Voor een afspraak met de fotograaf moet de bejaarde kloosterling even in zijn agenda kijken, waarvoor hij een organizer tevoorschijn tovert. 'Sommige mensen zijn zelfs verbaasd dat we in het klooster computers hebben. Nou, ik zou niet meer zonder kunnen', glundert Baeten. Na de vespers kijken de broeders met z'n allen naar het achtuurjournaal. Soms leggen ze daarna nog een kaartje.
Niets menselijks is de 35 norbertijnen in de Abdij van Berne te Heeswijk-Dinther vreemd. Ze hebben weliswaar de drie geloften (armoede, gehoorzaamheid en kuisheid) afgelegd. Maar voor het overige staan ze 'midden in de samenleving'. Volgens Baeten is dat ook de profetische opdracht van de kloosterlingen: niet op een eiland zitten, met de rug naar de boze wereld, maar open staan voor wat leeft in de wereld en mensen helpen die in de knel zitten.
Baeten, al 53 jaar norbertijn, is vandaag een van de sprekers op een congres in Den Bosch over de toekomst van het kloosterleven. De oude ordes en congregaties trekken steeds minder leden. Bijna niemand waagt zich nog aan het leven van monnik of kanunnik, met zijn gebed en celibaat. De kloostergemeenschappen sterven langzaam uit. Steeds meer kloosters worden omgetoverd tot appartementencomplex, parkeergarage of casino.
Ook de Abdij van Berne - in 1134 gesticht in Berne aan de Maas, tijdens de Tachtigjarige Oorlog verwoest en sinds 1857 gevestigd in Heeswijk-Dinther - kent nauwelijks aanwas meer: gemiddeld één nieuwkomer per jaar. Het merendeel van de 35 broeders is ouder dan 70. Toch ziet Baeten nog steeds toekomst voor de norbertijner orde, evenals voor andere kloostergemeenschappen.
'Ik ben ervan overtuigd dat het religieuze gemeenschapsleven bewaard zal blijven. Er zal altijd behoefte zijn aan een plek van spiritualiteit en zingeving waar gelovigen in gemeenschap leven van geld en goed, en samen bidden, werken en ontspannen. Maar het traditionele kloosterleven, met zijn grootschaligheid en massaliteit, zal verdwijnen. De kloosters van de toekomst zullen kleine kernen zijn van geëngageerde mensen die in verschillende gemeenschapsvormen samenleven.'
Zijn ideeën zijn hemelbestormend. Het celibaat is niet meer heilig en zelfs mannen en vrouwen kunnen in hetzelfde klooster samenleven. De gemeenschap staat centraal, maar kan verschillende vormen aannemen. Baeten: 'Waarom zouden in de moderne tijd, waarin de visie op seksualiteit is bevrijd van preutsheid en angstvalligheid, mannen en vrouwen niet opnieuw gemengde gemeenschappen kunnen vormen om samen hun religieus samenzijn gestalte te geven?'
Zulke gemeenschappen zullen wel moeten bestaan uit 'volwassen, evenwichtige en karaktervolle mensen'. Want lichamelijke seksualiteit mag geen bedreiging vormen voor de integriteit en samenhang van de kloostergemeenschap, waarin de gelofte van maagdelijkheid is afgelegd.
Ook gehuwden en ongehuwden moeten kunnen samenleven in het klooster van de toekomst. De gelofte van kuisheid is in dat geval geen optie meer. Maar volgens Baeten kan zo'n groep toch een religieuze gemeenschap vormen, ook al mag dat volgens het kerkrecht formeel niet zo heten (aangezien niet aan alle drie de geloften wordt voldaan). 'Gelovigen mogen zich altijd verenigen. De paus zal er wel niet mee instemmen. Maar niemand kan gelovige mensen verbieden om een religieus leven in te richten. Dat kan zonder toestemming van Rome.'
Hij wijst er op dat oudere broeders en zusters al gemengd samenleven in verzorgingstehuizen. Vroeger was zoiets uit den boze. Maar tegenwoordig beleven veel oudere religieuzen hun levensavond in gemengd gezelschap en vinden zij steun bij elkaar 'zonder dat seksualiteit een bedreigende of overheersende rol speelt'.
De norbertijn vindt dat iedereen in de toekomst moet kunnen kiezen in wat voor religieuze gemeenschap hij wil samenleven. 'Wie voor het celibaat kiest, gaat in een klooster voor ongehuwden. Maar we moeten niet huiverig zijn voor gemengde congregaties of gemeenschappen van gehuwden en ongehuwden. De kloosters moeten openstaan voor de tijdgeest en inspringen op wat leeft in de samenleving.'
Zelfs leken zouden tijdelijk moeten kunnen toetreden tot een kloosterorde of -congregatie. Baeten wil best nadenken over de mogelijkheid om mensen toe te laten die 'parttime religieus zijn en daarna terugkeren in het maatschappelijk leven als leek'. Want veel mensen schrikt het kloosterleven juist af door de 'levenslange' verbintenis. Waarom dan geen broeders of zusters toestaan voor een periode van twee of vijf jaar? Baeten: 'Als mensen zich voor een periode in hun leven willen engageren dan moeten we daar niet zomaar nee op zeggen. De inpassing van zogenaamde kortverbanders is het onderzoeken waard.'
Kloosters gaan nooit verloren, meent Baeten, tot een jaar geleden de 68ste abt in successie van de Abdij van Berne: 'De orde bestaat al bijna negen eeuwen. Die zal niet zomaar deze eeuw verdwijnen. Alleen de vormen van gemeenschap zullen veranderen, al naar gelang de vraag in de samenleving. Ook gescheiden mensen of bejaarden die hun laatste dagen in het klooster willen slijten, moeten een kans krijgen. Baeten: 'De kloosters moeten experimenteren en zich aanpassen aan de tijd. Maar er zullen altijd mensen zijn die bezield zijn van het evangelisch ideaal en zich geroepen voelen toe te treden tot een religieuze gemeenschap. Dat is een bemoedigend toekomstperspectief. Het zou niet voor het eerst zijn dat religieuze orden de kerk behoeden voor de ondergang.'