Afgelopen zaterdag meldde de Volkskrant dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de bevindingen van drie wetenschappers - radicaliseringsonderzoeker Hans Moors, hoogleraar (contra-)terrorisme Bob de Graaff en extreemrechtsdeskundige Jaap van Donselaar - wilde laten afzwakken, wegens de politieke gevoeligheid van die bevindingen.
Zo zou volgens het onderzoek de PVV van Geert Wilders een extreem-rechtse partij zijn die islamofobie en systeemhaat tegen de overheid mobiliseert. Daarmee zou zij de sociale cohesie en de democratie in het land ondermijnen.
Ter Horst zei dinsdag in de marge van het vragenuurtje van de Tweede Kamer dat ze de inhoud van het rapport nog niet kent. ‘Maar ik zal geen conclusies van welke wetenschapper dan ook willen beïnvloeden. Ik wacht het rapport af en zie dan of ik het er mee eens ben.’
Wilders reageerde ziedend op de uitgelekte conclusies van het rapport. ‘Ze zijn knettergek geworden. Wat een idiotie’, liet hij zaterdag al weten. Dinsdag zei Wilders zei te willen horen hoe een PvdA-minister het ‘in haar hoofd heeft gehaald’ om een politieke tegenstander, de PVV, te laten onderzoeken en waarom dat is gebeurd. Ook wil hij weten of ook andere partijen weleens onderzocht worden. Hij zou het onaanvaardbaar vinden als het kabinet uit partijpolitieke overwegingen zijn partij onder de loep neemt.
D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold, die Wilders maandag extreem-rechts noemde, riep Ter Horst op het rapport zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen. Wat hem betreft stuurt ze haar reactie dan apart toe.