1857539
Op de fotocollage hierboven staan de 31 plaatsen waar het Gerechtelijk Laboratorium in het najaar 1991 monsters nam van het gerestaureerde schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III . Bij punt 25 lag een van de grote sneden die op 21 maart 1986 door Gerard Jan van B. met een stanleymes waren aangebracht. © Stedelijk Museum

Nog geheim rapport laat zien: schilderij Who's afraid... 'voor altijd vernietigd'

Het rode vlak op het beschadigde schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue is in zijn geheel met een nieuwe laag rode acrylverf overgeschilderd. Die nieuwe laag verschilde 'qua pigmentsamenstelling en qua bindmiddel' van de verf die schilder Barnett Newman gebruikte. Bovendien bracht de Amerikaanse restaurator Daniel Goldreyer over de rode verf nog twee vernislagen aan. Ook heeft hij een deel van de gele strook, rechts op het schilderij, overgeschilderd met een andere verfsoort.

 In de erezaal van het Stedelijk Museum wordt in 1991 het doek Who's Afraid of Red, Yellow and Blue opgehangen.
In de erezaal van het Stedelijk Museum wordt in 1991 het doek Who's Afraid of Red, Yellow and Blue opgehangen.

Dat blijkt uit het onderzoeksrapport van het Gerechtelijk Laboratorium van het ministerie van Justitie over de restauratie door restaurator Goldreyer van het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III.

Vorige week besliste de Raad van State, na enkele jaren procederen van kunstcriticus Jhim Lamoree, dat Amsterdam het rapport binnen zes weken openbaar moet maken. Dat is nog niet gebeurd, maar de Volkskrant heeft het in handen gekregen. De gemeente weigert tot nu toe het rapport vrij te geven uit vrees voor schadeclaims van de erven-Goldreyer.

Miljoenenclaims gemeente
Amsterdam bewaart slechte herinneringen aan zijn juridische strijd met Goldreyer, die in 2009 is overleden. Nadat er openlijk kritiek was geuit op de restauratie, sloeg de restaurator terug met miljoenenclaims, omdat zijn naam te grabbel was gegooid. Het resulteerde in een vijf jaar slepend gevecht voor Amerikaanse rechtbanken, dat in 1997 werd beslecht.

Dat jaar legde Amsterdam het moede hoofd in de schoot in de wetenschap dat doorgaan nog meer geld zou kosten. In een schikking, waarbij vreemd genoeg Amsterdam 77 duizend euro moest betalen, kwamen de kemphanen overeen dat de gemeente zich niet meer kritisch zou uitlaten over de restauratie.

Dat is de reden waarom Amsterdam zich tot aan de hoogste rechter heeft verzet tegen openbaarmaking. Mochten de erven net zo agressief zijn als de restaurator, dan kan de gemeente zich beroepen op overmacht.

 
Doordat de kleur die Goldreyer aanbracht sterk afwijkt van het origineel, zal het schilderij 'voor altijd vernietigd zijn'.
 De beschadigingen die Gert Jan van B. in 1986 aanrichtte aan Barnet Newmans 'Who's afraid of Red, Yellow and Blue' in het Amsterdamse Stedelijk Museum.
De beschadigingen die Gert Jan van B. in 1986 aanrichtte aan Barnet Newmans 'Who's afraid of Red, Yellow and Blue' in het Amsterdamse Stedelijk Museum.

De conclusies in het rapport sluiten aan bij eerdere bevindingen van de restaurator van het museum, Elisabeth Bracht. Zij liet de toenmalige directeur van het Stedelijk, Wim Beeren, na een bezoek aan het restauratieatelier van Goldreyer in New York, weten dat het schilderij was overgeschilderd. Een half jaar later rapporteerde Bracht dat Goldreyer voor zijn rode overschildering xyleen had gebruikt, een oplosmiddel die de oorspronkelijke olieverf, waarmee Newman had geschilderd, zou aantasten. Dramatische conclusie van Bracht: door het gebruik van xyleen is de overschildering niet meer te verwijderen (wat indruist tegen de 'eis van reversibiliteit' onder restauratoren). En doordat de kleur die Goldreyer aanbracht sterk afwijkt van het origineel, zal het schilderij 'voor altijd vernietigd zijn'.

Newmans immense schilderij werd op 21 maart 1986 door Gerard Jan van B. met een stanleymes aan flarden gesneden. Op advies van de weduwe van Barnett Newman (hij stierf in 1970) koos het Stedelijk voor Daniel Goldreyer als restaurator. Die haalde het schilderij in 1987 op. Vier jaar later had hij het karwei geklaard.

'Levenloos'
Elisabeth Bracht liet na terugkomst van het schilderij in Amsterdam gelijk weten de uitstraling van het gerestaureerde schilderij 'levenloos' te vinden. Newman had volgens haar analyse vier verschillende kleurlagen over elkaar aangebracht, variërend van oranje tot felrood. Goldreyer had de 'zwak glanzende' verflaag van Newman veranderd in een donkerder oppervlak dat er 'mat en ruw' uitziet. Ook meende zij dat Goldreyer met een verfroller te werk was gegaan. En daarbij, Newman had over zijn schilderij nooit een vernislaag aangebracht.

Goldreyer heeft altijd ontkend het rode vlak in zijn geheel te hebben voorzien van een nieuwe rode verflaag. In een 'vertrouwelijke' fax aan Beeren liet hij de directeur weten enkel de vernielde delen van het schilderij te hebben ingeschilderd met 'dots and points of color (...) to match the original color and patina' - conform de afspraak. Wel gaf hij toe de vernislaag met een roller te hebben aangebracht. De kritiek van 'mrs. Bracht' schreef hij toe aan haar 'gevoelens van afwijzing en professionele jaloezie'.

Uit de correspondentie tussen het Stedelijk en de gemeente Amsterdam blijkt dat Beeren in december 1991 had kennisgenomen van het standpunt van zijn restaurator, maar dat hij nadien bleef volhouden dat het schilderij 'good and satisfactory' was hersteld. Ook toen hij eenmaal de beoordeling van het Gerechtelijk Laboratorium in handen had.

Het is niet bekend wanneer Amsterdam het rapport openbaar maakt.