De expositie van Werner Bishof met de met elkaar verbonden zalen. Links conservator Wim van Sinderen.
De expositie van Werner Bishof met de met elkaar verbonden zalen. Links conservator Wim van Sinderen. © Freek van den Bergh / de Volkskrant

'Ik kan zó veel laten zien nu'

Fotomuseum Den Haag

Er hangen te veel foto's, het is te vol, klaagden bezoekers soms in het Fotomuseum Den Haag. Nee, zei conservator Wim van Sinderen dan: 'Het is niet te vol, het is te klein!' Sinds dit weekend is die frustratie voorbij. Het Fotomuseum is in oppervlakte verdubbeld naar ruim 1.000 vierkante meter. Dat is ten koste gegaan van het GEM, het museum voor actuele kunst. De twee musea, sinds 2002 gehuisvest in hetzelfde gebouw naast het Gemeentemuseum, zijn van plek geruild.

'Ik kan zó veel laten zien nu!', zegt Van Sinderen opgewonden. Bij de grootste twee zalen heeft de conservator zich zelfs de luxe veroorloofd om de vaste muren leeg te houden. Alleen op de verplaatsbare dwarswanden hangen foto's.

Sol LeWitt

Sol LeWitt - a tribute, zo heet de expositie in het GEM met werk van de Amerikaanse conceptuele kunstenaar, tien jaar na zijn dood. In 1968 werd in Den Haag de eerste Minimal Art-tentoonstelling in Europa georganiseerd. Aan de gevel van het GEM zijn in leisteen vijf geometrische vormen van LeWitt aangebracht (zie de foto hieronder); in de hal van het Gemeentemuseum hangen muurschilderingen. LeWitt was 'verliefd' op het Gemeentemuseum vanwege de architectuur en de Mondriaans.

De wanden zijn hier 'Corbijn-grijs' geschilderd

Om het ruimtelijk effect te vergroten, is de muur doorgebroken die bij het voormalige GEM de twee grootste zalen van elkaar scheidde. De wanden zijn hier 'Corbijn-grijs' geschilderd - zo heet binnenskamers de lichte grijstint die Anton Corbijn in 2015 koos voor zijn overzichtstentoonstelling.

Deze hoofdzalen worden nu ingewijd met 220 vintage foto's en contactafdrukken van de Zwitserse Magnum-fotograaf Werner Bishof (1916-1954). Hij reisde in 1946 door Luxemburg, België, Frankrijk, Italië en Nederland. Bishof zag de provisorisch herstelde Sint-Servaesbrug in Maastricht, het onder water gezette Walcheren, vermagerde en verminkte kinderen in Venlo.

'In die kinderen zag Bishop het lijden van de oorlog én het begin van een nieuwe toekomst', zegt Van Sinderen. 'Aan sommige beelden merk je dat hij was opgeleid als reclamefotograaf. Een verwoeste brug in Venlo brengt hij in beeld als een compositie van lijnen. Dat esthetische gaat er later in zijn carrière wel van af.' Hij stierf nog geen tien jaar later bij een ongeluk in Peru.

Kelderruimte

In de kelderruimte volgt een expositie van de fotografe Lara Gasparotto (Luik, 1989). Hier zijn de muren donker. Er klinkt ambient muziek, gemaakt door haar vrienden die quasi terloops op haar foto's figureren. Ze zijn soms strak ingelijst, dan weer als behang op de muur geplakt. De ene foto is messcherp, de ander vaag en overbelicht. Je vangt flarden op van een wereld vol vrije associaties.

Deel drie van het Fotomuseum beslaat drie kabinetten met nachtelijke foto's van het landschap, de stad en het nachtleven. 'Hier putten we vooral uit onze eigen collectie van 7.000 foto's, aangevuld door bruiklenen', zegt Van Sinderen. 'Tijdsbeeld, techniek, sfeer en onderwerp zijn telkens anders, maar ze roepen met weinig licht telkens het magische gevoel van de nacht op.'

Had de fotografie in Nederland deze Haagse expansie nodig? Zijn er niet al genoeg aansprekende locaties? Denk aan het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en in Amsterdam het Rijksmuseum, Foam en het privémuseum Huis Marseille.

'Er is geen land in Europa dat zoveel fotografie toont in musea', beaamt Benno Tempel, als directeur van het Gemeentemuseum ook verantwoordelijk voor het GEM en het Fotomuseum. 'Ze zijn allemaal anders van karakter en vullen elkaar goed aan. Hier willen we aansluiten op het Gemeentemuseum, waar moderne en hedendaagse kunst laten zien. Van jonge talent tot klassiek-moderne fotografie.'

Wandtekening

Achter de glazen wand waar eerst het Fotomuseum zat, wordt kort voor de heropening op een muur gewerkt aan een wandtekening van Sol LeWitt (1928-2007). Het GEM, museum voor actuele kunst, eert de pionier van de Minimal Art en de conceptuele kunst met een expositie.

Waar het Fotomuseum flink kan uitpakken, moet het GEM zich voortaan beperken. Voorheen liepen er altijd twee exposities, nu nog maar één - in de zaal waar het Fotomuseum tot voor kort zo woekerde met de ruimte.
Een degradatie voor de hedendaagse kunst? Integendeel, vindt Benno Tempel. 'Twee exposities met werk van hedendaagse kunstenaars zaten elkaar in de weg. Eentje kreeg alle aandacht, de ander werd gekannibaliseerd. Ik voelde me daar moreel bezwaard over: dat kan je jonge kunstenaars met een nog bescheiden oeuvre niet aandoen.'

Sol LeWitt heeft het GEM niet voor zichzelf gekregen. Hier wordt immers op z'n minst een link verlangd met de beeldende kunst van vandaag.

Verschillende fotografie-exposities beconcurreren elkaar volgens Tempel minder snel. Daar is het onderscheid duidelijk tussen moderne fotografie, oude collecties en vintage fotografie, kortom: diverse tijdvakken en stijlen.

Sol LeWitt heeft het GEM niet voor zichzelf gekregen. Hier wordt immers op z'n minst een link verlangd met de beeldende kunst van vandaag. LeWitts wandtekeningen en sculpturen, op zijn schriftelijke aanwijzingen door assistenten vervaardigd, worden geflankeerd door vier kunstenaars die inspiratie putten uit de vormentaal van de Minimal Art: een abstracte beeldtaal, (geometrische) vormen, kleur, ruimtelijke verhoudingen, materialen.

Het GEM mag kleiner zijn geworden, wel is er voor het eerst sinds 1970 genoeg ruimte voor LeWitts gigantische structuur Serieel Project nr. 1: Groep B (1966-1970). Die viel in het Gemeentemuseum maar gedeeltelijk op te zetten.