De taaltoets is ontworpen door het Cito en lag op het niveau van de eerste klas van de havo. De resultaten bleken onthutsend. Van de studenten die vwo hadden gedaan, zakte 22 procent.
Van de oud-havoscholieren was dat 67 procent en van de mbo-doorstromers zelfs 85 procent. Volgens Terpstra, die deze cijfers dinsdag tijdens zijn nieuwjaarsrede bekendmaakte, is het een illusie te veronderstellen dat andere hbo-eerstejaars het beter zouden doen. Om een beeld te krijgen van de zwakke punten van de eerstejaars, doen de hogescholen in september een breed onderzoek onder alle eerstejaars.
Hoe een tussenjaar, dat niet verplicht wordt, er moet uitzien, wil hij samen met het onderwijsveld en de minister nader uitwerken.
Minister Van der Hoeven van Onderwijs reageerde terughoudend. ‘Het probleem moet bij de bron aangepakt. We moeten het basis- en voorgezet onderwijs op niveau brengen, en dat loopt via de pabo.’ Ze noemde het slagingspercentage heel slecht, maar niet verrassend.
Voorzitter Sjoerd Slagter van de VO-Raad, de organisatie van het voortgezet onderwijs, vindt een tussenjaar ‘volstrekt overbodig’. ‘We moesten de afgelopen jaren veel aandacht besteden aan tekstbegrip en leesvaardigheid. Maar als de prioriteit verschuift, en we meer aan spelling en grammatica moeten doen, dan kan dat heel snel worden geregeld.’
Het was al bekend dat pabo-studenten slecht kunnen rekenen. In september legden zij een rekentoets af op niveau van het basisonderwijs. Toen zakte 48 procent.
Terpstra neemt het de politiek kwalijk dat die geen maatregelen heeft getroffen om het kennistekort bij scholieren op te heffen. ‘We hebben twee jaar geleden afspraken gemaakt met minister Van der Hoeven om dit probleem op te lossen. Ons deel van de afspraken hebben we meteen opgepakt. We hebben een reken- en taaltoets voor de pabo ingevoerd, en gaan nu zelf aan de slag met een onderzoek. Maar van de politiek heb ik geen enkel initiatief gezien.’