Rosenquist in 2001 in Parijs voor zijn schilderij 'Joan Crawford Says...', dat hij schilderde in 1964.
Rosenquist in 2001 in Parijs voor zijn schilderij 'Joan Crawford Says...', dat hij schilderde in 1964. © AFP

Pop art van overleden James Rosenquist (83) vergrootte de werkelijkheid maximaal uit

James Rosenquist (1933-2017)

Hij was misschien niet de allerbekendste onder de fameuze generatie pop art-kunstenaars, zoals Andy Warhol, Robert Rauschenberg, Jasper Johns en Roy Lichtenstein, maar karakteristiek voor de stroming was James Rosenquist wel.

Zaterdag stierf de schilder, op 83-jarige leeftijd, die het record van (waarschijnlijk) het grootste pop art-schilderij op zijn naam heeft staan: het bijna dertig meter lange F111, een serie van 23 panelen, genoemd naar de bommenwerper die de Amerikanen gebruikte in 'hun' Vietnam-oorlog.

De grootte zegt iets over de achtergrond van de Amerikaan, die in 1933 in Grand Forks (North Dakota) ter wereld kwam. Namelijk dit: dat hij zijn vaardigheden ontwikkelde in de advertentie-industrie als maker van billboards. In zijn autobiografie, Painting Below Zero (uit 2009), zou hij hierover schrijven: 'Ik schilderde zowat elke billboard boven de winkels in Brooklyn. Ik kon slapend een Schenley whiskeyfles schilderen.'

Die vaardigheid gaf het voordeel en nadeel van zijn stijl aan: erg realistisch, maar misschien daardoor ook weer net iets te herkenbaar om andere stijliconen als Warhol en Rauschenberg naar de kroon te steken.

De tekst gaat verder onder de foto

Enorme afmetingen

Zeker, Rosenquist paste perfect in het jaren '60-vocabulaire van zijn collega's. Ook hij nam de consumptiewereld als uitgangspunt voor zijn oeuvre. En dus wemelde het bij hem van de krokant gebakken speklapjes, glimmende haardrogers, sensuele lipstick, ranzige spaghettislierten, Hollywoodsterren en Amerikaanse automobielen. Maar achteraf gezien onderscheidde zijn fotografisch-realistische vocabulaire zich iets te weinig van wat posters, billboards, films en televisiereclames ook al boden.

Wat hem dus wel onderscheidde: de afmetingen van zijn werk, die hij tot het maximale probeerde op te rekken. Het voegde daarmee, zoals hij zelf meende, 'steroiden aan de pop art' toe. De gigantische maten waren symbolisch voor de kracht waarmee Amerika zich in de nieuwe consumptiewereld probeerde te manifesteren. Een kracht die Rosenquist moet hebben omarmd en, gezien zijn kritiek op de Vietnam-oorlog, tegelijkertijd verwierp.