De zaal in het Westfries Museum in 2005 waar een deel van de werken hingen.
De zaal in het Westfries Museum in 2005 waar een deel van de werken hingen. © ANP

'Oekraïne doet niets om roofkunst Hoorn terug te krijgen'

De Oekraïense autoriteiten treden niet op tegen de helers van de schilderijen die in 2005 uit het Westfries Museum zijn gestolen. De vorig jaar opgedoken doeken worden nog steeds op de markt aangeboden. Dat meldt EenVandaag woensdag.

Lees ook: 'Als de werken daar terechtkomen, kunnen we het wel vergeten'

Met grof geweld wordt het Westfries Museum beroofd van zijn belangrijkste werken. Tien jaar blijft het stil. Dan biedt een Oekraïens gevechtsbataljon de collectie aan en reist expert Arthur Brand af naar Kiev. Reconstructie van een schimmig steekspel. (+)

Vorig jaar werd bekend dat de 24 zeventiende-eeuwse doeken en 70 zilverstukken uit Nederland zich Oekraïne bevinden, toen oud-militieleider Borys Hoemenjoek de doeken aan het museum probeerde terug te verkopen voor vijftig miljoen euro. Toen de Nederlandse kunstjager Arthur Brand, die door het museum was ingehuurd als tussenpersoon, uitlegde dat er niet meer dan vijftigduizend euro vindersloon inzit, verbrak Hoemenjoek het contact. Later ontkende hij dat hij had geprobeerd het museum af te persen.

In de uitzending van EenVandaag is te zien hoe advocaat Yuri Volushin, een vriend van Hoemenjoek, tegenover een journalist bekent dat hij een doek probeert te verkopen. Het gaat om de Boerenbruiloft van Hendrik Bogaert. Ook het doek Keukenstuk van Floris van Schooten wordt aangeboden in het illegale circuit. Brand zegt de namen van de betrokkenen te hebben doorgegeven aan de Oekraïne autoriteiten, maar volgens hem wordt daar niets mee gedaan.

Geheime dienst

Ad Geerinck, directeur van het Westfries museum, zei in december dat Oekraïense politici en geheime diensten bij de zaak betrokken waren. Volgens de Oekraïense krant Vesti zouden de doeken zich al geruime tijd in handen van figuren uit de Oekraïense geheime dienst SBOe en de politie bevinden. De schilderijen zouden aanvankelijk zijn gestolen door handlangers van Vladimir Poloebatko, de voorzitter van een voetbalclub in Altsjevsk, een stadje dat nu in rebellengebied in Oost-Oekraïne ligt.

Poloebatko zou de gestolen doeken eerst in een appartement in Kiev hebben gestald. Toen de Oekraïense autoriteiten daar lucht van kregen, deed een speciale eenheid van de politie een inval in het appartement. De eenheid trof de schilderijen inderdaad aan, maar besloot zelf te proberen de doeken te gelde te maken.

De nieuwe 'eigenaars' probeerden de schilderijen te verkopen op een 'private sale' in Italië, maar het uiteindelijk haakten aspirant-kopers af omdat ze het niet vertrouwden. Het hoofd van de politie-eenheid zou een van de schilderijen hebben gebruikt als ruilwaar om een mooie positie bij de SBOe binnen te slepen. Ook een onderminister van Binnenlandse Zaken zou één van de doeken cadeau hebben gekregen.

In 2011 doken twee van de doeken weer eventjes op, toen een bezoeker van een Russisch internetforum voor kunstverzamelaars met de schuilnaam Illarion 2011 informeerde of iemand de signatuur van een van de schilderijen herkende. Eén ervan bleek het schilderij 'Rebecca en Eliëzer' (1629) van Jan Linsen te zijn, inderdaad afkomstig uit het museum in Hoorn. Eén van de kunstkenners gaf hem het advies naar de politie te stappen, als het zijn schilderij was.

Na het uitbreken van de opstand tegen president Janoekovitsj, twee jaar geleden, verdween de SBOe-man naar het rebellenbolwerk Loegansk, met medeneming van de gestolen doeken. Volgens een anonieme bron zou de SBOe het vrijwilligersbataljon daarop hebben ingeschakeld om te proberen de schilderijen terug te krijgen. De Oekraïense strijders zouden die uiteindelijk hebben teruggevonden in een villa in rebellengebied, waarna een nieuwe ronde om de doeken aan de man te brengen begon.

De schilderijen zouden nu in handen zijn van verschillende figuren. Eén van de namen die vorig jaar vielen was die van Valentin Nalyvajtsjenko, die afgelopen zomer ontslagen werd als hoofd van de SBOe. De voormalige SBOe-chef ontkent echter dat hij bij de zaak betrokken is.