Als alle buitenlandse post is doorzocht, liggen er driehonderd pakjes met farmaceutische inhoud op tafel. Ze komen uit Mexico, India, Spanje én uit Nederland. Nadat de inhoud is onderzocht en de vrachtpapieren en etiketten zijn gekopieerd, gaan ze in een container terug het vliegtuig in. Zo komen in juni en augustus 2004 vierentwintig pakketten met in totaal 360 pakjes Nederlandse medicijnen op Schiphol aan. Bij de zending zit een fax, die via het Haagse bureau van de Drugs Enforcement Agency (DEA) aan de Nederlandse Inspectie voor de Gezondheidszorg wordt gestuurd.
Met die pakjes moet wat gebeuren, vinden de Amerikanen. En daarin krijgen ze hun zin. De zending vormt het begin van een omvangrijke actie van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) en de Economische Controle Dienst (ECD). In december 2006 mondt de zaak uit in de veroordeling van zes Nederlandse artsen, een apotheker en een groothandelaar. Zij krijgen hoge boetes en gevangenisstraffen.
Wat is er mis met de medicijnen? Op zichzelf niets. Het gaat voornamelijk om tranquillizers, slaapmiddelen en pijnstillers. Ze zijn verstuurd door de firma CSO uit Veghel; een op het oog keurig verzendbedrijf. Met de bijgesloten recepten lijkt het ook goed te zitten. Op de pakbrief prijkt een ingescande handtekening van ene dokter Ettes uit Dronten.
De Verenigde Staten verbieden de import van farmaceutische producten of onderwerpen die aan strenge regels. Oók wanneer ze bedoeld zijn voor eigen gebruik en zeker wanneer die middelen vallen onder de Opiumwet, zoals bij deze zending het geval is. In de fax doet Glenn A. Philips van het United States Department of Justice het verzoek te bekijken of de Nederlandse verzendapotheek kan worden vervolgd.
Om die vraag kracht bij te zetten wordt de Inspectie op de Amerikaanse ambassade ontboden. Het gesprek wordt bijgewoond door een drugsofficier van de DEA en diverse andere ambassadeleden. ‘In feite wilde Philips mij pushen om te gaan onderzoeken’, zegt de betrokken inspecteur later bij de rechter-commissaris. Nodig was dat volgens hem niet, want vanwege de teruggestuurde pakjes op Schiphol wordt dan al actie ondernomen.
CSO, de afzender van de pakjes, is volgens de Kamer van Koophandel te herleiden naar de medicijnengroothandel Europharmacy en apotheek De Amert. Na een lange zoektocht over een labyrintisch bedrijventerrein in Veghel melden twee inspecteurs zich op 15 september 2004 bij een grote hal. Het blijkt een postorderbedrijf met in het midden een grote inpaktafel, waar medewerkers dagelijks honderden medicijnendoosjes voorzien van groene douanestickers. Elke avond worden de volle postzakken opgehaald door TNT-post, Swiss Post en Deutsche Post.
De boekhouding onthult dat de internetapotheek leverancier is van tientallen websites, waar eenvoudig medicijnen kunnen worden aangevraagd. Zes Nederlandse, een Duitse en twee Zuid-Afrikaanse artsen leveren de benodigde online consulten. De sites zijn vooral gericht op de Amerikaanse markt. Daar zijn medicijnen gemiddeld twee keer zo duur. Maar ook het Nederlandse dokteronline.com en de acht erectiepillensites van het Hilversumse Netpharm worden vanuit Veghel bediend.
CSO regelt de verzending en deponeert de inkomsten op de bankrekening van De Amert Holding in Luxemburg. Vooral de combinatie van goedkope Europese parallelimport en de torenhoge medicijnprijzen in Amerika zorgt voor enorme winsten. Na de opening in december 2002 groeit De Amert snel uit tot de meest succesvolle internetapotheek van Europa.
Een maand daarna krijgt de branche een tweede afstraffing. In januari hoort Chris Verhorst, internetarts bij dokteronline.com, van de tuchtrechter dat hij een jaar lang zijn vak niet mag uitoefenen, omdat hij een vrouw de pijnstiller Depronal heeft voorgeschreven waarmee ze zelfmoord pleegde. Ook die pillen kwamen uit De Amert apotheek.
De strafzaak en de tuchtzaak maken de Nederlandse internetfarmacie in één klap tot een kansloze bedrijfstak. Artsen deinzen terug en als apotheek kort na de rechterlijke uitspraak wordt gesloten, valt de belangrijkste leverancier van Nederlandse sites weg. Vorige week beschreef de Volkskrant dat sites daardoor naar het buitenland zijn uitgeweken, waar ze helemaal niet meer worden gecontroleerd.
Oprichter Francois Hinnen van de De Amert houdt van pionieren en is daardoor vaker in de problemen gekomen. De apotheker en groothandelaar maakte in 1996 een financiële klapper door het farmaceutische bedrijf Euromed naar de Nasdaq te brengen. Het bedrijf wordt echter snel van de beurs verwijderd, omdat volgens het Nasdaq-bestuur belangrijke informatie over andere bedrijfsbelangen is verzwegen. Victor Janssen, van huis uit automatiseerder, kwam op het internet veel aanbieders van geneesmiddelen tegen en zag marktkansen, zegt hij.
In 2002 stappen ze samen met hun idee voor een postorderapotheek naar de Inspectie en naar de jurist van het ministerie van Volksgezondheid. Die lijken er geen probleem in te zien. Inmiddels zijn ze door de rechtbank in Den Bosch veroordeeld wegens deelname aan een criminele organisatie – een uitspraak waarover de twee nog altijd laaiend over zijn. Hun zaak loopt nog in hoger beroep.
Janssen zegt, geflankeerd door zijn advocaat, nog nauwelijks te begrijpen wat er eind 2004 allemaal mis ging. Hij was op zakenreis, werd kort na terugkomst door de FIOD voor verhoor ontboden in Rotterdam, meteen vastgezet en ruim een maand afgezonderd van vrouw en kinderen. ‘Dan verlies je het contact met de realiteit. Alsof je met een honkbalknuppel wordt geslagen en niet weet waar die vandaan komt.’
Hinnen was meer ‘van de stoïcijnse school’, zegt hij. ‘Toen ik in die cel zat, liep ik alles nog eens na. Ik dacht: ik heb niets verkeerd gedaan en de waarheid zal zegevieren.’
Hun bedrijfsplan was immers goedgekeurd door de Inspectie, zegt hij. Het ministerie van Volksgezondheid verstrekte een opiumwetverlof. En omdat een groothandel niet mag leveren aan particulieren, zorgden ze voor een keurige apotheek.
Twee maanden na ontvangst van het opiumwetverlof, kreeg Hinnen een brief van inspecteur Scheepers. Die wees erop dat de verkoop van middelen uit de Opiumwet via de internetapotheek niet was toegestaan. Maar dat vond Hinnen onzin: ‘Elke apotheek in Nederland mag opiumwetmiddelen afleveren op recept.’ Het bleek een dure misvatting. De rechtszaak draaide volledig om de al dan niet legale export van de medicijnen en om de rechtsgeldigheid van het verstrekte opiumwetverlof.
Al twee jaar probeert hij nu via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur alle correspondentie boven water te krijgen tussen. Hij wil weten in hoeverre de Inspectie onder druk van de Amerikanen met het onderzoek is begonnen.
Dat De Amert zonder Saveguard nog steeds zou bestaan, weet Hinnen zeker. ‘Amerika wil dat ter bescherming van de eigen geneesmiddelenindustrie geen goedkope medicijnen het land binnenkomen. Bush is het verlengstuk van de famaceutische industrie, en daarvan zijn wij het slachtoffer. Alleen had ik verwacht dat de Nederlandse autoriteiten ons hadden beschermd. Dat ze de Amerikanen zouden hebben gezegd: wat hier gebeurt is in Nederland volstrekt legaal. Maar het tegendeel gebeurt. Lafhartig. Zodra Amerika kikt, wordt hier aan overkill gedaan.’
De betrokken artsen zijn wél aan het twijfelen geslagen. Na een brief van de Inspectie zijn ze meteen met hun werk gestopt. Dat ze daarna alsnog strafrechtelijk zijn veroordeeld, rekenen ze de oprichters van de internetapotheek zwaar aan. Als ze van de perikelen rond de Opiumwet hadden geweten, waren ze er nooit aan begonnen.
‘Iedereen probeert zijn straatje schoon te vegen’, reageert Hinnen gepikeerd. De medicatiegeschiedenis van patiënten werd wel degelijk bewaard en er zijn nooit medicijnen geleverd zonder recept. ‘Die artsen wisten allemaal precies waarmee ze bezig waren’, zegt Janssen. De dokters kregen alleen betaald als zij de aanvragen voor geneesmiddelen goedkeurden. Dat kon wettelijk gezien niet anders, beweert Hinnen. Dat zo’n beloningssysteem het medisch oordeel kan beïnvloeden, wordt door hem ontkend. ‘Wie zich daardoor laat beïnvloeden, is zijn titel niet waard. Ik heb artsen nooit aangesproken op het afkeuren van vragenlijsten.’
De internetapotheek is tijdens de juridische procedures gewoon open gebleven, hoewel de levering van opiumwetmiddelen aan het buitenland werd stopgezet. Drie maanden geleden werd De Amert alsnog door de Inspectie gesloten. Er bleek geen apotheker meer voor te vinden.
Op papier bestaan De Amert en Europharmacy nog steeds en is Victor Janssen daar nog altijd directeur. Bij internetfarmacie is hij niet meer betrokken, bezweert hij. Toch komt er op de rekening van de Amert Holding in Luxemburg nog steeds geld binnen van de Nederlandse internetapotheken van Netpharm. Die account is niet van hem, zegt Janssen, maar van zijn Amerikaanse partner John Rao.
Hinnen heeft zijn aandelen in augustus 2006 aan dezelfde Rao verkocht. De Amerikaanse medicijnenverkoper, directeur van Secure Medical dat jaarlijks 600 duizend online recepten aflevert, zegt op zijn beurt dat hij niets te maken heeft met de dagelijkse bedrijfsvoering in Europa. De Amert leek zo'n veelbelovende investering, verzucht hij telefonisch vanuit Tempe, Arizona. ‘Maar ik heb daar bijna een miljoen dollar mee verloren. Dat bedrag beschouw ik als afgeschreven en daar ben ik erg upset over, mag u weten.’