Volgens Tofik Dibi (GroenLinks) voerde Bosma ‘een stand-up comedy act’ op, Margot Kraneveldt (PvdA) vond dat Bosma’s ‘mooie verbale trucs niet konden maskeren dat er een schrijnend gebrek aan ideeën is bij de PVV over onderwijs’.
Bosma had op de publieke tribune de lachers op zijn hand toen hij SP-Kamerlid Jasper van Dijk interrumpeerde. ‘Het is natuurlijk geen vrolijke week voor mijnheer Jasper van Dijk. Twintig jaar geleden viel de Muur. Hij is er nog steeds niet helemaal overheen, aan zijn toon te horen.’
Van Dijk reageerde geprikkeld: ‘Het cabaret met de PVV is altijd wel weer leuk.’
In zijn bijdrage had Bosma het over de ‘socialistische volksrepubliek’ Amsterdam, over de beleidsmakers die ‘in mei 1968 een klap van de Marxistische mallemolen’ hadden gekregen, en over het feit dat leerlingen in Korea geen POP (persoonlijke ontwikkelingsplan) krijgen, maar keihard moeten stampen. ‘Pop schijnt trouwens een heel vies woord te zijn in het Koreaans, maar dat terzijde.’
Bosma keerde zich tegen het competentiegericht onderwijs, tegen het spreidingsbeleid en pleitte voor betere lerarenopleidingen. Ook vindt hij dat de Nederlandse vlag bij elke school moet wapperen.
Ineke Dezentjé (VVD) hoorde in tweeënhalf jaar PVV-oppositie ‘alleen maar wat de PVV niet wil’. Ze vroeg Bosma drie punten te noemen die hij écht belangrijk vindt. Na lang aandringen zei Bosma dat er ‘heldere examens’ moeten zijn, dat studiefinanciering ‘een belangrijke rol moet spelen’ en dat het ‘handhaven van de binariteit een heel belangrijke rol speelt’.
‘Enigszins beschamend’, vatte Dibi het samen, en hij vroeg Bosma een aantal concrete voorstellen te noemen die hij de afgelopen tijd had gedaan. ‘Nou ja, ik ben met tal van moties gekomen’, antwoordde Bosma. ‘Ja, weet ik veel. Ik heb er niet eentje paraat. Morgen kom ik met een stapeltje.’ Maar woensdag meldde hij zich halverwege het debat ziek: griep.