Zedenzaken na een echtscheiding veelal onterecht

Van onze verslaggever Menno van Dongen op 21 november '08, 08:18, bijgewerkt 21 november '08, 09:08

AMSTERDAM - Beschuldigingen van kindermisbruik na een conflictueuze echtscheiding zijn meestal onterecht. Dit blijkt uit het rapport Misbruik, misleiding en misverstanden, dat vandaag wordt gepresenteerd. Het is opgesteld door de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, die complexe, twijfelachtige politiedossiers beoordeelt.

In de expertisegroep, die is ingesteld door het Openbaar Ministerie, werken specialisten uit vier disciplines samen. Ze hebben strafdossiers bestudeerd van 42 zedenzaken die zijn begonnen na een echtscheiding en adviezen uitgebracht aan officieren van justitie. In 95 procent van deze zaken pleitten de experts voor het stopzetten van de vervolging.

In deze gevallen waren er onvoldoende aanwijzingen voor misbruik en signaleerde de groep tegenstrijdigheden, onjuistheden, onmogelijkheden of ernstige tekortkomingen. Veelal was geen sprake van misbruik maar van een uit de hand gelopen misverstand. Ouders reageerden op ‘opvallend’ gedrag dat ze ten onrechte interpreteerden als signaal van misbruik. Alternatieve verklaringen zagen ze over het hoofd.

Vaak constateerde de expertisegroep dat aangiften onbetrouwbaar zijn doordat ouders of hulpverleners suggestieve vragen hebben gesteld, zoals ‘Heeft papa aan je plasser gezeten?’ Ja knikken was soms voldoende voor een ouder om vermoedens te bevestigen.

Meerdere keren kwam het voor dat ex-partners vals werden beschuldigd uit wraak of om een omgangsregeling te beïnvloeden.

De experts waarschuwen hulpverleners en rechercheurs ‘voorzichtig te zijn’ met aangiften na scheidingen waarin sprake is van fikse ruzie over de kinderen.

Uit het rapport blijkt dat ook in zaken met verstandelijk gehandicapten veel mis kan gaan. In veel zaken tegen gehandicapten en hulpverleners zijn er onvoldoende aanwijzingen voor misbruik; in 16 van de 17 zaken adviseerden de experts de vervolging te staken.

De cijfers komen uit een rapport over de periode 2003-2007. In die tijdspanne zijn in totaal 141 zedenzaken beoordeeld. In 78 procent van de gevallen pleitte de groep voor het stopzetten van de vervolging. Slechts 4 procent van de dossiers kon zonder nader politiewerk naar de rechter.

De onderzochte zedenzaken zijn niet representatief voor alle aangiften, waarschuwen de experts, omdat ze vooral complexe, twijfelachtige dossiers beoordelen. ‘Het is echter aannemelijk dat de door de politie en hulpverlening gemaakte fouten ook in andere zaken worden gemaakt. Dat geeft te denken’, aldus het rapport.

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR