Het is voor het eerst dat een kosten-batenanalyse onderdeel uitmaakt van onderzoek naar natuurinvesteringen. ‘Iedereen weet dat een positieve waardering van het landschap bijdraagt aan geluksgevoel, maar het kost wel wat’, zegt onderzoekster Elisabeth Ruijgrok van Witteveen en Bos, die de analyse heeft uitgevoerd. ‘De vraag was of het loont om flink te investeren in het landschap.’
Bij het onderzoek zijn in drie Nederlandse gebieden fictieve investeringen gedaan, zoals het aanbrengen van houtwallen, het planten van bomen en het aanleggen van fiets- en wandelpaden. Vervolgens zijn de kosten en baten doorberekend voor heel Nederland. Ruijgrok: ‘De voordelen zijn bijvoorbeeld hogere huizenprijzen, meer woongenot en recreatiemogelijkheden.’
Maar ook kleine opbrengsten moeten volgens de onderzoekster niet worden onderschat. Zo kunnen houtwallen leiden tot minder gebruik van bestrijdingsmiddelen en kan een betere beschutting van woonhuizen een lagere energierekening opleveren.
Minister Verburg: ‘Het gaat beslist niet goed met het Nederlandse landschap. Nederland lijkt sinds de jaren negentig in een permanente verbouwing te verkeren. We mogen ons landschap niet te grabbel gooien. Het is onderdeel van onze nationale identiteit.’
Verburg zegt onder de indruk te zijn van het onderzoek, maar laat wel controleren of de investeringen echt zo lonend zijn. Dat zou een betere uitgangspositie bieden bij de onderhandelingen over de financiering.
Hierbij hoopt Verburg op een publiek-private samenwerking. Binnenkort gaat ze praten met pensioenfondsen, de ANWB en investeerders in duurzaamheid. Over ongewenste neveneffecten van private investeringen in de natuur zegt Verburg: ‘Ik ben er geen voorstander van als je voor een natuurpark toegang moet betalen.’
De investeringen zouden moeten worden gespreid over tien jaar. Verburg: ‘De opbrengst is pas over vijftien tot twintig jaar zichtbaar.’