Jannis Kounellis in 2006.
Jannis Kounellis in 2006. © Hollandse Hoogte

Kounellis maakte sterke beelden met aardse krachten

Jannis Kounellis (1936-2017)

In het werk van Jannis Kounellis walmt altijd wel vuur of ligt er een berg kolen op de grond. De Griek grossierde in het stevige werk, met roestig staal en dampende paardenstront.

De aardse elementen. En dan niet het romantische geneuzel van lentebloemetjes, idyllisch wuivend graan, een zacht knapperend haardvuurtje of vrolijke deegpoppetjes. Nee, het stevige werk: roestig staal, paardenstront, juten zakken, brokken koolsteen, vuur spuitende gasbranders en pikzwart roet. Dat was de wereld van Jannis Kounellis, de Griekse kunstenaar die afgelopen donderdag op 80-jarige leeftijd in zijn woonplaats Rome is overleden.

Ik wilde gewoon de ruimte accentueren en een sterk, maar steeds veranderend beeld maken

Jannis Kounellis over zijn eerste expositie

Geboren in Piraeus verhuisde hij op zijn 18de naar Rome, volgde daar de plaatselijke kunstacademie en kreeg in één klap mondiale bekendheid met een expositie in 1969: hij stalde er in de wit bemuurde Galleria l'Attico twaalf levende paarden. Vijftien dagen stonden die daar, in een voormalige garage, op de glanzende tegelvloer te dampen, poepen en pissen. Nee, het ging hem niet om het sensationele, zei hij er later over. 'Ik wilde gewoon de ruimte accentueren en een sterk, maar steeds veranderend beeld maken.'

Het gebruik van 'natuurlijk materiaal' werd sindsdien zijn handelswijze. En niet alleen van Kounellis. Samen met collega-kunstenaars, met name uit Italië, vormde hij de los-vaste groep Arte Povera, verwijzend naar het eenvoudige, soms armetierige basismateriaal waarmee ze hun werk maakten. Tot de groep behoorden ook Mario Merz, Alighiero Boetti, Luciano Fabro en Giulio Paolini.

Hij toonde melancholie naar een herstelde, in plaats van een gefragmenteerde wereld

In Nederland was het vooral Rudi Fuchs die al in een vroegtijdig stadium de onderscheidende kwaliteiten van Kounellis onderkende. Het Van Abbemuseum in Eindhoven, waar Fuchs toen directeur was, gaf de Griek in 1981 een van zijn eerste museale solopresentaties. In de Nederlandse collecties is het werk van Kounellis sowieso goed vertegenwoordigd. In het Stedelijk Museum, Museum Boijmans Van Beuningen, Gemeentemuseum Den Haag, de opera-ensceneringen van Pierre Audi, overal walmt wel ergens eens brandend vuur, zitten er roetvlekken op de muur of ligt er een berg kolen op de grond, naast een stapel jute.

Melancholie naar een herstelde, in plaats van een gefragmenteerde wereld ligt aan zijn werk ten grondslag; met de aardse elementen die iedereen nodig heeft om zich in leven te houden. Dat je daarmee ook 'sterke beelden' kunt maken is de verdienste geweest van Jannis Kounellis.