Allochtonen krijgen vaker 'onjuist' schooladvies

Amsterdamse kinderen van allochtone afkomst krijgen vaker een schooladvies dat niet overeenkomt met de uitkomsten van hun cito-toets dan kinderen van autochtone afkomst....

Dat blijkt uit het rapport ‘Basisschooladviezen en etniciteit', dat de gemeente Amsterdam dinsdag naar buiten heeft gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat allochtone leerlingen die hoog scoren op de toets vaker dan autochtone leerlingen een lager schooladvies krijgen. Die onderadvisering is bij Nederlanders het laagst (28 procent). Bij Marokkanen, Surinamers en Turken ligt dat aandeel hoger: 41, 34 en 44 procent. Zes op de tien leerlingen krijgen over het algemeen een advies dat niet overeenkomt met de cito-score. Nederlanders krijgen vaker een ‘juist’ advies. Een op de vijf leerlingen (22 procent) krijgt een te laag advies, maar de onderzoekers hebben daarbij geen verschil tussen allochtone en autochtone scholieren kunnen ontdekken. In de groep die een te hoog advies krijgt (40 procent), zitten relatief veel allochtonen. Het cito-resultaat kan variëren van 501 tot 550. Leerlingen die tot 533 scoren zullen waarschijnlijk een vmbo-advies krijgen. Een score van 533 tot 540 betekent een havo-advies. Leerlingen met 540 of hoger krijgen waarschijnlijk een vwo-advies. Maar de cito-score is niet meer dan een hulpmiddel, zeggen onderwijskundigen. Het advies van de school speelt ook een gewichtige rol. De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher (Economische Zaken) zei dinsdag in een reactie dat onderwijs een ticket is tot economische groei en dat het als stad belangrijk is alle talenten te benutten. ‘In Amsterdam heeft meer dan de helft van de kinderen een niet-Nederlandse achtergrond. Het zou niet zo moeten zijn dat die kinderen een lager advies krijgen dan autochtone kinderen. Dat betekent namelijk dat je er niet in slaagt om hun potenties ten volle te benutten.’ Volgens Asscher is Amsterdam verplicht om scholieren kansen te bieden en een goed perspectief te geven op een baan. ‘Als je het uiterste er nu niet uithaalt, is dat later heel moeilijk in te halen’, aldus Asscher. ‘De docenten moeten het beste uit een kind halen, of het nu zwart, wit of geel is.’ PvdA en SP willen onderzoek De PvdA en de SP in de Tweede Kamer willen dat de onderwijsinspectie de kwestie onderzoekt. De twee partijen willen ook weten in hoeverre de afwijkende adviezen van de basisscholen in andere plaatsen voorkomen. Dit hebben PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer en Jasper van Dijk van de SP woensdag gezegd. Jan de Vries van het CDA is minder gealarmeerd door het onderzoek over de schooladviezen. De Vries wijst er op dat slimme allochtone leerlingen ook vaker dan autochtone kinderen een advies krijgen dat hoger ligt dan wat zij op basis van hun Citotoets zouden moeten krijgen. De opstellers van het onderzoek concluderen volgens hem dan ook dat allochtone kinderen niet systematisch een te laag advies voor hun middelbare school krijgen.