De irritantste vraag, herinnert zich Illy Arisoy-Özmen, was of ze hoopte veel Turkse stemmen te trekken. Haar oprechte antwoord aan de selectiecommissie van de PvdA: ‘Ik heb geen idee, want ik ken ze niet.’ Inmiddels kent zij ze wel: met honderden voorkeursstemmen, voornamelijk van Turkse kiezers, belandde ze in de deelraad van het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer. Tot haar schrik dankzij haar afkomst.
En met haar nóg vier PvdA’ers van Turkse origine. Aspirant-politici die bijna allemaal op onverkiesbare plaatsen stonden, maar dankzij uitgekiend lobbywerk plotseling als ‘Turks smaldeel’ een machtsfactor van betekenis vormen binnen de van zes naar dertien zetels omhooggeschoten PvdA-fractie. In totaal behaalden de sociaal-democraten bijna 54 procent van de stemmen, landelijk een record.
Nog eens twee van de dertien zetels worden door van oorsprong Marokkaanse PvdA’ers bezet, terwijl de zetel van Illy Arisoy inmiddels is ingenomen door de Surinamer Robby Rijssel. Op de site van de partij wordt hij door zijn familie uit Tilburg hartelijk gefeliciteerd met zijn doorbraak: hij stond op een verkiesbare plaats, maar werd door de Turkse voorkeurstemmers weggevaagd. Dankzij Illy Arisoy komt hij alsnog in de raad.
U levert uw zetel weer in?
Arisoy (40): ‘Ik heb helaas een chronische ziekte, waardoor ik tijdelijk ben uitgeschakeld. Ik heb dat de kandidaatsstellingscommissie eerlijk verteld en kwam op mijn verzoek op een vrijwel onverkiesbare plaats. Niemand had die honderden voorkeursstemmen verwacht. Maar ik kom terug! Ik kandideer voor het voorzitterschap van de lokale partijafdeling. De enorme overwinning heeft de PvdA toch een beetje aan mij te danken, ik was campagneleider in ons stadsdeel. Het heeft m’n gezondheid helaas geen goed gedaan, ik ben mezelf weer voorbij gelopen.’
Hoe verklaart u de opmerkelijke verkiezingsuitkomst?
‘Het is landelijk bepaald. Ik woon hier al 32 jaar, draag geen hoofddoek, maar heb een rood geverfde kop. Ik ben gewoon Nederlander, maar sinds een jaar voel ik me voor het eerst buitenlander, uitgesloten door het Haagse regeringsbeleid. Het klimaat is verziekt, het is wij tegen zij geworden. Daarom ben ik in de politiek gegaan, ook een beetje mijn meisjesdroom. Ik weet dat veel kandidaten van Turkse afkomst er net zo over denken en enorm hebben gelobbyd. Marokkanen deden het niet of nauwelijks. Alle Turkse winkels zijn bezocht en alle zelfhulpstichtingen zijn gemobiliseerd.’
Partijleider Wouter Bos spreekt van een doorbraak, maar noemt de verkiezing van veel onervaren allochtone raadsleden ook een risico. Cliëntelisme wordt hier en daar gevreesd. Een moskee erbij, subsidie hier, subsidie daar.
‘Ik ben daar helemaal niet bang voor. Met een goed partijbestuur, een goede scholing en het betrekken van alle leden bij het beleid, kun je cliëntelisme voorkomen.’