De Miljoenennota die het kabinet dinsdag presenteert, kijkt veel verder dan de begroting van 2010. Centraal staat de financiële schade die de kredietcrisis en de recessie hebben aangericht. Een betrokkene spreekt van een ‘fundamentele heroverweging’ van de taken van de overheid. Het kabinet roept op tot een maatschappelijk debat over de vraag ‘hoe we er, weliswaar met minder middelen, toch voor kunnen zorgen dat Nederland er in 2020 schoner, slimmer, sterker, solidair en solide’ voorstaat.
Het kabinet heeft ruim twintig ‘beleidsterreinen’ benoemd, waaronder gezondheidszorg, sociale zekerheid en veiligheid. Commissies moeten op elk van deze gebieden vóór het zomerreces in kaart brengen hoe er 20 procent op de uitgaven kan worden bespaard. In totaal gaat het om 30 tot 35 miljard euro.
Begin dit jaar bracht een hoge ambtenaar van het ministerie van Financiën ook al een aantal opties in kaart om op de lange termijn te bezuinigen. Het kabinet besloot daarop de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar. De nieuwe inventarisatie wordt een veel diepgravender exercitie. Onderwerpen die tot dusverre taboe waren – zoals het ontslagrecht en de hypotheekrenteaftrek – komen serieus ter tafel. Bij de onderhandelingen over het crisispakket in maart werden die binnen de kortste keren onbespreekbaar verklaard.
Als de inventarisatie in juni is afgerond, zal het kabinet besluiten welke de maatregelen het daadwerkelijk wil nemen. Sommige zijn zo fundamenteel dat er eerst verkiezingen gehouden moeten worden. Daar staat tegenover dat de coalitiepartijen niet de indruk willen wekken dat ze bang zijn moeilijke beslissingen te nemen.
Het kabinet wil daarom per se een aantal concrete maatregelen in gang zetten. De timing is daarbij cruciaal, aldus een bewindspersoon, omdat snel daarna de verkiezingsstrijd losbarst en de coalitiepartijen zich tegenover elkaar moeten profileren.
De gevolgen van de recessie voor de gemiddelde burger blijven in 2010 nog binnen de perken. Eerder bleek dat een gemiddeld huishouden er een kwart tot een half procent op achteruit gaat. De werkloosheid stijgt tot 615 duizend. Dat is een forse toename, maar minder dan verwacht.