Met de afdrachtregeling incasseert de SP een groot deel van de salarissen van eigen politici. Deze moeten vooraf een verklaring (akte van cessie) ondertekenen, waardoor de salarissen rechtstreeks van de overheid in de partijkas vloeien. Een deel van de salarissen stort de partij vervolgens op de rekeningen van de volksvertegenwoordigers. Ook SP’ers met wachtgeld staan een groot bedrag af aan de partij.
De minister vindt een verplichte afdracht van salarissen en wachtgelden aan een politieke partij ‘onwenselijk’. ‘Dit is gebruik van overheidsgeld voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd.’ Ook vraagt Ter Horst zich af hoe de SP-constructie zich verhoudt tot de onafhankelijkheid van de politici.
De SP-afdrachtregeling is al langer omstreden. Ter Horsts voorganger Remkes steunde een weigering van de provincie Utrecht, mee te werken aan de SP-constructie. Ook hij kondigde destijds een onderzoek aan, maar zette niet door. Volgens Boele Staal, oud-commissaris van de koningin in Utrecht, was Remkes bang voor de reactie van de SP en de politieke gevolgen: ‘Het was gewoon angsthazerij’.