Hoe kreeg Mondriaan het verzonnen om van landschappen naar rechte lijnen en rood, blauw en geel te gaan?

Van dode haas naar rechte lijnen en rood, blauw en geel

Hij begon met het schilderen van een dode haas en eindigde met een van de radicaalste stijlen ooit bedacht: in rechte lijnen en de kleuren rood, blauw en geel. Hoe kreeg Piet Mondriaan het verzonnen?

Dik in de verf

Mondriaan als huisschilder. Het beeld zal niet iedereen graag voor ogen houden, het is wel een invalshoek die hout snijdt. Anders dan menig andere, laat 19de-eeuwse kunstenaar was Mondriaan (1872-1944) in zijn vroegste landschapsschilderijen niet de schilder van het diffuse licht, van een zinderende zon, van doorkijkjes of een zeegezicht met verre, lage horizon. Hij hield er juist van zijn doeken dik in de verf te zetten.

Kijk op de tentoonstelling vooral naar de eerste landschappen: de lichte luchtkleuren lijken als laatste door Mondriaan te zijn aangebracht, maar wel gelijk lekker vet in de olieverf, met een zwierige, klodderachtige penseelvoering. Mondriaan is geen schilder van de bekende, transcendente Hollandse luchten. Wie de latere schilderijen bestudeert, zal zien dat hij tot op het laatst die pasteuze manier van verven niet heeft verleerd. De verf is tot op de millimeter nauwkeurig aangebracht, met een ritmisch patroon van penseelstreken.

Mondriaan de verver is de lijn die directeur Benno Tempel en conservator Jet van Overeem, de twee samenstellers van de overzichtstentoonstelling, als leidraad hebben gekozen. Dat heeft gevolgen voor de tentoonstelling: de chronologische ontwikkeling is er een van een puur schilderkunstige. Alles wat daarbuiten valt, zoals de geschilderde chrysanten en portretten, hangt in de zijzaaltjes.

Het is een keuze die te billijken is, maar consequentie is wel dat het imago van Mondriaan wordt teruggebracht tot dat van een pure schilder en de volledigheid uit het officiële oeuvre is geschrapt.

De tentoonstelling belicht dus niet waarom Mondriaan bepaalde beslissingen heeft genomen. Daardoor blijft een beetje raden waarom hij op een gegeven moment het kubisme van Pablo Picasso omhelsde, waarom hij na zijn sombere boslandschappen plots een serie licht duinlandschappen ging schilderen, et cetera.

Winst van de keuze van Tempel en Van Overeem is wel dat de artistieke kwaliteiten volop in het licht komen te staan. Daardoor wordt duidelijk hoe Mondriaan in zijn atelier zat te werken om dat ene ontbrekende likje verf aan te brengen. Op zoek naar de Eeuwige Harmonie.

Boogiewoogie

'Mondriaan vind ik zo'n saaie man, zo hoekig', liet Jeroen Krabbé zich afgelopen weekend in NRC Handelsblad ontvallen. Merkwaardige uitspraak van de schilder en acteur die zegt zelf last te hebben van 'vooroordelen' over zijn eigen werk. Clichés dus. En die van Mondriaan zijn inderdaad hardnekkig en aan bijstelling toe.

Hij zou geen feestnummer zijn. Wel rechtlijnig. Een einzelgänger die moeilijke boeken over theosofie las, een ascetisch leven leidde, niemand sprak en op zijn eigen kompas voer. Een man die 's avonds thuis, na het werk, een boogiewoogieplaatje opzette en mischien een paar danspasjes deed, maar met zijn strakke gezicht (en dat Hitlersnorretje) geen vrouw het hof kon maken.

Wat blijkt: allemaal onzin. En nu probeert deze tentoonstelling al die vooroordelen te ontzenuwen. In de rode draad van de presentatie - verf - is daar in eerste opzicht weinig van te merken. De chronologische opzet, van figuratie tot abstractie, van Amsterdam via Parijs naar Laren en wederom Parijs, daarna Londen en uiteindelijk New York, is de tentoonstelling er een zoals zovele overzichten over Mondriaan.

De biografische aanpassingen zitten 'm vooral in de zijzaaltjes, de kabinetten, waarin een ander beeld van de schilder wordt geschetst. Daar zijn bijvoorbeeld de foto's en brieven geparkeerd die zijn liefdesleven belichten, dat hij zeker en zelfs uitbundig kende. Met vele vriendinnen, met wie hij niet trouwde (hij verloofde zich wel één keer), omdat ze hem niet de 'absolute liefde' konden schenken.

Het beeld van de saaie Piet moet dus drastisch worden bijgesteld. Vandaar wellicht de vele foto's in de catalogus waarop je Mondriaan glazen ziet inschenken, waarop hij aan dinertjes zit of zich, met de hoed schuin op het hoofd, na een avondje stappen tussen zijn drinkebroeders liet betrappen.

Eerder een vrolijke Piet dus. Het zal voor het Gemeentemuseum wel de reden zijn geweest dat ze tegenover Mondriaans laatste werk, de Victory Boogie Woogie, een 'swingend' ensemble van ronddraaiende paspoppen met sjieke avondkleding hebben opgesteld.

Explosie van stippen

Hij kwam van verre. Een stilleven met appels en Keulse kan of een nature morte met afgeschoten haas, dat waren zo'n beetje zijn eerste schilderijen. En dan einidigen met een explosie van rode, gele, blauwe stippen die als raceautootjes door de straten en avenues van New York scheuren. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat een schilder in een enkel mensenleven tot zo'n ontwikkeling in staat is geweest.

De invloeden van anderen zijn altijd duidelijk zichtbaar geweest: het luminescerende kleurgebruik van Jan Toorop, de platte vlakjes van Bart van der Leck, de kubistische vormen van Picasso. Maar in plaats van alles klakkeloos over te nemen, zoog Mondriaan het als een spons op, wrong het uit en destilleerde er zijn eigen extract uit. Een radicale stijl die tot dan toe nog niemand had gezien. Mondriaan was daarin niet rechtlijnig, maar juist kwikzilverachtig en ondernemend. Bij elke verandering in zijn oeuvre was hij bereid van zijn geloof af te stappen en alles wat hij tot dan toe had bereikt in heroverweging te nemen.

De Grote Drie

Toch uitzonderlijk, dat zo'n drassige moerasvlakte als Nederland drie van 's werelds beroemdste schilders heeft voortgebracht: Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan. Overigens mag Rembrandt dan nooit buiten de Randstad zijn geweest, Van Gogh en Mondriaan braken pas door na hun enkele reis Frankrijk. En Mondriaan moest voor zijn wereldstatus nog doorvliegen naar New York.

Had hij de lichte schildertoets van Toorop ontdekt en doorontwikkeld, zo ging hij weer op zoek naar een verder, onbekender terrein. Zat hij in Parijs in de jaren dertig net lekker zwarte lijnen te trekken en in te kleuren met rood, blauw en geel, zo werd dat hele patroon in New York overboord gegooid. Leek hij de schilder pur sang, ontdekte hij het gekleurde tape waarmee hij nieuwe experimenten aan kon gaan, omdat het efficiënter was en het zijn ontwikkeling kon bespoedigen, op weg naar weer iets nieuws.

Mondriaan maakte op deze manier niet één, niet twee, maar zeker drie doorstarten. Steeds accelereerde hij in een nieuwe richting, vanuit een positie die voor menig kunstenaar al een einddoel was geweest. Hoeveel kunstenaars zijn na hun eerste 'vondst' al niet tevreden? Jackson Pollock, ook een radicale vernieuwer, wist na zijn 'drippings' niet meer hoe verder te gaan.

Mondriaan wel. Hij stierf in het harnas, zich verbijtend dat hij zijn laatste meesterwerk (en alles wat daarna nog zou komen) niet kon afmaken. Victory Boogie Woogie is daarom meer dan een meesterwerk, het is ook een overwinning op de beperkingen die een mens zichzelf maar al te gauw oplegt.


Recensie: de ontdekking van Mondriaan

De ontdekking van Mondriaan (****)

Beeldende kunst

Gemeentemuseum Den Haag. 3/6 t/m 24/9

Dat niemand ooit eerder op het idee was gekomen om alle tekeningen en schilderijen van Piet Mondriaan uit de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag aan de muur te hangen. Vreemd eigenlijk. De verzameling is de grootste ter wereld. Oké, er zit veel oud werk bij. Vroege landschappen, donker van kleur en 19de-eeuws pasteus dik in de verf. Lange tijd werden ze voor inferieur versleten. Want ja, het kwam volgens velen niet overeen met het beeld dat door de decennia van de Nederlandse kunstenaar is ontstaan. Het beeld van Piet, de drie-kleurenschilder; de man die met name in Amerika, waar hij op 71-jarige leeftijd stierf, als voorbode werd gezien van het modernisme. Met navolgers als Barnett Newman, Ellsworth Kelly, Frank Stella en Donald Judd.

Maar goed, in Den Haag hebben ze toch maar even driehonderd werken van hem in bezit. Het is ongeveer een kwart van het oeuvre dat Mondriaan bij elkaar heeft getekend en geschilderd. Hoe het daar is gekomen? Toch vooral door de samenwerking tussen twee Joodse mannen, directeur Louis Wijsenbeek en verzamelaar Sal Slijper. De twee hadden ternauwernood de oorlog en de kampen overleefd, maar waren niet van zins om te zien in wrok. Daarentegen besloten ze dat het Haagse museum een plaats moest zijn voor kunst, vrij van welke maatschappelijke of religieuze opvatting ook. Mondriaan was hun grote voorbeeld.

Waarom het Gemeentemuseum juist nu alle werken aan het publiek laat zien? Het idee kwam voort uit het feit dat dit jaar de kunstbeweging De Stijl, waarvan Mondriaan vooraanstaand lid was, precies honderd jaar geleden werd opgericht door Theo van Doesburg. Het is ook omdat het Haagse museum juist dit jaar een omvangrijk restauratieprogramma (grotendeels) heeft afgerond. En zoals dat gaat: als je eenmaal al het werk weer eens door je handen laat gaan en alles is hersteld, is een groot eerbetoon aan die Mondriaancollectie een inkopper.

En laten we wel wezen, een beetje trots mag het Gemeentemuseum wel zijn op zijn Mondriaan, die met deze tentoonstelling wordt neergezet als een heuse verver, een liefhebber van vrouwen en een radicale vernieuwer.