Rabia: ‘De eerste twee jaar hadden wij allebei een fulltime baan en werkten we ’s avonds in het restaurant. Je werkt alleen maar om je lening en de huur te betalen. Dat wordt onderschat. Jongeren romantiseren het runnen van een eigen zaak. Ze realiseren zich niet dat je van elke euro die binnenkomt al 90 cent kwijt bent aan kosten.’
Rachid: ‘Wat wij goed hebben gedaan, is investeren in professionaliteit. Een moderne kassa kost wat, maar aan het eind van de dag rekent hij alles voor me uit, hoeveel gasten er waren, hoeveel ze hebben uitgegeven. Vroeger hadden we twee man in het washok, nu hebben we een vaatwasser.’
Rabia: ‘Zo kunnen wij ons concentreren op het product zelf. We zitten niet op een toplocatie, dus wij moeten het echt van de kwaliteit hebben.’
Rachid: ‘Op de lange termijn spaar je zo ook geld uit. En je maakt je minder afhankelijk van andere mensen. Dat willen de meeste Marokkanen niet. Marokkanen werken ook vaak met familie. Wij niet, wij houden het gescheiden, dat is vragen om problemen.’
Rabia: ‘Alleen in het begin, toen wij ons helemaal geen personeel konden veroorloven, hielpen onze ouders wel eens. Nu kunnen we een uitzendbureau inschakelen en komen er stagiaires van het ROC. Maar in de horeca blijft het moeilijk om goed personeel te vinden, dus ook voor ons.’
Rachid: ‘O! Over personeel kun je een boek schrijven!’
Rabia: ‘Ze komen om geld te verdienen en hebben geen liefde voor het vak. Vooral bij de Marokkaanse jongeren merk je dat ze erg materialistisch zijn ingesteld. Dat neem ik de ouders kwalijk, het komt door hun opvoeding.’
Rachid: ‘In Marokkaanse huishoudens wordt slecht gecommuniceerd. Te veel wordt met stemverheffing gedaan.’
Rabia: ‘De ouders zijn vaak simpel en bekrompen. Mijn ouders kregen van anderen te horen dat hun dochter moest trouwen, terwijl zij wilden dat ik ging studeren.’
Rachid: ‘Maar wij komen allebei uit ondernemende families. En jouw ouders waren ontwikkeld. De meeste ouders van Marokkaanse jeugd hier zijn ongeschoold en onwetend.’
Rabia: ‘Natuurlijk zijn er ook goede voorbeelden.’
Rachid: ‘Ja, maar de smaak van de rotte appel blijft je nog lang bij.’