‘Het begint met religieuze opleving’

INTERVIEW, Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg op 30 januari '07, 07:58, bijgewerkt 30 januari '07, 08:35

DEN HAAG  - Ze zijn boos, de terroristen in Europa. Maar wat ze nu precies willen, is onduidelijk.

Pas nu lijkt er meer aandacht te komen voor de mens achter de terrorist. Aanvankelijk waren het allemaal slechteriken. Een dreigend monolithisch blok. Terrorismedeskundige Edwin Bakker, verbonden aan Clingendael, vindt die ontwikkeling ‘logisch in de tijd’. ‘In Europa waren we na de aanslagen van 11 september 2001 enorm geschrokken. We waren bezig met het vijandsbeeld, de gedachte aan het Trojaanse paard dat in ons midden was. Met draconische maatregelen om die vijand te stoppen.’

Ruimte voor enige relativering was er die eerste jaren na 11 september niet, ervoer Bakker, die zijn lezingen illustreerde met ontnuchterende statistieken. Maar die beklijfden niet. Nederland leed collectief aan geheugenverlies. ‘Het leek alsof Nederland nooit met terrorisme te maken had gehad. Geheel weggevaagd uit het geheugen waren de beelden van de Molukse gijzelingen, dat bibberende beeld van die trein op afstand.’

Bakker is zijn onderzoek begonnen, omdat hij als terrorismedeskundige eigenlijk geen idee had van de achtergronden van Europese terroristen. Uit welk milieu komen ze? Zijn het echt allemaal immigranten? Hoeveel komen er uit het Midden-Oosten? Wat hebben ze met Al Qaida? Hebben ze een crimineel verleden? Valt er een profiel te maken van de gemiddelde Europese jihadist?

Dat laatste blijkt niet het geval. ‘De Europese jihadist bestaat niet’, zegt Bakker, die zich heeft beperkt tot open bronnen. Hij heeft alleen verdachten in zijn onderzoek verwerkt die door een rechter zijn veroordeeld of van wie het voorarrest na rechterlijke toetsing is verlengd. In sommige landen, Spanje bijvoorbeeld, zitten terreurverdachten jaren in voorarrest.

Bakker komt zo tot 242 jihadisten die betrokken waren bij 30 aanslagen of verijdelde acties. Hij telt 28 netwerken. Onderling verschillen de jihadisten enorm. De een heeft een universitaire studie afgerond, de ander zit nog op school. Sommigen hebben een vaste baan, anderen zijn werkeloos. Toch zijn er ook opvallende gemeenschappelijke kenmerken. De meeste jihadisten zijn home grown.

Vlak na 11 september was nog wel sprake van een internationale link, van contactfiguren die banden hadden met Afghanistan of met Al Qaida. Zoals Richard Reid, die zichzelf tijdens een vlucht van Parijs naar Miami met een in een schoen verpakte bom probeerde op te blazen. Bakker: ‘Vanaf 2002 zijn er nauwelijks aanwijzingen dat er hulp was van buitenaf.’

Een opvallende overeenkomst noemt hij de intensievere geloofsbelevenis vlak voordat de jihadisten werden gerekruteerd. Ze volgden cursussen over de koran, begaven zich in heftige debatten over de islam op het internet, probeerden anderen te bekeren, of liepen van liberale naar orthodoxe of extremistische moskeeën over.

Bakkers bevindingen geven de autoriteiten weinig munitie in handen voor belangrijke beleidswijzigingen. ‘Je kunt moeilijk alle Noord-Afrikaanse immigranten met een toenemende belangstelling voor de islam gaan volgen.’ Veel meer gericht onderzoek is nodig, zegt Bakker. ‘Want hoe diep gaat dat geloof? Het lijkt oppervlakkig, sommigen radicaliseren razendsnel. Ze lijken ook snel bereid geweld te gebruiken. Maar hebben alle jeugdculturen geen fascinatie met geweld, met het idee dat het vijf voor twaalf is? In welk opzicht zijn zij anders?’

Hij vraagt zich ook af wat het einddoel is van de Europese jihadisten. ‘Ze volgen de Al Qaida-ideologie niet meer. Al Qaida wil Arabische regimes veranderen in een kalifaat (islamitisch rijk waar de sharia geldt, red.) en richt de pijlen op Amerika en andere westerse landen die de verderfelijke Arabische regimes steunen.’

Jonge Europese jihadisten hebben volgens Bakker geen politiek einddoel. Ze zijn niet alleen boos op Amerika, maar op het hele Westen. Ze zinnen op wraak, maar willen Nederland niet veranderen in een islamitische staat. Met dergelijke jongeren valt dus nergens over te onderhandelen. Bakker: ‘Wellicht moeten we voor hen een andere term gebruiken, zoiets als expressief terrorisme: ik ben boos en ik doe wat en ik doe het alleen voor mezelf.’

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR