Francien de Jonge, een Wageningse, in Utrecht gedetacheerde etholoog, wilde weten of muziek helpt tegen speenstress, de ziekmakende, soms fatale spanning die biggen in de intensieve varkenshouderij vertonen als ze na drie weken van de melk af moeten en bruut bij hun moeder worden weggehaald.
De Jonge bedacht een experiment. Eén groep zogende biggen mocht dagelijks 15 minuten in een speelruimte met stro rondrennen, stoeien en wroeten op een soundtrack met klassieke muziek: een clip met stukjes uit de eerste cellosuite van Bach en een cellosuite en het adagio Nimrod uit de Enigma Variaties van Elgar. Een controlegroep biggen kreeg de muziek óók te horen, maar zonder speelkwartier.
Enkele weken later keek De Jonge of de ‘contextuele auditieve conditionering’ doorwerkt ná het spenen. Wat bleek? De biggen gingen uitgelaten ravotten zo gauw ze de muziek weer hoorden – ook zonder speelhok. Blijkbaar maakten de klanken prettige associaties los. Ook de controlegroep kwam verrassend genoeg in speelse stemming, zij het minder dan de eerste. Volgens De Jonge krijgen ook deze biggen fijne gevoelens bij muziek omdat ze hun lotgenootjes erbij hebben horen spelen.
Houden varkens nu van muziek of is de reactie van de biggen een simpele Pavlovreflex? ‘Het is een reflex’, zegt De Jonge, ‘maar varkens zijn hoogontwikkelde dieren met emoties en cognitieve vaardigheden, dus ik sluit een meer verheven interpretatie niet uit. En je kunt je afvragen of het bij mensen anders ligt.’
Het onderzoek, binnenkort te lezen in vakblad Applied Animal Behaviour Science, laat in elk geval zien dat varkens méér nodig hebben dan leefruimte. ‘In nadenken over diervriendelijke oplossingen wordt altijd gefocust op een paar vierkante centimeter extra in het hok. Dat is maar heel betrekkelijk. Eén keer per dag de dieren echt ruimte geven heeft veel meer effect. Intelligente dieren als varkens moeten spelen om zich motorisch en sociaal goed te ontwikkelen. Ze hebben uitdagingen nodig. Biggen scharrelen hun voer liever zelf bijeen dan dat ze het kant- en-klaar aantreffen in de trog. Maak hun omgeving dus uitdagend, dan hou je ze gelukkig en gezond.’
Vandaar Bach en Elgar? Ach, zegt De Jonge, ‘vermoedelijk is alle muziek goed. Als het maar geen harde, hoge tonen zijn, want die zijn verbonden met stress: denk aan het gekrijs van biggen die worden gecastreerd. De klank van de cello is even laag als het geknor van varkens. Nee, van een voorkeur voor Bach of Elgar hebben we niets gemerkt.’