Kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt.
Kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt. © EPA

Taskforce bestempelt vijf werken uit Gurlitt-collectie tot roofkunst

In Duitsland is een golf van kritiek losgebarsten na de presentatie van het eindrapport van de 'taskforce' die onderzocht of de collectie van Cornelius Gurlitt kunst bevat die door nazi's bij Joden is geroofd.

De twee jaar geleden overleden Gurlitt werd in 2013 wereldnieuws nadat was uitgelekt dat justitie bij toeval een grote kunstschat in zijn appartement in München had gevonden. Die was bijeengebracht door zijn vader Hildebrand, een kunsthandelaar die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog veel zaken deed met het nazi-bewind.

Na twee jaar werk, dat bijna 2 miljoen euro kostte, zijn slechts vijf kunstwerken uit de Gurlitt-collectie als roofkunst bestempeld. Veel Duitse kranten hadden vrijdag geen goed woord over voor het rapport, dat een dag eerder door het hoofd van de taskforce, Ingeborg Berggreen-Merkel, in Berlijn was gepresenteerd. Haar wordt te weinig transparantie en slecht management verweten. De taskforce telde vooral vertegenwoordigers van binnen- en buitenlandse organisaties, maar nauwelijks leden die bewezen hebben een expert in herkomstonderzoek te zijn.

De kunsthandelaar had veel geheime depots, waaronder een in Parijs, tot ver na de oorlog

Uit een bijlage van het rapport valt op te maken dat de in 1956 verongelukte Hildebrand Gurlitt in het grootste geheim zaken heeft gedaan: 'Zijn handelen werd gekenmerkt door discretie, verborgenheid en misleiding.' De kunsthandelaar had veel geheime depots, waaronder een in Parijs, tot ver na de oorlog.

De bijna 1.500 kunstwerken die in Gurlitts huizen in München en Salzburg werden gevonden, zijn nog steeds niet allemaal onderzocht. Van dertien werken is de herkomst vastgesteld: vijf zijn roofkunst, bij twee bestaat daar een 'sterke verdenking' van en zes zijn van een kwalijke achtergrond vrijgepleit. Bij 162 andere werken duidt de herkomst op een vermoeden van roofkunst. Van 560 kunstwerken is om verschillende reden vastgesteld dat het geen roofkunst kan zijn.

Het onderzoek wordt voortgezet door het eind 2014 opgerichte Duitse Centrum Cultuurgoedverlies. Binnenkort moet duidelijk worden of het Zwitserse Kunstmuseum Bern, dat door Gurlitt tot enig erfgenaam was benoemd, de collectie ook krijgt. Een gerechtshof beslist mogelijk volgende maand of een nicht van Gurlitt aanspraak kan maken op de nalatenschap.