Asset-Backed Security - Financieel product dat een ‘pakket’ is van verschillende onderliggende leningen. Subprime-hypotheken werden als Asset-Backed Security verhandeld. Een bank schuift zo het risico van wanbetaling door.
ECB - Europese Centrale Bank, gevestigd in Frankfurt. Equivalent van de Federal Reserve, is verantwoordelijk voor rente en geld in de eurozone.
Federal Reserve - Centrale bank van de Verenigde Staten. Eigenlijk wordt het stelsel van twaalf Amerikaanse centrale banken bedoeld. In de volksmond ook wel The Fed genoemd.
Geldinjectie - Extra leningen die de centrale banken tijdelijk beschikbaar stellen aan noodlijdende banken. Is een middel dat wordt toegepast als verontruste banken elkaar niet meer vertrouwen en geen geld meer aan elkaar uitlenen.
Geldmarkt - Markt voor kortlopend krediet, vaak met een looptijd van minder dan een jaar. Op de kapitaalmarkt kunnen banken terecht voor krediet met een looptijd langer dan een jaar,
Kredietbeoordelaar - Geeft een rapportcijfer over de kredietwaardigheid van financiële producten. Bekende instanties zijn Standard & Poor’s en Moody’s. Zij hebben als Asset-Backed Securities verpakte subprime-hypotheken een te hoge beoordeling gegeven.
Kredietcrisis - Hiermee wordt de aanhoudende malaise op de financiële markten bedoeld. De problemen begonnen in augustus 2007 toen houders van subprime-hypotheken niet meer aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen. Banken kampen sindsdien met krediettekorten. Ze willen elkaar nauwelijks geld lenen, omdat het vertrouwen uit de markt is.
Liquiditeit - De mate waarin een bank aan zijn kortlopende betalingsverplichtingen kan voldoen. In tijden van krapte kan de centrale bank met geldinjecties de liquiditeit van banken tijdelijk verruimen.
Renteverlaging - Maakt het voor banken goedkoper om geld te lenen. Centrale banken proberen met renteverlagingen de geldstromen tussen banken op gang te houden.
Solvabiliteit - Geeft aan of een bank op langere termijn aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Als een bank relatief veel schulden op de balans heeft staan, kan de solvabiliteit in het geding komen.
Subprime-hypotheek - Hypotheek voor mensen met lage inkomens, is in de Verenigde Staten veel verkocht. Een subprime-hypotheek heeft een variabele rente die eerst laag is, maar stijgt wanneer de waarde van het huis daalt. Toen dat eind 2007 in de VS gebeurde, konden veel arme Amerikanen niet meer aan hun betalingsverplichtingen voldoen. Daarmee is alle ellende begonnen.
TARP - Afkorting voor Troubled Asset Relief Program. Een door minister van Financiën Henry Paulson bedacht, 700 miljard dollar kostend noodfonds dat financiële instellingen van hun riskante leningen moet verlossen. Werd afgelopen maandag door Amerikaanse Huis van Afgevaardigden afgewezen.
CDO - Afkorting van Collateralized Debt Obligation. Zeer gecompliceerd financieel product. Eigenlijk is een CDO een soort mortgage-backed security. Alleen wordt de onderliggende kasstroom bij een CDO verdeeld over meerdere investeerders. De investeerder krijgen allemaal een stukje van de taart. Hoe groot het stuk van de taart is dat iedere investeerder krijgt, hangt af van het risico dat hij bereid is te lopen. De taartpunten worden tranches genoemd: wie meer risico loopt, zit in een hogere tranch en ontvangt een groter deel van de onderliggende kasstroom.
CDS - Afkorting van Credit Default Swap. Feitelijk is een CDS een verzekering tegen wanbetaling. Bij een CDS staat instelling A – in ruil voor een verzekeringspremie – garant voor een contract tussen uitlener B en lener C. Indien C niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen, betaalt verzekeraar A het verlies aan B. Het is gouden handel: de verzekeraar incasseert premies, terwijl de verzekerde van zijn kredietrisico is verlost. De markt voor CDS groeide in de jaren negentig explosief. Omdat CDS bijna overal op kunnen worden afgesloten - bijvoorbeeld op obligaties - en over een lening vaak meerdere swaps zijn afgesloten, was de markt in 2007 goed was voor maar liefst 60.000 miljard dollar.
Toen financiële instellingen als gevolg van de kredietcrisis miljarden moesten afschrijven, ging het mis. Verzekeringsgigant AIG kwam in grote problemen met de CDS-handel en moest genationaliseerd worden. De markt is nu vrijwel tot stilstand gekomen. De verzekeringspremies zijn tot recordhoogte gestegen.
MBS - Afkorting van mortgage-backed security. Een MBS is een asset-backed security met hypotheekleningen als onderpand. In feite is een MBS een obligatie die gedekt wordt door een aantal gegroepeerde hypotheekleningen. Wie een MBS bezit heeft recht op de rente- en afbetalingen die hypotheekhouders maandelijks doen. Een investeerder heeft dus recht op de kasstroom die een uitgegeven hypotheek genereert. De houder van een MBS loopt wel een risico als huiseigenaren opeens niet meer aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Fannie Mae en Freddie Mac, die veel MBS verkopen, geven investeerders daarom een garantie. Wanneer iemand binnen de groep hypotheekhouders zijn verplichtingen niet kan nakomen, staat Fannie of Freddie garant. Deze verzekering was relatief veilig, omdat huizenprijzen jarenlang stegen. Maar toen de huisprijzen in de VS in 2007 opeens begonnen te dalen en houders van subprime-leningen niet meer aan hun verplichtingen konden voldoen, kwamen Fannie en Freddie in grote problemen. Zij moesten worden gered door de overheid.
Short-selling - Beleggers-strategie om munt te slaan uit koersdalingen. Een short-seller leent aandelen - bijvoorbeeld van een pensioenfonds - en verkoopt deze op de vrije markt (lees: de beurs), in de hoop ze tegen een lagere prijs terug te kopen. De short-seller geeft de aandelen dan weer terug aan de uitlener en steekt het prijsverschil in zijn kontzak.
Naked short-selling - Ongedekte vorm van short-selling. De speculant verkoopt aandelen die hij noch bezit, noch leent. Dat klinkt raar, maar is mogelijk door het verschil in verkoop en levertijd op aandelen. De short-seller maakt gebruik van het tussenliggende interval. Doel is om, net als bij gedekt short-selling, te profiteren van een koersval.