Daarnaast had de krant Van der G.’s volledige naam niet mogen vermelden, en hem gezien de ernstige aantijgingen wederhoor moeten geven.
Dat oordeelt de Raad voor de Journalistiek in een zaak die door Van der G. was aangespannen tegen het dagblad. De Telegraaf onthulde afgelopen zomer een ‘geheim rapport’ van de Nationale Recherche, waaruit de krant concludeerde dat er sterke aanwijzingen waren dat Van der G. in 1996 milieuambtenaar Chris van der Werken had omgebracht.
Als ‘schokkende conclusies’ werden onder meer een getuigenis genoemd waaruit zou blijken dat Van der G. de ambtenaar met de dood had bedreigd. Ook zou hij geen goed alibi hebben.
Volgens de Raad heeft de krant ‘grenzen overschreden van hetgeen (...) maatschappelijk aanvaardbaar is.’ Met de vermelding van Van der G’s volledige achternaam was daarnaast geen maatschappelijk belang gediend, oordeelt de Raad.
Van der G.’s raadsman Quirijn Meijnen overweegt de zaak ook voor de rechter te brengen, omdat De Telegraaf het gewraakte artikel nog steeds op zijn site heeft staan. ‘Het gaat niet om schadevergoeding, maar we willen dat stuk graag van internet.’
Tijdens de behandeling bracht de krant naar voren dat in het vertrouwelijke rapport niet uitgesloten wordt dat Van der G. betrokken kon zijn geweest bij de moord.
Daarmee diende publicatie ‘een groot maatschappelijk belang’, omdat het rapport mogelijk nadelige consequenties had kunnen hebben voor de straf die Van der G. kreeg voor de moord op Pim Fortuyn: namelijk achttien jaar en geen levenslang.
Overigens wees de Raad de klacht van Van der G. af dat de krant in het geheel niet over het vertrouwelijke rapport had mogen publiceren. De journalist is, aldus de Raad, vrij in het selecteren van nieuws.