John Berger en zijn vrouw Katya.
John Berger en zijn vrouw Katya. © AFP

Veelzijdig en controversieel kunstenaar John Berger (90) overleden

Schrijver, schilder, criticus, televisiepresentator, essayist, theatermaker, dichter en filmer met de gisteren in Parijs overleden John Berger is een buitengewoon veelzijdig, dikwijls controversieel kunstenaar verloren gegaan.

Berger werd bij een breder publiek vooral bekend door de BBC-televisieserie Ways of Seeing(1972), waarin hij op een eigenzinnige en door veel kijkers als provocerend ervaren manier aankeek tegen kunst. Het gelijknamige, aan de televisieserie gekoppelde boek was jarenlang verplichte kost op kunstopleidingen in Groot-Brittannië en daarbuiten.

Als romanschrijver verkreeg Berger vermaardheid dankzij onder meer de experimentele roman G, waarvoor hem de Booker Prize werd toegekend, en de trilogie Into their Labours, over het moeilijke bestaan van kleine boeren in Frankrijk.

John Peter Berger werd in 1926 geboren in Londen. Na een door hem grondig verafschuwde kostschooltijd ging hij op zijn 16de naar de Central School of Art, waar hij de vier jaar oudere Lucian Freud ontmoette die veel indruk op hem maakte. Twee jaar later, in 1944, werd Berger opgeroepen voor militaire dienst. Toen hij weigerde officier te worden, werd hij voor straf in de uithoek Noord-Ierland gelegerd, waar hij voor het eerst kennismaakte met leeftijdgenoten uit de arbeidersklasse.

Na zijn diensttijd vervolgde Berger zijn opleiding aan de Chelsea School for Art. Hij werd tekendocent, schilderde en bouwde een reputatie op als kunstcriticus van het links-progressieve tijdschrift New Statesman. Bergers visie op kunst werd sterk beïnvloed door zijn uitgesproken Marxistische opvattingen.

Veel deining

Naast kunstkritieken ging Berger ook fictie schrijven. In 1958 veroorzaakte zijn eerste roman,A Painter of Our Time, veel deining. Veel critici zagen in dit boek, over een geëmigreerde Hongaarse kunstenaar die in 1956 terugkeert naar Boedapest, een rechtvaardiging van het neerslaan van de Hongaarse opstand. Schrijver Stephen Spender vond dat het boek 'stonk naar de concentratiekampen' en vergeleek Berger met Propagandaminister Goebbels van Nazi-Duitsland. De uitgever nam het boek uit de handel. Berger vond de reacties absurd. Twaalf jaar later was hij aanwezig in Praag om daar de opstandelingen van de Praagse Lente te steunen.

In de jaren zestig publiceerde Berger controversiële studies over Picasso en het Kubisme. Met het boek en de televisieserie Ways of Seeing brak hij in 1972 definitief door. In de nadrukkelijk op Marxistische leest geschoeide kunstopvattingen die hij hierin ten beste gaf, zette hij zichnadrukkelijk af tegen het 'elitaire' kunstprogramma Civilisation van Kenneth Clarke, dat enkele jaren eerder was uitgezonden.

Afgrijzen

Eveneens in 1972 werd Berger voor zijn roman G bekroond met de Booker Prize. Tot afgrijzen van de organisatoren en tot verbijstering van iedereen, gebruikte de auteur zijn dankwoord om de firma Booker McConnell te kapittelen over de zijns inziens neokoloniale handelwijze van het bedrijf in West-Indië, en de helft van zijn prijsgeld toe te kennen aan de Black Panther-beweging.

De andere helft van het prijzengeld wendde Berger aan om zich, samen met de Zwitserse fotograaf Jean Mohr, te verdiepen in het lot van gastarbeiders in Europa. Drie jaar lang interviewde hij gastarbeiders in Duitsland, Italië, Spanje en Turkije. Uiteindelijk leidde dit tot de publicatie van A Seventh Man (1975), dat hij zijn hele leven als zijn belangrijkste werk is blijven beschouwen.

De verhalen die de gastarbeiders hem vertelden, wekten bij Berger grote belangstelling voor de agrarische wereld waaruit de meesten van hen voortkwamen. Hij besloot zich nader in het boerenleven te verdiepen. Uiteindelijk leidde de belangstelling, plus de behoefte zich terug te trekken uit de wereld waarin hij een soort kunstpaus was geworden, tot het besluit Londen te verlaten.

Dreigende

In 1974 vestigde Berger zich in het Franse bergdorp Quincy waar hij jaren bleef wonen. Pas vrij recentelijk verhuisde hij naar Antony, een Parijse buitenwijk. Zijn verblijf in de Franse Alpen, aanvankelijk mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het in Amsterdam gevestigde Transnational Institute, inspireerde Berger tot de hartverscheurend mooie trilogieInto Their Labours, bestaande uit Pig Earth (1980), Once in Europa (1987) en Lilac and Flag(1990). Deze recentelijk opnieuw in Nederlandse vertaling verschenen trilogie is een hoogtepunt in zijn fictie-oeuvre. De boeken beschrijven de dreigende ondergang van de boerenstand en daarmee wat volgens Berger 'wel eens de slotfase van de eliminering van de geschiedenis zelf zou kunnen zijn'.

Berger bleef tot op het laatst een productief auteur. In het huiveringwekkende To the Wedding(1995) verwerkte hij het gegeven dat zijn schoondochter Christina besmet raakte met hiv en langzaam wegteerde. In het eveneens sterk elegische Here Is Where We Meet (2005) maakte hij een rondgang langs dierbare overledenen, die hem ooit maakten tot wie hij was. Een van Bergers laatste publicaties was Why Look At Animals (2009) waarin hij zich verdiepte in de relatie tussen mens en dier.