Kijk, daar staat een telefooncel, op de hoek van Boekweitkamp en de Reigersbergenweg in Den Haag. Zijn celnummer is GV 1208, hij heet Boekweitkamp 160 en hij is net zo groen als het gazon. Telefooncel is trouwens wat te veel gezegd voor iets dat de allure heeft van een stemhokje. De plafonnière knippert moeizaam.
Vallende kwartjes
Het bericht over de verdwijnende telefooncel, vrijdag naar buiten gebracht
door staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken, stemt nostalgisch.
Herinneringen aan vallende kwartjes en eindeloze gesprekken.
Maar zo ouderwets blijkt de telefooncel ook weer niet te zijn. Zelfs de 26-jarige Fanny Evers kan nog verhalen over het premobiele tijdperk, over haar jeugd waarin de telefooncel opeens, als een geschenk uit de hemel, om de hoek kon staan.
Relikwieën
Fanny Evers werkt in het Museum voor Communicatie, hemelsbreed vijf kilometer
van de Boekweitkamp verwijderd. Buiten op het terras staan telefooncellen
opgesteld, als de relikwieën die ze binnenkort zullen zijn. Het oudste
exemplaar dateert van 1931, duidelijk geïnspireerd op de Engelse cel, en
destijds te vinden op een Amsterdams plein. Daarna kwam het zilvergrijze
model, misschien wel de oertelefooncel. De Nieuwe Zakelijkheid is er
duidelijk in terug te zien en deed dat tot in de jaren zestig.
Het gifgroen van de PTT werd voor het eerst zichtbaar in de 101, nog zo’n klassieker. Dat mondde uit die ellendige driehoek, waarvan de deuren hopeloos klemden. En ten slotte dus het stemhokje.
De geschiedenis van de telefooncel zou kunnen voortgaan in de multifoon die alle hedendaagse vormen van communicatie beheerst. Op Schiphol wordt daarmee proefgedraaid, maar de KPN beseft nu al een achterhoedegevecht te voeren. Communicatie zal voor iedereen en in alle opzichten een mobiele kwestie worden.
Mobielloos
Op het hoogtepunt kende Nederland elfduizend telefooncellen, nu zijn het er
vierduizend. Omdat staatssecretaris Heemskerk de allang achterhaalde eis van
één cel op vijfduizend inwoners laat varen, kan het straatbeeld nog kaler
worden. Onderzoek heeft Heemskerk geleerd dat het gebruik van telefooncellen
dit millennium met driekwart is teruggelopen. Ook de beperkte groep die
mobielloos door het leven gaat, staat zelden in een cel.
Slechts op een beperkt aantal locaties zal de telefooncel in ere worden gehouden. En Boekweitkamp 160? Als het aan de bloemist aan de overkant ligt, wordt ‘dat ding’ vandaag nog gesloopt. Maar worden bejaarden dan niet de dupe, of arme allochtonen?
‘Meneer, er gaan dagen voorbij dat ik niemand zie bellen.’