Vito Acconci, Conversions II, 1973.
Vito Acconci, Conversions II, 1973. © Vito Hannibal Acconci

'Vader van de performancekunst' Vito Acconci overleden

Zijn oeuvre was feitelijk van een beperkte omvang. En als kunstenaar maakte hij zijn belangrijkste werk in een periode van niet langer dan tien, vijftien jaar. Maar oke, niet iedereen kan zich de vader van de performancekunst noemen. Vito Acconci wel. Afgelopen vrijdag stierf hij in New York, na een kort ziekbed.

Natuurlijk is het altijd moeilijk aan te wijzen wie precies met performancekunst begon. Acconci, in 1940 geboren in de Bronx, maakte in de jaren zestig in ieder geval enkele baanbrekende optredens - als eerste. Een daarvan (Following Piece) bestond eruit dat hij een maand lang, elke dag een willekeurig voetganger in New York zo lang mogelijk achtervolgde, als een stalker, totdat de man of vrouw thuis achter de voordeur verdween.

De foto's ervan werden als een teken gezien dat het publieke en private domein door elkaar lopen. Het karakteriseerde de vooruitziende blik van Acconci die toen al voorvoelde dat niemand meer 'veilig' zou zijn voor een inbreuk op zijn privacy; iets wat internet en surveillance inderdaad steeds meer uitwijzen.  

Veel performances waren kwellend en fysiek bedreigend

Het was de tijd dat dit soort publieke kunstvormen meer en meer in galerieen en musea werden opgevoerd. Ze werden ook steeds persoonlijker. Zoals een van zijn performances, waarin hij zich masturberend liet opsluiten onder een galerievloer, terwijl bezoekers niets begrijpend zijn gehijg kon horen.

Veel performances waren kwellend en fysiek bedreigend, zoals het in de brand steken van eigen haren, gesmolten kaarsvet op de huid laten druipen, gesloten ogen van anderen met kracht proberen te openen of het bewerken van eigen borst in een poging deze meer vrouwelijk te maken.

In de jaren tachtig had hij er plots genoeg van. Acconci maakte de radicale beslissing zich voornamelijk met architectuur bezig te willen houden. Redenen: hij vond de architectuur een stuk verfrissender dan de 'onbeweeglijkheid' van de kunst. 'Het enige dat echt onbeweeglijk is, zijn grafstenen', was zijn commentaar.

Vito Acconci werd 77 jaar oud.