De goklustige was vaste klant van het casino in Breda. Omdat hij problemen kreeg, had hij diverse malen een vrijwillig entreeverbod gekregen. In oktober 2003 spande hij een zaak tegen het casino aan omdat dit hem 320 duizend euro had laten verspelen. De gokinstantie wist volgens hem dat hij de controle over zichzelf had verloren.
Volgens het hof heeft het casino er juist alles aan gedaan om de man niet te laten gokken, bijvoorbeeld door uit eigen beweging entreeverboden op te leggen en met de man te praten. In die gesprekken probeerde de gokker juist aan te tonen dat er geen problemen waren, ondermeer door banksaldo's te laten zien. Het casino is volgens het hof niet onzorgvuldig geweest door hem niet te weerhouden te gokken.
Tussen maart 1991 en oktober 2001 had de probleemgokker zes keer een entreeverbod gekregen wegens zijn problematische goklust. In oktober 2001 vroeg de verslaafde zelf om beëindiging van het verbod waarna enkele nazorggesprekken met het casino volgden. Toen het casino hem in april 2003 wederom een entreeverbod wilde opleggen, liet de gokker weten het daar niet mee eens te zijn. In gesprekken die daarop met het casino volgden liet de man weten geen problemen te hebben en een winst van 300 duizend euro te hebben opgebouwd. Hij werd daarbij bijgevallen door zijn echtgenote.
In oktober nam de gokker evenwel een advocaat in de arm en begon hij een zaak tegen het casino waarin hij een schadevergoeding van 320 duizend euro eiste. Volgens het gerechtshof is het casino echter niet tekortgekomen.
De probleemgokker draait op voor de kosten van het hoger beroep: 20.414,50 euro.