Sophie de Weger, depotmedewerkster van het Amsterdam Museum
Sophie de Weger, depotmedewerkster van het Amsterdam Museum © Erik Smits

Musea laten slechts fractie van eigen collectie zien

Wat musea van hun eigen collectie laten zien, is slechts het topje van een ijsberg. In tien jaar tijd hebben 41 publieke musea met een kunstverzameling gemiddeld minder dan eenvijfde van hun collectie getoond. Het totaal aantal collectiestukken is in drie decennia bijna verdubbeld. Steeds vaker klinkt de kritiek dat te veel kunst ongezien blijft, doordat werken het depot niet uitkomen.

Jaarlijks tonen de musea gemiddeld 7,7 procent van hun verzameling. Meer kan volgens hen niet vanwege gebrek aan expositieruimte. Wel is - omdat ze exposities wisselen en vaak ook stukken in hun permanent getoonde collectie omruilen - de score over tien jaar meer dan twee keer zo hoog.

De cijfers zijn af te leiden uit de antwoorden die de musea hebben gegeven op een vragenlijst van de Volkskrant. Zeventig kunstinstellingen waren verzocht die in te vullen, bijna 60 procent deed dat. De grote musea zijn goed vertegenwoordigd: van de 15 best bezochte musea in 2014 deden er twaalf mee.

De 41 musea die de enquête invulden, bezaten eind dat jaar gezamenlijk 3,4 miljoen collectiestukken. In 1985 waren dat er 1,8 miljoen. De groei is wel afgevlakt. De musea geven aan dat zij minder snel stukken accepteren dan vroeger, ook omdat zij zich meer bewust zijn geworden van de kosten om die te bewaren.

In de schatkamer van het Rijksmuseum

Een depot zo groot als een voetbalveld, met kunst die de bezoeker vermoedelijk nooit te zien zal krijgen. Wim Hoeben, hoofd beheer en behoud, leidt ons rond door de opslag van het Rijksmuseum. Bekijk het hier.

De museumwereld lijkt zich het verwijt aan te trekken dat veel kunst uit de eigen verzameling ongezien blijft. Zo mogen bekende Nederlanders geregeld grasduinen in de opslagplaatsen van musea voor een tentoonstelling, zoals het Pop-Up Museum van De Wereld Draait Door. Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam hoopt in 2018 het revolutionaire 'Collectiegebouw' te openen, een depot dat toegankelijk is voor (betalende) bezoekers.

In de afgelopen tien jaar zijn een kleine tweehonderd collectiestukken weggegooid vanwege een slechte staat. Honderd stukken werden in 2014 vernietigd door het Drents Museum, maar die waren volgens de kunstinstelling bewust onder slechte omstandigheden bewaard vanwege hun geringe waarde.

Zelfs als collectiestukken genoeg waarde hebben om te kunnen worden geveild, zijn de kosten van het afstoten vaak hoger dan de opbrengsten

Gemiddeld hebben de 41 musea drie depots. Vijf van de ondervraagde kunstinstellingen hebben zelfs zeven depots of meer. Uit kostenoverwegingen gaan musea steeds vaker opslagruimtes delen. Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft met drie andere instellingen vergevorderde plannen om een 'Collectie Centrum Nederland' te bouwen. In Friesland wordt deze zomer een nieuw depot in gebruik genomen waarin vijf musea uit de provincie hun niet tentoongestelde collectiestukken zullen opslaan.

Dan wordt ook duidelijker wat de dubbelingen in deze verzamelingen zijn. De minst gave exemplaren worden 'ontzameld' (afgestoten). Alle ondervraagde musea geven aan dat ze ontzamelen. Maar zelfs als collectiestukken genoeg waarde hebben om te kunnen worden geveild, zijn de kosten van het afstoten vaak hoger dan de opbrengsten. De 60 duizend voorwerpen die in de afgelopen vijf jaar zijn ontzameld, brachten gemiddeld minder dan twee euro per stuk op. Meerdere musea geven aan dat zij de regels over het ontzamelen te streng vinden als het gaat om collectiestukken die weinig waarde hebben.

Musea klagen ook dat het op internet zetten van hun verzameling duur is, terwijl de digitale ontsluiting juist tegemoet komt aan de kritiek dat veel in het museumdepot ongezien blijft. Vooral kleinere musea stellen door de hoge fotografiekosten er lange tijd over te doen om hun collectie op internet te zetten. De 41 musea hebben nu gemiddeld de helft van hun verzameling online staan.