Taal om te communiceren
Als jonge tiener moest ik grinneken om mijn moeder die niet eens goed wist
hoe ze de woorden op het wekelijkse boodschappenlijstje moest schrijven. Ik
plaagde haar. En niet alleen met de nieuwerwetse woorden als ‘sjampions’,
‘kola’, maar ook ‘erplen’. Ik wist het allemaal beter want ik zat op het
VWO. Een eigenzinnige snotneus.
Ik stond nog te weinig stil bij hoe zij als jong meisje van elf niet meer naar de lagere school kon in de 5e klas omdat de duitsers het schoolgebouw in gebruik namen voor administratie. Daarna ging ze in ‘betrekking’, een woord dat nauwelijks nog gebruikt wordt.
Ze is niet laaggeletterd, maar was toen niet geoefend in het schrijven. Dat ik haar plaagde vergrootte misschien wel haar schaamtegevoel. Ze vroeg me vaak om formulieren in te helpen vullen, omdat ik zo “mooi” kon schrijven.
Jaren later, toen ik voor mijn studie op stage ging voor zeven maanden naar Latijns-Amerika was mijn moeder bezorgd. “Hoe moet dat nu,” vroeg ze, “ik kan helemaal niet goed schrijven.” Gelukkig was ik inmiddels een stuk volwassener. “Mam, het maakt niet uit hoe je schrijft, als je maar schrijft. Al is het maar een kaartje!” En dat deed ze.
Inmiddels woon ik al meer dan 15 jaar in het buitenland. Mijn moeder heeft vele kaarten volgeschreven over wat ze doet en wie ze bezoekt en ook over de buren mien, jan en thea. Over de poes en de kleinkinderen. Ze kan het allemaal allang niet meer kwijt op een gewone ansichtkaart. Ze schrijft brieven. Ze communiceert.
En ze kocht de zaterdag volkskrant, waar ze zorgvuldig de dubbele advertentiepagina's uitscheurde. En ze las, terwijl ze scheurde, alvorens ze er een nieuw pakket voor maakte -met brief of volgeschreven kaart - naar mij in Afrika.
Inmiddels lees ik de krant op het internet. En dankzij de telefoon spreken we elkaar nu vaker dan dat we schrijven. Dat wil zeggen: mijn zus print mijn e-mails uit en ik bel mijn moeder. Maar zij schrijft nog steeds, mijn bijna tachtigjarige moeder blijft een vaste klant op het postkantoor.
Haar brieven en kaarten zijn me zo dierbaar, en misschien wel extra vanwege de geweldige spelling.
Elizabeth Roos
Mariato, Panama