Premier Balkenende heeft bittere woorden gesproken over het politieke klimaat in Nederland, dat volgens hem ‘grimmiger, verbetener en gepolariseerder’ wordt. ‘Het belooft een jaar vol heftigheid te worden’, zo hield hij zaterdag het CDA-congres voor.
‘Het Binnenhof is in de greep van het populisme’, aldus Balkenende, in een kennelijke aanval op partijen als de PVV en de SP, en mogelijk de VVD die onlangs een motie van wantrouwen tegen Balkenende IV indiende.
‘De politiek wordt overmoedig, ongenuanceerd, en met groot gemak worden grote woorden gebruikt.’ Hij hekelde het ‘klimaat waarin karikaturen de toon en publiciteit bepalen, de stemming van het ene in het andere uiterste kan schieten, complete bevolkingsgroepen worden weggezet, alles wordt verpolitiekt en waarin niks meer goed lijkt.’
Dat klimaat vormt een fundamentele uitdaging voor het politieke centrum, aldus de premier. ‘Het centrum heeft te bewijzen dat het nog steeds overtuigende, heldere, aansprekende antwoorden heeft op de problemen waar Nederland zich het hoofd over breekt.’
Daarop volgde een opsomming die begon met ‘alles wat met de multiculturele samenleving te maken heeft, onze houding tegenover de islam en onze omgang met andersdenkenden’. Op al die gebieden krijgt het CDA al langer kritiek, óók uit de eigen partij, omdat de christen-democraten zich juist daar onder de leiding van Balkenende te veel op de vlakte zouden houden.
Direct na zijn toespraak ging Balkenende af door een zij-uitgang en stond geen pers te woord. Mogelijk wilde hij daarmee een lawine aan vragen over zijn mogelijke overstap naar het presidentschap van de Europese Unie voorkomen.
Overigens wees een peiling van Maurice de Hond dit weekeinde uit dat bijna twee op de drie Nederlanders vinden dat Balkenende die post moet gaan bekleden als hij gevraagd wordt. Ruim de helft van de ondervraagden vindt dat een vertrek van Balkenende tot nieuwe verkiezingen noopt. Vooral de PvdA is over de kwestie verdeeld.
De alarmerende toonzetting in Balkenendes afsluitende toespraak leek enigszins te detoneren met de sfeer op het halfjaarlijkse partijcongres dat eraan voorafging. Die was er een van grote saamhorigheid en optimisme.
Zo was de opkomst veel hoger dan de laatste jaren. De Beatrix-zaal van de Utrechtse Jaarbeurs was met ruim vijftienhonderd belangstellenden moeiteloos gevuld. ‘De gemeenteraadsverkiezingen’, luidde de stellige analyse van CDA-campagneleider Michael Sijbom. ‘Dat leeft enorm.’
Die wetenschap was een opluchting voor de CDA-top. Bij de Europese verkiezingen eerder dit jaar bleef ruim de helft van de CDA-kiezers thuis. Twee van de zeven zetels gingen verloren.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van november (zes gemeenten) en maart echter kunnen de christen-democraten hopen op een behoorlijk resultaat. Daarbij helpt dat vier jaar terug de PvdA de grote winnaar was, ten koste van het CDA. Die laatste kan zich dus allicht verbeteren.
De sfeer was er naar. Een pijnlijke maatregel als de verhoging van de AOW-leeftijd werd met instemming en applaus begroet. Waar het ging om ingediende resoluties, volgde de zaal zonder slag of stoot de stemadviezen van de partijleiding.
Enig gemor was er over de suggestie van fractieleider Van Geel om bij de politieke heroverwegingen van komend voorjaar de deelraden af te schaffen of in te krimpen. ‘Het CDA was juist altijd vóór de deelraden’, aldus Alaattin Erdal, beoogd lijstrekker voor het CDA in de Rotterdamse deelgemeente Charlois. ‘Dat heette de échte democratie te zijn.’
Volgens Van Geel is het echter nodig om burgers te laten zien dat de overheid het mes ook in eigen vlees durft te zetten.
Het lijkt een onderhandelingsinzet tegenover de suggestie van de PvdA om de waterschappen af te schaffen. Die bestuurslaag wordt gedomineerd door het CDA. ‘Dan kies ik liever voor de deelraden’, aldus Van Geel. Die laag hoort bij de grote steden, waar de PvdA domineert en het CDA nauwelijks een rol speelt.