Na ruim een week aan de ketting te hebben gelegen, heeft het historische zeilschip Jan Huygen de haven van Kiel eindelijk verlaten. De Duitse autoriteiten hadden de tjalk vastgelegd, omdat het schip niet aan de veiligheidsvoorschriften voor passagiers zou voldoen. Maar volgens Europese afspraken gelden die voorschriften helemaal niet voor oude boten. ‘De Duitse overheid zit ons al jaren dwars’, zegt schipper Herman van Linschoten.
Ook over de Deense autoriteiten klagen de schippers die toeristen met klassieke boten over de Oostzee varen, al geruime tijd. BBZ, de branchevereniging van deze zogeheten bruine vloot, heeft bij de Europese Commissie een klacht ingediend. Die moet nog behandeld worden en in de tussentijd blijven Denemarken en Duitsland buitenlandse schepen in de Oostzee dwarsbomen.
De irritatie van de schippers heeft ook Den Haag bereikt. Donderdag riep staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat Tineke Huizinga de Deense ambassadeur op het matje. Voor volgende week heeft ze een afspraak om met de Duitse gezant over de kwestie te praten.
Steun voor de Nederlanders komt ook van buitenlandse schippers. Tijdens de Kieler Woche, een groot zeilevenement dat vorige week plaatsvond, deden verschillende nationaliteiten mee met een protestactie.
In de mast van de deelnemende schepen hing een zwarte vlag met een wit vraagteken. ‘Daarmee willen we aangeven dat we gewoon niet meer weten, hoe we onder deze omstandigheden de historische scheepvaart in stand kunnen houden’, zegt Christopher Papperitz. Hij zette vanuit GSHW, de Duitse belangenvereniging voor de bruine vloot, de actie op touw.
De Duitse schippers kwamen tijdens de Kieler Woche niet alleen op voor hun Hollandse collega’s; ze hebben zelf ook last van de strenge voorschriften. Papperitz vermoedt dat zijn regering de normale passagiervaart wil beschermen. ‘Maar dat is totaal onnodig’, zegt hij. ‘Want we bedienen een heel andere doelgroep.’