ARIA B., EEN 30-jarige Roemeense wier voor- en achternaam een oorstrelend ritmisch ensemble vormen, is een hoerenmadam. Ze ziet er geenszins naar uit, maar de officier van justitie zal proberen te bewijzen dat ze het niettemin is.
De mooie, tengere vrouw staat samen met haar vriend en landgenoot Vassil G. (32) terecht voor vrouwenhandel. Zeven zittingen heeft de rechtbank al gewijd aan de zaak, die pas in het najaar wordt vervolgd. Maria huilt als de president meedeelt dat de voorlopige hechtenis is opgeheven, die voor het tweetal precies een jaar duurde.
In februari 2000 deden vier Roemeense vrouwen aangifte tegen Maria en Vassil. De verdachten zouden Alice, Francesca, Anita en Simone naar Nederland hebben gesmokkeld, waar zij niet zoals beloofd een baantje kregen als babysit of barbediende, maar gedwongen werden als prostituee de baan op te gaan. Op de tippelzone in Amsterdam-West leerden ze het harde vak, dat later wat lucratiever werd uitgeoefend achter een raam op de Ruysdaelkade en in seksclub Ria aan de Overtoom.
Het bewijs moet grotendeels komen uit de verklaringen die drie van de meisjes afleggen over hun treurige lotgevallen. Simone ontbreekt op de zitting. Zij zou ertussenuit zijn geknepen naar Italië. De verhalen van Alice, Francesca en Anita stemmen vrijwel overeen.
Verstopt onder de bank in een treincoupé werden ze naar Duitsland gesmokkeld, vanwaar Vassil ze met de auto naar Amsterdam bracht. Keihard pezen moesten ze daar. Ze hielden er zelf niets aan over; Maria streek alle verdiensten op. En voortdurend werden zij bedreigd. 'Als je niet gehoorzaamt, hak ik je in stukjes en stuur je als postpakketje naar je moeder', zou Vassil hebben gezegd.
De verdedigers leggen de meisjes het vuur na aan de schenen. Zij proberen aannemelijk te maken dat de Roemeensen niet werden gedwongen de hoer te spelen, maar vrijwillig waren gekomen en precies wisten wat hen te wachten stond. 'Wat heeft u gedaan om aan uw lot te ontsnappen?', vragen zij om beurten aan elk van de meisjes.
'Ik kon niets doen, behalve huilen', zegt de kleine, mollige, zwartharige Alice (21). In de tippelzone is een aanspreekpunt van de politie, die ook eens per week inspecteert in de seksclub waar ze werkte. Maar Alice zocht geen contact met de politie, evenmin met de dokter die de meisjes controleerde. 'Dat zouden dé momenten zijn geweest om te roepen: hallo help me', zegt een raadsman.
'Ik sprak de taal niet', vertaalt de tolk Alice's antwoord. 'Ik wist niet wat er ging gebeuren. Het was of ik op een andere planeet was beland. Alle meisjes waren bang voor de politie'.
Een zedenrechercheur bevestigt dat veel illegale prostituees bang zijn voor de politie, omdat ze daarmee in hun thuisland minder goede ervaringen hebben. Ze hebben angst om uitgezet te worden. 'Uitzetten uit Nederland, dat was dus erger dan de hoer spelen! Waarvan akte!', roept de verdediging.
Verklaringen van de uitbaatsters van de hoerenkotten en van de seksclub zijn in het voordeel van de verdachten. 'Alice heeft zich nooit beklaagd; geen moment had ik de indruk dat ze onvrijwillig aan het werk was', wordt geciteerd uit het proces-verbaal. En: 'Meisjes die gestuurd zijn, komen er bij mij niet in.'
Ook door getuigenissen van twee hoerenlopers ontstaat twijfel over de geloofwaardigheid van de meisjes. De mannen beweren hen nog in de tippelzone te hebben gezien in de maanden nadat bij de politie aangifte werd gedaan tegen Maria en Vassil.
Buiten de zittingszaal concluderen de raadslieden: 'Die meiden waren erop uit een blauwe kaart te krijgen.' Blauwe kaart is het synoniem voor de B 17-status die slachtoffers van vrouwenhandel kunnen krijgen als zij hun uitbuiters hebben aangegeven; hij geeft recht op legaal verblijf in Nederland voor de duur van het proces. In veel gevallen komen de vrouwen daarna om humanitaire redenen in aanmerking voor een permanente verblijfsvergunning.
De zaak wordt vervolgd.