Het onderling vertrouwen tussen Nederlanders is de laatste jaren toegenomen. Bijna tweederde (63 procent) van hen antwoordt op de vraag of anderen over het algemeen te vertrouwen zijn, volmondig ‘ja’. Zo’n 25 jaar geleden lag dat percentage op 44 procent.
Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg, waarvoor 1.500 Nederlanders zijn geïnterviewd. Het onderzoek is onderdeel van de European Values Study, die de normen en waarden van Europese burgers elke negen jaar naast elkaar zet. Het hoofdrapport komt eind 2009 uit.
Behalve het vertrouwen nam ook de tolerantie van Nederlanders over zaken als homoseksualiteit, echtscheiding en abortus de afgelopen 25 jaar fors toe. De oorzaak van het hoge onderlinge vertrouwen ligt deels in de relatieve welvaart en deels in het vrije politiek systeem, waarin Nederlanders vrij zijn eigen keuzes te maken, zegt hoogleraar sociologie Paul de Graaf, die zowel het Nederlandse als het Europese onderzoek naar vertrouwen en tolerantie leidt.
Corruptie
‘Inwoners van relatief arme Oost-Europese landen vertrouwen voornamelijk hun
familie. De rest van het dorp en het land, inclusief de politici, belazeren
je zodra ze de kans krijgen, denken deze mensen, die ook vertrouwder zijn
met corruptie’, aldus De Graaf. ‘In Nederland heeft men het relatief goed.
Over het algemeen denken wij niet dat buren en politici erop uit zijn ons
een loer te draaien.’
De uitkomsten zijn opmerkelijk, omdat het kabinet zich bij zijn aantreden
juist zorgen maakte over het onderling vertrouwen. ‘Met mij gaat het goed,
maar met de samenleving minder’, zou de teneur zijn. Dat zou zich onder meer
vertalen in een gevoel dat ‘mijn kinderen goed zijn opgevoed, maar die van
de buren niet’, zegt De Graaf. Eerder blijkt, vat hij samen: ‘Met mij gaat
het goed en met anderen ook wel aardig.’
Ook de ‘verharding van de maatschappij’, die velen sinds de opkomst van Pim Fortuyn menen te signaleren, zou kunnen meevallen. ‘Die trend blijkt niet uit de cijfers’, zegt De Graaf.
Afnemend vertrouwen
Hoewel het Tilburgse onderzoek werd uitgevoerd net vóór de kredietcrisis
losbrak, zouden de resultaten niet erg afwijken als het nu werd uitgevoerd,
denkt de socioloog. ‘Pas als de recessie doorzet en er massaontslagen
vallen, zal ook het onderling vertrouwen afnemen.’
‘Door geschreeuw op websites zou je haast denken dat de meeste Nederlanders ongelukkig en ontevreden zijn’, zegt De Graaf ook. Maar ook dat is een misvatting. Anno 2008 noemt 56 procent van de Nederlanders zich ‘zeer gelukkig’. Ruim 25 jaar geleden was dat 34 procent. De Graaf: ‘Ik moet constateren dat de meeste Nederlanders enorm goed in hun vel zitten. ’