de eerste drie kwartier niet over de islam hebben?
‘Prima idee. Ik ben nog niet moe van het onderwerp, maar ik praat heel graag
over andere dingen.’
U straalt uit dat u niks met de mening van het circuit hier, pers en
Kamerleden, te maken heeft?
‘Ik heb er ook niks mee te maken.’
Maar nu kiezen ze u als politicus van het jaar.
‘Allereerst: de Kamerleden hadden me in de meeste peilingen onderaan gezet.
Daar zit een hoop kinnesinne bij. Maar inderdaad, de pers had me hoge
noteringen gegeven. Verrassend genoeg.’
Moet u daar nu nog voor uitkijken? Voor je het weet vindt u het wel
belangrijk wat ze van u vinden.
‘Ik moet toegeven dat ik het leuk vind dat ze kennelijk vinden dat ik goed
debatteer of onderwerpen op de agenda zet. Maar beïnvloed word ik er niet
door. Als ze me onderaan hadden gezet, had ik daar geen seconde slaap door
verloren.’
U heeft geen talent voor piekeren?
‘Nee. Dat leer je ook wel. Ik heb de zoveel bagger over me heen gekregen. Voor
meningen ben ik immuun. Alleen feitelijke onwaarheden irriteren me nog.
Vanochtend stond er in een krant terloops dat ik ook ben aangeklaagd wegens
uitspraken over het verbranden van korans. Nou heb ik veel geroepen, maar
dat nog nooit.’
In Den Haag luidt de communis opinio dat u steeds verder radicaliseert. U
komt veel in de VS. Merkt u weleens aarzelingen?
‘Eigenlijk niet, tot onlangs. Ik was met een Kamercommissie op bezoek in
Guantanamo Bay (waar Al-Qaidaverdachten vast zitten, red.) toen ik bij de
Amerikaanse ambassadeur werd ontboden. Het Pentagon had hem verzocht: zou je
hem willen vragen om, als hij daar vertrekt, niet voor de camera’s te gaan
zeggen dat Guantamo Bay lijkt op een vakantiekamp?’ (Wilders schaterlacht).
Dat is toch niet zo gek, dat het Pentagon even rechtop gaat zitten als
Wilders langskomt?
‘Vind ik wel. Waarom ik? Op weg daarnaartoe in een rubberbootje trok Mariko
Peters van GroenLinks haar jasje uit, tussen allemaal commandanten enzo. Had
ze een soort Amnesty T-shirt aan met allemaal protestteksten. Ja hallo,
nodig haar uit voor een ontbijt!’
Is Rita Verdonk een belangrijke rivaal?
‘Nou: waar is ze? Waar was Rita Verdonk tijdens het Uruzgandebat? Ik weet dat
je als eenpitter niet overal kunt zijn. Alle begrip voor. Maar dit gaat over
leven en dood. Daar moet je uitleggen wat je vindt en waarom. Je moet dat
uitleggen aan de ouders van militairen die zijn gesneuveld. Er zullen er
ongetwijfeld nog meer sneuvelen. Daar zijn wij allemaal even
verantwoordelijk voor. Dat kun je niet via een woordvoerder afdoen.
‘Maar ik onderschat nooit iemand. Haar ook niet. Ze heeft electorale kracht en ze is een gedegen concurrent. Voor veel mensen heeft ze de kracht van het beeld. Geen inhoud, of nog niet. Maar ze is wel die minister die iedere week over asiel in de Kamer stond. Linkse partijen en de media probeerden haar klein te krijgen, en dat lukte niet. Dat maakte haar bij niet-linkse mensen populair.’
U bent aan het winnen, maar kunt u ertegen om te verliezen?
‘In december 2004 stond ik op 25 zetels, een jaar later op nul. Ook toen ging
ik gewoon door, hoor.’
U valt altijd aan, in debatten. Kunt u ook verdedigen?
‘In het debat over immigratie had ik twintig minuten tekst, ik stond er
anderhalf uur. Ik werd steeds geïnterrumpeerd en aangevallen.’
Ja, maar als iemand u klem wilde zetten, zei u: ik zal het u nog sterker
vertellen.
‘Soms is de aanval de beste verdediging.’
En u kunt altijd aanvallen omdat u aan niemand verantwoording hoeft af te
leggen?
‘Ik leg wel verantwoording af. Aan de fractie.’
Die fractie, dat bent u toch?
‘Nee hoor, we gaan democratisch te werk. Ik zet wel de grote lijnen uit, maar
ik heb de steun van de fractie nodig. Als ik iets wil en slechts twee van de
andere fractieleden steunen het en de anders zes niet, dan gaat het niet
door.’
Geef eens een voorbeeld?
‘Nee, dat doe ik niet. Bovendien komt het haast nooit voor, want we zijn het
vrijwel altijd eens.’
Nu komen we toch op de islam. Hoe staat het met de film?
‘Kan ik nog niets over zeggen. Wel koers ik nog steeds op eind januari. De
film zal commotie teweeg brengen. Het is niet mijn intentie dat het tot
rellen zal komen, maar sommige tere zielen zijn snel beledigd. Het
belangrijkste is dat het mensen de ogen ervoor opent dat ellendige dingen
uit de Koran, anders dan bij de Bijbel of de Torah, nog steeds in de
praktijk worden gebracht. En het zou goed zijn als moslims eens een beetje
leerden incasseren.’