Van onze verslaggever
John Volkers
PARIJS
De multifunctionele flankspeler is 'schadelijk voor het voetbal', staat als kop boven de column van Johan Cruijff. Deze alleskunners zijn een Duitse uitvinding, afkomstig uit het 3-5-2 systeem van Beckenbauer.
Het geren tussen de twee cornervlaggen wordt daar Aussenbahnen genoemd. Rinus Michels experimenteerde in 1990 met die spelopvatting en noemde het werkterrein voor die spelers 'operationele gebieden'.
Brazilië heeft daarvoor in de personen van Cafu en Roberto Carlos ideale spelers. Frankrijk doet hetzelfde met Lizarazu, Kroatië met Jarni.
Van Cruijff mogen de allrounders verdwijnen en hun trainers worden verketterd. 'Degenen die dit hebben uitgevonden moeten ze straffen, want ze hebben hun sport slechts kwaad gedaan. Het is alleen maar een tactische vondst om het aantal verdedigers uit te breiden.'
De WK-coaches Maldini en Jacquet van respectievelijk Italië en Frankrijk vergoelijken op dezelfde dag en in dezelfde kolommen hun strijdwijze in de vrijdag gespeelde kwartfinale die na 120 minuten in 0-0 eindigde.
Cruijff: 'Er zijn hier 32 selecties en 32 trainers geweest, en er is bijna geen verschil in opstelling of strategie. Ik vraag me af: is er geen plaats voor ander voetbal, voor een meer aantrekkelijke speelstijl?'
De dravende 'flankspeler' is in de plaats gekomen van de vleugelaanvaller. 'Het overgrote deel van de trainers is defensief ingesteld. Zij denken dat je met puur aanvallend ingestelde buitenspelers die aan de zijlijn blijven de effectiviteit van de ploeg beïnvloedt. Dat is een vergissing.
'Als je sterke vleugels opstelt, dan zal de tegenstander twee mensen moeten achterhouden om hen te dekken. Denken zij dat een flankspeler zestig meter durft weg te lopen voor een eigen aanval als hij Garrincha, Jairzinho, Gento, Keizer of Blochin moet bewaken?
'In mijn acht jaren bij Barcelona was de bezetting van de vleugels altijd het grootste verschil met de andere ploegen. We hebben er vier Spaanse titels mee gewonnen, hebben vier Europese bekerfinales gespeeld. Zelfs spelers die nooit op de vleugel hadden gespeeld, zoals Lineker, Salinas of Stoitsjkov, stelde ik daar op.
'De tegenstander moest daardoor zijn flankspelers anders laten spelen. En dan hadden wij het voordeel. De opponent moest iets doen dat de ploeg niet gewend was.'
Als Cruijff het voor het zeggen had, zou hij tegen Brazilië met vleugels spelen. 'Roberto Carlos en Cafu, of diens vervanger, hebben nooit een vaste tegenstander. Als Bergkamp op de rechtervleugel opereert, zal Carlos achter moeten blijven.'
Het elimineren van de pendelaar op de flank en de terugkeer van de buitenspeler zouden velerlei gunstige gevolgen hebben. 'De centrumspits zal weer zijn oude rol terugkrijgen. Die is hij verloren, omdat hij een groter terrein moet bestrijken.'
Bovendien komt daardoor de linksbenige spelmaker (types als Van Hanegem en Gerson) weer terug. 'Nu moeten zij de opkomende flankspeler afdekken.'
Het verdwijnen van de flankspeler lijkt Cruijff uiteindelijk niet meer dan logisch. Na zestig meter rennen kan een bal niet meer behoorlijk worden voorgezet. 'De afstand die een vleugelspeler voor zijn actie moet afleggen, mag maximaal 25 meter bedragen.'
Bovendien druist het gedraaf in tegen het dogma van Cruijff: de spelers moeten niet lopen, de bal moet het werk doen. Zijn uitsmijter in l'Equipe: 'Want lopen is voor de lafaards.' Was getekend: de moedigste ex-coach van het Europese voetbal.